Wilders is geen fascist of racist. Hij is gewoon goed voor Nederland

Dankzij Wilders kunnen mensen hun woede over de verkeerde aanpak van immigratie en islam kanaliseren, in plaats van te rebelleren en te kiezen voor geweld.

Oud-lid van de Tweede Kamer namens de VVD. Werkzaam bij het American Enterprise Institute. Auteur van o.a. ‘Mijn vrijheid’ en ‘Nomade’.

Er was een tijd dat Nederland gold als een van ’s werelds meest tolerante en geordende maatschappijen. Inmiddels spreken de Holland-watchers in Amerika bestraffend over allerlei vormen van intolerantie, zoals de discriminatie van immigranten en een groeiend antisemitisme.

Tegen deze achtergrond wordt de opkomst van Geert Wilders bezien. Ik krijg voortdurend dezelfde vragen over Wilders: wie is hij? Is hij een racist? Kan hij regeren?

Wilders is geen racist en ook geen fascist, leg ik dan naar beste vermogen uit. Hij is goed voor Nederland, omdat mensen die kwaad zijn over de systematisch verkeerde aanpak door de gevestigde partijen van vraagstukken als immigratie en islam, hun woede kunnen kanaliseren door op hem te stemmen in plaats van te rebelleren of, nog erger, een gewelddadige confrontatie met radicale islamitische groeperingen aan te gaan.

Zijn populariteit bij de kiezers is toe te schrijven aan een combinatie van twee fouten die zijn gemaakt door de gevestigde partijen en andere elites. De eerste is het verzuim om adequaat in te gaan op de kwestie van de islam in Nederland. Niet zozeer de islam als religie, maar de islam als waardenstelsel dat zijn aanhangers een politiek, cultureel en sociaal-moreel kader biedt, dat niet alleen radicaal verschilt van het Nederlandse waardenstelsel, maar daar vaak ook vijandig tegenover staat.

De tweede fout is de aanhoudende en venijnige campagne van de elite om iedereen te demoniseren die vraagtekens zet bij de islam als verontrustende bron van afwijzing van de Nederlandse waarden door veel islamitische minderheden.

De komende Kamerverkiezingen bieden de elite als geheel en de traditionele politieke partijen (CDA, VVD en PvdA) de kans om die twee fouten te corrigeren en de kloof tussen kiezers en politici te verkleinen.

Aan de tweede fout is gemakkelijker iets te doen dan aan de eerste. Na de dood van Fortuyn en de verkiezingsuitslag van de LPF (maar ook door de bedreiging van zittende politici) heerste in Den Haag de algemene opvatting dat de tactiek om politieke tegenstanders te demoniseren averechts werkte. De indruk bestond destijds dat er een eind zou komen aan het probleem van de persoonlijke aanvallen op tegenstanders van beleid dat voortkwam uit het multiculturalisme. Dit respijt was helaas tijdelijk. De enige manier om de teleurgestelde burgers die op Wilders stemmen nu nog terug te winnen, is door weer te proberen de aandacht van de persoon Wilders te verplaatsen naar de problemen die hij aan de orde stelt.

De eerste stap om het vertrouwen van de kiezer terug te krijgen, zou zijn om de rechtszaak tegen hem te staken.

De tweede stap zou zijn om in de campagne met Wilders in debat te gaan over de probleemstelling en over werkbare beleidsvoorstellen. De voorstellen van Wilders zijn in praktische zin onuitvoerbaar. Zijn uitzettingsplannen voor moslims zijn in de Europese Unie wettelijk niet haalbaar. De Nederlandse grens staat open naar andere Europese landen. Bovendien kan Wilders geen meerderheid halen omdat andere partijen niet met hem samen willen regeren.

