Polsband bezweert ballen

Dat wil iedereen wel: vrienden verbazen door een bal te bezweren. Naar voren, de bocht om, naar links, naar rechts... En dat allemaal zonder die bal aan te raken. Binnenkort kan jij het misschien ook.

Ivo de Boer lijkt wel een tovenaar. Langzaam zwaait hij met zijn armen. Een zwarte bal rolt om hem heen. Als Ivo een bezwerende houding aanneemt, dan rolt de bal weg. Als hij zijn arm uitnodigend voor zich uitstrekt, dan komt de bal dichterbij.

Ivo kan ook een lepel optillen door zijn hand te bewegen. Hij raakt de lepel niet aan. Ivo de Boer kan nog net niet met de lepel eten, zoals het bijzondere meisje Matilda dat doet in de film naar het boek van Roald Dahl. Maar het ziet er wel magisch uit.

Ivo de Boer is geen leerling op Zweinstein, de school van Harry Potter. Hij is vorig jaar afgestudeerd als industrieel ontwerper aan de Technische Universiteit Eindhoven. En hij kan uitleggen hoe het werkt: zo’n rollende bal aan een onzichtbaar touwtje.

Ivo heeft een polsband om en daarin zit een sensor verstopt. Dat is een apparaatje dat kan voelen of Ivo’s arm draait. Door het draaien ontstaat in de polsband een elektrisch stroompje. Links- of rechtsaf betekent dat. Via de armband gaat dat signaal door de lucht naar de bal. Een van de twee onzichtbare wielen binnenin de bal gaat nu sneller draaien en de bal maakt een bocht.

In Wii-spelcomputers en in de hipste mobieltjes zit ook zo’n sensor. Maar Ivo’s polsband heeft meer. Een tweede sensor kan voelen of Ivo zijn hand open of dicht doet. Als hij knijpt, gaat de bal sneller rollen.

Om de sensor te kunnen maken heeft Ivo goed gekeken hoe kunstarmen en kunstbenen werken. Zo’n kunstarm beweegt als iemand een spiertje spant aan het uiteinde van het stompje arm dat nog over is. De polsband van Ivo werkt iets anders. Aan de pezen die onder de huid van zijn arm bewegen, voelt die polsband wat zijn hand doet. Meer wil Ivo er niet over zeggen, want hij wil zijn idee als kinderspeelgoed gaan verkopen. En als iemand het uit de krant pikt, valt er niets meer mee te verdienen.

Michiel van Nieuwstadt