De politieman als je grootste vijand

In Rusland is de politie niet de beschermer van de burger maar zijn grootste vijand. Medvedev belooft hervormingen maar die zijn vooral cosmetisch.

Sasja is 31 jaar oud en al met pensioen. Opgelucht verwisselde hij een jaar geleden zijn stijve uniform voor een lekker zittend truitje, zijn patrouillewagen voor een oude Lada waarmee hij nu wat bijverdient als taxichauffeur. Sasja is gelukkig, want in zijn vroegere bestaan als politieagent leefde hij in de hel.

„Ik ben zo blij dat ik van de terreur van mijn collega’s ben verlost”, zegt hij, terwijl hij zijn auto door het verkeer loodst. „Meer dan twaalf jaar heb ik eronder geleden, want als je niet meedoet word je gepest en geslagen. Maar op een dag had ik er genoeg van.”

Meedoen. Daar draait het om binnen de Russische politie. Meedoen aan een systeem van corruptie van hoog tot laag, dat kan blijven voortbestaan dankzij de anarchie die sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie het staatsapparaat regeert.

„Het geld dat we dagelijks ophaalden, staken we niet in onze eigen zak”, beaamt Sasja. „Na afloop van een dienst droegen we het allemaal af aan onze superieuren, die het weer over ons verdeelden, afhankelijk van onze rang. Ik weigerde eraan mee te doen en daarom behandelden ze me als een verrader. Ze hebben alles gedaan om me het leven onmogelijk te maken. Zodra ik met pensioen kon, ben ik dan ook opgestapt.”

De politie in Rusland heeft een slechte reputatie. Volgens een recente opiniepeiling vertrouwt tweederde van de Russen de politie niet. Anders dan in het Westen, waar een agent er is om de burger te beschermen, is hij in Rusland je grootste vijand.

Russische agenten zijn op grote schaal actief als criminelen. Het Russische tijdschrift Esquire hield hun overtredingen in de tweede helft van 2009 bij. Uit die misdaadboekhouding blijkt dat er in die periode dagelijks onschuldige burgers door agenten worden gedood, verkracht, afgeperst, tot slavernij gedwongen. Een agent klapte onlangs uit de school over corruptie bij de politie.

De hoge werkdruk is een bijkomende factor. Zo schoot afgelopen zomer in een Moskouse supermarkt een overspannen politiemajoor twee onschuldige burgers dood en verwondde hij er zeven. En in een politiecel in Tomsk sloeg onlangs een overspannen agent met privéproblemen een journalist dood, die was aangehouden wegens burenoverlast.

Op dit moment lopen er 15.000 strafzaken tegen corrupte agenten – wat nog maar het topje van de ijsberg is. De oorzaak van die corruptie is eenvoudig, volgens Sasja. „De salarissen zijn zo laag, dat zelfs eerlijke agenten steekpenningen moeten aannemen om rond te kunnen komen.”

Begin dit jaar besloot president Medvedev, na een nieuwe geweldsgolf onder de ordehandhavers, grote schoonmaak te houden. Op de hoofdafdeling politie van het ministerie van Binnenlandse Zaken worden nu 10.000 manschappen ontslagen – de helft van het totale personeel daar. Ook verving Medvedev een aantal onderministers door leden van zijn persoonlijke staf en stuurde hij tientallen hoge politiefunctionarissen de laan uit. Minister van Binnenlandse Zaken Rasjid Noergalijev, die het aantal manschappen met 20 procent wil verlagen, heeft een maand de tijd gekregen om misstanden binnen zijn korps te bestrijden en beter rekruten aan te trekken. „Op die manier kunnen we de salarissen verhogen en normale werkomstandigheden voor de agenten scheppen”, zei hij eind 2009 in een interview.

Een gemiddelde Moskouse agent verdient nu zo’n 20.000 roebel (490 euro) per maand, net genoeg om een 1-kamerappartement te kunnen huren. „Maar bij de verkeerspolitie kan hij maandelijks gemiddeld 500.000 roebel (12.000 euro) aan steekpenningen ophalen”, zegt Sasja. En dat is een bedrag waar geen salarisverhoging tegenop kan.”

Sasja ziet dan ook niets in het door de minister aangekondigde bonussysteem, waarbij een agent een hoger salaris krijgt naarmate hij meer misdaden oplost. „Agenten gaan dan zelf misdaden fabriceren om meer geld te krijgen.”

Ook politicoloog Nikolaj Petrov van de Moskouse denktank Carnegie Centrum ziet weinig in de door Medvedev aangekondigde hervormingen. „In 2002 waren er ook massaontslagen op het ministerie van Binnenlandse Zaken”, zegt hij. „Toen vlogen er ook politiegeneraals uit. Maar zulke grootschalige personeelsinkrimpingen betekenen nog niet dat er sprake is van echte hervormingen.”

De aangekondigde ontslagen staan volgens Petrov ook los van de geruchtmakende schandalen uit het afgelopen jaar. „Slechts twee à drie van de zeven onlangs ontslagen hoge politieofficieren hebben rechtstreeks te maken met de recente schandalen, waarbij onschuldige burgers om het leven kwamen. Het ontslag van die zeven was bovendien al een feit voordat Medvedev zijn ‘hervormingsplannen’ bekendmaakte.”

Petrov is er zeker van dat het systeem na de zuivering hetzelfde zal blijven. „Zij die inmiddels zijn ontslagen waren niet de slechtste op het ministerie”, zegt hij. „En hun opvolgers zijn niet beter. De problemen bij de politie staan dan ook los van het ontslag van enkele tientallen generaals, maar hangen wel samen met het niet-functioneren van het staatsapparaat als geheel. Dat juist de politie nu zo onder vuur ligt, komt doordat de gewone Rus er dagelijks mee te maken heeft.”

Het inefficiënte staatsapparaat, dat behalve door anarchie overheerst wordt door elkaar beconcurrerende belangengroepen, kan volgens Petrov blijven voortbestaan doordat Rusland geen democratie is, waar een parlement toezicht houdt op functioneren van de overheid. Petrov: „Om de politie wezenlijk te veranderen zijn systematische hervormingen nodig en geen populistische gebaren of oppervlakkige maatregelen.”

Op het Tagankaplein in het Moskouse centrum toont een jonge politieagent zijn nieuwe BMW uit de 7-serie aan zijn collega’s. Sommige van hen zijn onder de indruk, anderen verhullen met moeite hun verontwaardiging. „Die auto kan hij nooit van zijn salaris hebben gekocht”, fluistert een van hen tegen zijn kameraad.