Is het denkbaar dat de leiding van VVD, PvdA en CDA gezamenlijk tot een breed akkoord zou kunnen komen om Wilders het onderwerp islam en integratie te ontfutselen? Een breed meerpartijenakkoord zou moeten leiden tot een beleid met als uitgangspunt dat het opnemen van moslims in de Nederlandse samenleving een langdurig socialisatieproces is, waarbij moslims wordt geleerd zich de Nederlandse waarden eigen te maken en daarnaast die waarden op te geven die berusten op de islamitische of tribale code uit hun land van herkomst. Uitgangspunt van dit beleid zou ook zijn dat migratie een keuze is. Dat is belangrijk, omdat die immigranten die dan voor het Nederlanderschap kiezen, zullen aanvaarden dat hieraan bepaalde grondbeginselen verbonden zijn. Wie die keuze niet maakt, moet in de gelegenheid worden gesteld om zich weer in zijn land van herkomst te vestigen. Wil dit tot een werkbare oplossing leiden, dan moeten de partijen het eens zijn over de waarden die de immigranten zich eigen moeten maken en de waarden die ze beslist dienen op te geven.

Er moet overeenstemming zijn over de waarden die gelden op de drie belangrijkste terreinen: seksualiteit, geld en geweld in het persoonlijke leven. Vanzelfsprekend zijn er meningsverschillen tussen de Nederlandse politieke partijen over wat die nieuwe leden van de Nederlandse samenleving moeten leren (of het nu kinderen of buitenlanders zijn), maar die verschillen zijn voor een buitenstaander niet zo groot als ze van binnenuit lijken. In mijn nieuwe boek Nomade gebruik ik mijn familieverhaal om te illustreren hoe radicaal ons socialisatieproces verschilt van dat wat ik in Nederland en andere westerse landen tegenkwam.

In zaken van seksualiteit, geld en geweld hanteren tribale moslimsamenlevingen een collectieve aanpak, waarbij het gedrag van het individu wordt gereguleerd via een eeuwenoude code van eer en schaamte. Geweld wordt dikwijls gebruikt voor het corrigeren van gemaakte fouten. Agressie wordt bijgebracht als een vorm van zelfverdediging, zodat het een tweede natuur wordt. De mystificatie van seksuele aangelegenheden en het sluieren van vrouwen is de voornaamste manier waarop zaken tussen mannen en vrouwen worden geregeld. Geweld is niet het monopolie van de staat, maar een wapen dat de sterksten dient; de meeste staten zijn sowieso despotisch. Het concept van de verzorgingsstaat is het moslimgezin net zo vreemd als de mythe van Sinterklaas.

In zaken van seksualiteit, geld en geweld benadrukt de Nederlandse samenleving verantwoordelijkheidszin, informatie en vertrouwen. De code van eer en schaamte die ik in Nederland heb gevonden, is het geweten van het individu. Agressie wordt als misdadig ervaren, of toegeschreven aan een geestesziekte. Inzake seksualiteit (en drugs) luidt de filosofie dat niet mag worden verwacht dat men zich verantwoordelijk gedraagt, als men niet is geïnformeerd. Geweld wordt niet alleen veroordeeld, maar is ook toebedeeld aan een welwillende, seculiere staat. Toen ik in 1992 naar Nederland kwam, was er veel vertrouwen in de rechtsstaat. Individuen leren financieel verantwoordelijk te zijn. Wanneer zij door omstandigheden buiten hun schuld in nood verkeren, kunnen zij een beroep doen op de staat. De staat die hulp biedt, doet dat in de veronderstelling dat degenen die om hulp vragen te goeder trouw zijn.

Deze waarden worden in Nederland zorgvuldig gekoesterd: op school, in maatschappelijke organisaties, in de media en op de universiteit. Deze waarden worden nauwelijks begrepen, laat staan overgebracht in islamitische huishoudens. Bijna alle pogingen om deze discrepantie in Nederland uit de wereld te helpen, zijn in de war geschopt door en verwarrend geweest voor zowel de overheidsambtenaren, die belast zijn met de integratie, als de deskundigen op dit terrein, doordat werd gezocht naar een compromis tussen het behoud van de ‘identiteit en de cultuur’ van de immigrant en het aanleren van Nederlandse waarden.

