Taal kent geen wetten 2

Wetenschapsbijlage, 27-02 en 06-03-10

In een reactie op een stuk over taalwetenschappers Nick Evans en Steve Levinson, morren door het werk van Noam Chomsky geïnspireerde collega’s dat het artikel hun theoretisch werk onrecht doet. Hun reactie is flauw en onterecht. Het artikel van Berthold van Maris volgde op de publicatie van een binnen de taalwetenschap flink bediscussieerd paper in het tijdschrift Behavioral and Brain Sciences (BBS) over de mythe van taaluniversalia (collega’s, léés dat paper!). De voornaamste motivatie voor dat paper was dat hersenonderzoek naar taal dikwijls gebaseerd is op de aanname dat binnen de taalwetenschap consensus heerst over Noam Chomsky’s hypothese dat we er achter zijn welke structuren normaal en uitgesloten zijn in de talen van de wereld. Die consensus is er niet. Sterker, hoe meer talen er beschreven worden, hoe duidelijker het wordt dat het ontwerpen van in beton gegoten theoretische modellen op dit moment tamelijk naïef is. En dat schetst de absurde situatie in de taalwetenschap dat taaltheoretici uitspraken doen over taal in het algemeen op basis van een sample van de hoogstens ongeveer 500 beschreven talen (niet meer dan zo’n 7 procent van het totaal) en dat we bovendien veruit het meeste weten over talen die lijken op Europese talen. Het beschrijven van andere talen zou daarom topprioriteit moeten zijn. Postma c.s. verwijten Van Maris bovendien gebrek aan wederhoor. Maar de weergave van een paper in een toonaangevend tijdschrift en aanvullende interviews met de auteurs daarvan lijkt mij conform de standaard in de wetenschapsjournalistiek. Collega’s hebben het paper van Evans en Levinson in BBS de doodsteek voor het Chomskyanisme genoemd. Ik ben het zeker met Postma c.s. eens dat dat zonde zou zijn, en zo ver zal het ook vast niet komen. Dat voor het maken van hypotheses theorie nodig is staat vast. Maar dat de visie van Chomsky-adepten daarvoor onontbeerlijk is volgt daar niet uit. De theoretische taalwetenschap is breder dan dat en ze kan alleen bloeien als ze open staat voor taal in al zijn vormen en variatie. Gelukkig zijn die taaltheorieën er inmiddels ook.

Stef Spronck

Australian National University