Sarkozy onder druk bij regionale verkiezingen

Morgen houdt Frankrijk de eerste ronde van de regionale verkiezingen. Martine Aubry, leider van de socialisten, denkt alle regio’s te kunnen winnen.

Pascal Merz (58) gaat elke week met de tram naar de markt in Mulhouse. Hij hoopt dat zijn kleinkinderen ooit naar de plaatselijke universiteit gaan, vertelt hij bij een stukje vlees met friet in de marktkantine. Dan schoppen ze het verder dan hij, die zijn leven lang in de auto-industrie heeft gewerkt.

Maar garanties zijn er niet. „De Elzas is altijd een industriële goudmijn geweest, maar dat is nu voorbij”, zegt Merz, terwijl hij een frietje in de pepersaus doopt. Jonge collega’s die net als hij hun baan zijn kwijtgeraakt door de economische crisis, hopen na omscholing een nieuwe baan te vinden.

Heel Frankrijk kijkt naar de Elzas, bij de regionale verkiezingen die zondag en volgende week in twee ronden worden gehouden. Met Corsica is de kleinste Franse regio sinds 2004 de enige van de totaal 26 regio’s (waarvan vier overzeese) die niet wordt geleid door een socialistische president. Volgens de peilingen kunnen nu ook Corsica en de Elzas van kleur veranderen. Daarmee tekent zich voor de rechtse UMP de eerste verkiezingsnederlaag af onder president Nicolas Sarkozy. Bij de gemeenteraadsverkiezingen en de Europese verkiezingen bleef de UMP wel overeind.

Pascal Merz weet nog niet of hij zondag gaat stemmen voor de regionale verkiezingen – hij herinnert zich niet hoe ze heten. Hij denkt vooral aan de problemen van zijn kinderen en ex-collega’s. „Wat kan de regio voor ons doen? Alles hangt af van Sarkozy!”

Officieel is de regio na de Staat de belangrijkste Franse overheidslaag, met gekozen presidenten en een controlerend regioparlement. Openbaar vervoer, schoolgebouwen en universitaire huisvesting, herscholing van werklozen: dat zijn maar een paar van de vele terreinen waarop zij het beleid bepalen. Maar de regio, meent de Parijse politicoloog Vincent Tiberj, is „de minst geliefde bestuurslaag” van Frankrijk. „De burgemeester kennen de mensen, over de nationale politiek heeft iedereen een mening. De regio valt ertussen in.”

Sarkozy zei deze week geen nationale conclusies te verbinden aan de regionale verkiezingen. Maar hij staat onder druk. Zijn populariteit is lager dan ooit, drievijfde van de Fransen rekent zich tot de oppositie. Zijn stijl wekt irritatie, politieke tegenstanders beschuldigen hem van misbruik van zijn positie als president.

Zo ontkent Sarkozy campagne te voeren, maar hij reisde de afgelopen weken wel de regio’s af om kandidaten van zijn eigen partij op te zoeken, onder wie zestien ministers. Toen een socialistische regiopresident hem daarop aansprak, werd zij uitgefloten door het publiek, dat door medewerkers van Sarkozy was geselecteerd.

Op korte termijn weet Sarkozy zich veilig. Sinds de invoering van de vijfjarige termijn van de president (het quinquennat) in 2002 is er geen reële kans meer op een cohabitation, een gedwongen ‘samenwonen’ tussen een president en een parlementaire meerderheid van een andere kleur.

Juist daarom liggen de regionale verkiezingen gevoelig, meent Vincent Tiberj. „Door het quinquennat hebben de regionale verkiezingen een nieuwe nationale betekenis gekregen, als mid-term elections”.

Bij de vorige regionale verkiezingen, in 2004, leverde dat de uitzonderlijke score op van de socialisten: ze wonnen alle regio’s op twee na. Een nieuw gekozen socialistische regiopresident groeide daarna uit tot de belangrijkste linkse kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Dat was Ségolène Royal, nu favoriet voor haar eigen opvolging in de Poitou-Charentes.

En nu? Martine Aubry, sinds een jaar partijleider van de Parti Socialiste, heeft haar partij ten doel gesteld alle regio’s te winnen. „Als dat lukt, kan Aubry uitgroeien tot ons alternatief voor Sarkozy”, zegt Pierre Moscovici, een socialistisch kopstuk.

Maar de socialisten zijn niet de enige uitdagers. Ook bínnen links worden de kaarten opnieuw geschud. Ook daarvoor kijkt iedereen naar de Elzas.

Ze hebben het tot elf uur ’s avonds uitgehouden, de honderden groene kiezers die vanavond het muziek- en congrescentrum van Straatsburg vullen. Een sterrenpanel hebben ze voorbij zien komen, met onder anderen ex-rechter Eva Joly en antiglobalist José Bové, Europarlementariërs voor de nieuwe formatie Europe Ecologie. Vorig jaar haalde de combinatie van groene partijen en bekende persoonlijkheden bij de Europese verkiezingen verrassend evenveel stemmen als de PS.

En nu buigt de grootste ster de microfoon naar zich toe. Toenmalig lijsttrekker Daniel Cohn-Bendit hoopt dat de nieuwe partij deze maand met vergelijkbare scores als toen „een blijvende nieuwe kracht in het Franse politieke landschap” wordt. Onder meer in de Elzas zou de partij hoger kunnen scoren dan de PS.

Cohn-Bendit roept de kiezers op alvast aan de volgende presidentsverkiezingen te denken als ze hun regionale stem uitbrengen. Alleen zo kan de traditionele tweestrijd tussen linkse en rechtse kandidaten doorbroken worden, zegt hij. Cohn-Bendit is trouwens niet tevreden over zijn aanhang. Ze zeggen dat ze linkse waarden hebben. „Dat is een verhaal voor luie mensen! Wat is links? Hoort Stalin daar ook bij?” De leider van de studentenrevolte van 1968 begint zelfs aan een ode aan zijn grote tegenhanger van weleer: generaal De Gaulle. „Ook op rechts zijn er mensen geweest die op bepaalde momenten in de geschiedenis zijn opgestaan…”

Sarkozy, Cohn-Bendit, dat zijn namen die Pascal Merz in restaurant Aux Halles aan de markt in Mulhouse wel iets zeggen. Sarkozy trekt hem meer aan. „Die heeft beloofd dat hij de industrie gaat redden. Al moet je dat natuurlijk ook niet geloven.” En de regionale kandidaten? Nee, hij komt nog steeds niet op hun namen.