Dat is de reden dat we de uitgangspunten van het oude paradigma moeten laten varen, dat er vanuit gaat dat de Nederlandse cultuur zich zou moeten verbinden met de islam, om iets nieuws, dynamisch en prikkelends te ontwikkelen, dat de ‘Nederlandse’ of ‘Europese’ islam zou moeten gaan heten. Deze aanpak is net zo realistisch als mijn wens dat het in februari in Den Haag of Washington DC 30 graden Celsius zal worden.

Op de korte termijn zouden de gevestigde partijen, die de autochtone Nederlanders willen terugwinnen die op Wilders stemmen, hun zorgen serieus moeten nemen. De misdadigheid en rotzooi waarvoor immigranten in een steeds groter aantal buurten verantwoordelijk zijn, is hemeltergend. Laat zien dat je bereid en in staat bent om op te ruimen en de wet ten uitvoer te leggen, door overtreders afdoende te straffen in plaats van mensen als Wilders te demoniseren. Stop de programma’s die (jonge) criminele immigranten in de watten leggen, en gebruik het geld op een effectievere manier.

Maar ook de boze kiezers van Wilders moeten iets doen om te helpen. Om van de achterstandswijken af te komen, moeten islamitische en zwarte scholen moeten worden gesloten. Een spreidingsbeleid zou wonderen doen. Als dat beleid wil werken, moeten de autochtone Nederlanders bereid zijn de deuren van hun scholen te openen voor de volgende generatie, zodat die kan worden geleerd de Nederlandse waarden te accepteren. Bovendien zou het helpen als ze bereid zouden zijn moslims, die uit de achterstandswijken worden overgeplaatst, als hun buren te aanvaarden, zodat ze hen kunnen helpen veel sneller te assimileren.

Ik zie drie hindernissen voor zo’n brede samenwerking tussen de traditionele partijen in Nederland. In de eerste plaats zullen de islamitische en etnische organisaties, geleid door zelfbenoemde mannen en vrouwen die beweren dat ze de moslims vertegenwoordigen, protesteren. In de tweede plaats zullen bedrijven die in moslimlanden hebben geïnvesteerd en bang zijn voor een boycot van hun producten en een vijandige omgeving als de Nederlandse regering en bevolking ernst zouden maken met stappen om hun eigen burgers te assimileren, bezwaar aantekenen. En ten slotte zijn alle drie de grote partijen in de vier grote steden van Nederland afhankelijk van moslimstemmen.

De eerste groep – ook al is die zeer luidruchtig – is niet zo machtig als zij doet voorkomen. Zij kan eenvoudig worden getrotseerd door de subsidies voor deze organisaties in te trekken.

De tweede groep – bedrijven die hebben geïnvesteerd in de olierijke Golfstaten en andere moslimlanden – moet de hoge risico’s van hun aanwezigheid in deze landen durven dragen of andere, betere markten opzoeken. In een mondialiserende wereld zijn de kansen legio. Bovendien moeten ze het belang niet onderschatten dat de moslimlanden hebben bij het behoud van hun bedrijvigheid. Neem het voorbeeld van Denemarken na de cartooncrisis, of dat van Zwitserland na het minarettenreferendum. Deense en Zwitserse bedrijven doen het beter dan ooit. Uiteraard zijn er pogingen gedaan om de cartoontekenaar om het leven te brengen, en de Libische president Khaddafi heeft twee Zwitserse zakenmensen gekidnapt, maar de voorspelde rampen zijn uitgebleven.

Ten slotte – en dit is het moeilijkste punt: de Nederlandse politieke partijen, die afhankelijk zijn geworden van de moslimstem, moeten kiezen. Of ze zien Geert Wilders (en nog meer kandidaten zoals hij) aan de macht komen, of ze houden zich aan hun Grote Overeenkomst om niet voor een stem te vechten, waarbij ze beloven de aanhangers van de sharia te beschermen en tegelijkertijd krokodillentranen plengen over de opkomst van het gewelddadige extremisme.