PvdA met Cohen berooft CDA van het premiervoordeel

Hans van Mierlo zou  smakelijk grinniken over de samenloop van omstandigheden. Net in de week waarin de D66-oprichter de klok moest stilzetten, werd  alles vloeibaar  in de Nederlandse politiek. Wordt het met Cohen, Balkenende en Wilders restauratie of doorbraak? Voorlopig een beetje van allebei. Eerst de personalia. Wouter Bos heeft met zijn gisteren aangekondigde vertrek

Hans van Mierlo zou  smakelijk grinniken over de samenloop van omstandigheden. Net in de week waarin de D66-oprichter de klok moest stilzetten, werd  alles vloeibaar  in de Nederlandse politiek. Wordt het met Cohen, Balkenende en Wilders restauratie of doorbraak? Voorlopig een beetje van allebei.

Eerst de personalia. Wouter Bos heeft met zijn gisteren aangekondigde vertrek uit de actieve politiek zijn partij een dubbele dienst bewezen. Hij geeft zijn PvdA de kans op een nieuwe start. Door tijdig Job Cohen te werven als opvolger bespaart hij de sociaal-democraten bovendien een leiderschapscrisis die, zeker in de aanloop naar verkiezingen, funest had kunnen uitpakken. Het CDA werd op het verkeerde been gezet.

Bos, die als minister van financiën Nederland door de crisis haalde, gaat opeens van dichtbij kijken hoe zijn drie jonge kinderen opgroeien. Een emancipatoire burn-out? Of zo’n vernieuwing waar D66 te vroeg mee was? Zie ook het dilemma van CDA-minister  Eurlings, die zich donderdag op zijn 36-ste oudgediend én toch toe aan gezinsvorming verklaarde.

Deze personele feiten laten de sociaal-democraten de week uitgaan met winst. Het CDA-bestuur bevestigde maandag de aanwijzing van Jan Peter Balkenende als kopman bij de verkiezingen van 9 juni. Een keuze die voortkwam uit respect maar ook  gebrek aan een wervend alternatief. Maandag kon men al vermoeden dat Eurlings ook met een veelbelovende tweede plaats op de lijst niet te houden was.

Het verkiezingsperspectief is radicaal gekanteld. Was dit eerst de crisis van Balkenende en Bos, die niet over hun schaduw  konden stappen om het landsbelang te dienen, nu krijgt de CDA-leider opeens een bewezen verzoener tegenover zich. Cohen mag het metro-debacle in Amsterdam niet hebben kunnen voorkomen, hij lijkt meer de man van het moment als het gaat om een weerwoord aan Wilders.

De PVV-leider ziet daar ook zijn kans. Nu kan hij zich afzetten tegen de man die als burgemeester van Amsterdam kopjes thee dronk met imams, de ‘opper-multiculti-knuffelaar’. Dat verwijt geeft Cohen  gelegenheid de landelijke arena te herbetreden als nieuw en toch ervaren, wijs en verzoenend. Balkenende, die zichzelf de rol van staatsman had toegedacht, heeft op het integratiefront weinig kilometers gemaakt.

De CDA-leider loopt het risico dat hij zich vooral moet profileren als prudent hoeder van de openbare financiën, een te mager appel voor een brede volkspartij. Bovendien, op dat front heeft hij drie jaar met Wouter Bos opgetrokken. En de VVD gunt hem daar weinig ruimte. JPB heeft wel iedere buitenlandse hopman de hand geschud, maar welke visie heeft hij op Nederland’s rol in de wereld?

Er is ook de gezagsfactor. Terwijl een dertiger en een veertiger de arena in het oog van de politieke storm verlaten, schuift de PvdA een jonge zestiger naar voren, ‘ a safe pair of hands’, die verschillen van mening niet uitvergroot en zelden voor draaier of leugenaar wordt uitgemaakt. Vergeleken bij hem is Jan Peter Balkenende een relatief jonge man. Een ervaren premier zonder gezagsoverwicht.

Het is niet alleen een kwestie van leeftijd of bestuurlijke dienstjaren. Job Cohen heeft als voorzitter van de PvdA-denktank aanzetten gegeven om te komen tot actualisering van de sociaal-democratie. Dat bleek in verschillende toespraken van de laatste tijd.

In Cohens kandiderings-speech gistermiddag klonk opnieuw een bestuurder die oog heeft voor  de teleurstelling van de burger tegenover een geestelijk geprivatiseerde overheid. Zijn aanval op het casino-kapitalisme kwam er natuurlijker uit dan wanneer Wouter Bos op Financiën dergelijke kritiek beproefde.

Ook in politiek-intellectueel opzicht betekent de Bos-Cohen-wissel een nieuwe horde voor het CDA. Zie ter vergelijking Balkenende’s Hofstadlezing van afgelopen dinsdag. Veel vertrouwde christendemocratische begrippen, ‘maatschappelijk middenveld’, ‘eigen initiatief van mensen’, erkenning van de het lastige parket waarin de vakbeweging zich bevindt. Steun zelfs voor Buurtzorg Nederland, het kritische antwoord op ontspoorde commerciële grootgroeitendenzen in de zorg.

Maar wat ontbreekt in zo’n toespraak is een wervend perspectief. Je zou verwachten dat  een partij die weer de grootste wil worden, en daarmee het Torentje ambieert, in zo’n Haagse redevoering grote lijnen, nieuwe ideeën en een scheut bevlogenheid zou stoppen. In plaats daarvan droge dossierkennis en christendemocratische geschiedschrijving.

De verkiezingsstrijd wordt vooral  een duel Wilders-Cohen. Niet alleen over theedrinken en minaretten. De steun van Wilders bestaat even zeer uit teleurgestelden in het proces van democratische vertegenwoordiging. Ook daar zegt Balkenende zelden iets pertinents over.

Ook voor degenen die aarzelen tussen thuisblijven of Wilders-stemmen, heeft Cohen meer munitie, bleek in zijn van Amsterdamse voorbeelden doorspekte kandideringsspeech. Wat in de grote stad niet lukte kan hem ook kwetsbaar maken. Wilders kent geen  bestuurlijk mislukkingen. Hij heeft nooit bestuurd.

Uit onderzoeken blijkt  dat Job Cohen beschikt over een trekkracht als kandidaat-premier. Meer dan Wouter Bos, maar minder dan  Neelie Kroes en Geert Wilders. Daarom doet op 9 juni de volgorde aan de finish er in het huidige landschap van subtoppers nog steeds toe.

De hernieuwde premiersrace betekent waarschijnlijk slecht nieuws voor partijen die hoopten op een vrolijke winst, zoals Groen Links en D66. Idem voor de SP, die dankzij een leidersschapswissel hoopt dat de schade meevalt. Pech voor Paars III of een linkse regenboogcoalitie. Qua mentaliteit sluiten Cohen en Balkenende elkaar helemaal niet uit. Alleen nog even kijken waar de kiezers behoefte aan hebben.