Celibaat afschaffen kan niet, het herzien kan wel

Onlangs kroop een vrouwelijke bisschop van de Evangelische Kirche in Duitsland dronken achter het stuur. Zou dat een reden zijn om de normen voor nuchterheid wat bij te stellen? Dat is nochtans de logica van degenen die vinden dat het celibaat moet worden afgeschaft wegens de gevallen van misbruik in rooms-katholieke instellingen (Hans Küng, Opiniepagina, 11 maart). Alsof paters die zich aan jongens vergrijpen zulke goede huisvaders zouden zijn geworden. Er kan ook geen sprake zijn van ‘afschaffing’, want het celibaat is zoveel als een mensenrecht. Iets anders is of er redenen zijn om de celibaatsplicht te herzien, bijvoorbeeld naar orthodox model. Daar kunnen gehuwden priester worden, maar geen bisschop; eenmaal priester kan men niet meer huwen. In het Westen werd de celibaatswetgeving aangescherpt wegens zedelijke misstanden onder de clerus en het is dus niet helemaal logisch om die wetgeving nu, bijna duizend jaar later, om die reden weer te versoepelen. Dat men zich niet aan het celibaat houdt, kan geen reden zijn om de lat wat lager te leggen. Bovendien is niemand ertoe verplicht om priester te worden, zodat het gaat om een belofte die kandidaten vrijwillig op zich nemen. Ook was het belangrijkste motief van de beruchte brief van Ratzinger van 2001 niet de geheimhouding, zoals Küng schrijft, maar de bescherming van verdachten tegen irrationele volkswoede en zondebokreacties. Voor clerici geldt immers ook dat ze voor onschuldig moeten worden gehouden totdat het tegendeel bewezen is. De toelating van vrouwen tot het priesterschap zoals Küng voorschrijft, is een disciplinaire kwestie die ook van dogmatische aard is, zodat daarvoor een oecumenisch concilie nodig is. Het zou passend noch heilzaam zijn als de paus deze toelating unilateraal per decreet zou regelen. Of zijn de aanbevelingen van Küng inmiddels onfeilbaar?

Ben Hoffschulte

Leuven, België