Oorlog als film

Drie pagina’s, gevuld met honderddrieënvijftig omgekomen militairen. Ze stuk voor stuk bekijken. Dat is wel het minste.

In een land in oorlog leven, dat is tegenwoordig gezellig live naar de Oscars kijken met de kinderen. Pyjama’s, natte haren, hamburgers eten in kleermakerszit. Mijn zoon wil van iedere film de keuring weten. De meeste films die hij mag zien zijn nog van de categorie ‘PG’ (Parental Guidance Suggested). Hij verlangt vanzelfsprekend naar de categorie PG-13 (Parents Strongly Cautioned). En met vrienden bespreekt hij films in de categorie R (Restricted), waarbij ze doen alsof ze alles al hebben gezien.

„Is The Hurt Locker R-rated?”, vraagt hij.

„Nou en of.”

„Waar gaat hij dan over?”

„Over oorlog.”

„Maar wat gebéúrt daar dan?”

Tsja. Daar zijn wij nog niet helemaal uit. Wij zagen The Hurt Locker, over een elite-eenheid die in Irak geïmproviseerde bommen onschadelijk maakt, de dag voordat de film zoveel Oscars wint op dvd. Terwijl we de stembriefjes invullen voor onze jaarlijkse Oscar Weddenschap, zitten we er nóg over te bakkeleien.

Leven in een land in oorlog dat is, de dag dat ik dit schrijf, The Washington Post openslaan en weer op Faces of the Fallen stuiten: drie monumentale pagina’s, gevuld met een nieuwe reeks militairen die zijn omgekomen in Afghanistan en Irak. Bij iedere naam een fotootje, rang, leeftijd en een korte omschrijving van het fatale moment. De krant doet dit ongeveer iedere twee maanden. Ik bekijk altijd dwangmatig elke foto, lees ieder bijschrift. Dat is wel het minste. De zon schijnt. Het zijn er deze keer honderddrieënvijftig. De meesten kregen vrijwel dezelfde tekst:

A makeshift bomb exploded near him in Paktika province.

A makeshift bomb exploded near him in Farah province.

A makeshift bomb exploded under him in Helmand province.

The Hurt Locker kleedt oorlog uit tot drie mannen en een zenuwslopende reeks bommen. Nummer één balanceert op de rand van een posttraumatisch stresssyndroom. Nummer twee gelooft in protocol. Nummer drie, sergeant William James, detoneert de bommen met het roekeloze genie van een kunstenaar.

Ik lees verder.

A makeshift bomb exploded under his vehicle in Wardak province.

A makeshift bomb exploded under his vehicle near Baghdad.

In de film is sergeant William James verslaafd aan de adrenaline van oorlog. Dat ook. Het motto van de film (war is a drug) kondigt dit bij voorbaat aan. Dat is het enige dat ik erop tegen heb. Ik houd niet van films die al weten wat ze betekenen voordat ik het zelf kan bedenken.

Daarover hadden wij het hier. Die film gaat over meer, maar ik kwam er niet uit wat het precies was. Dat motto snijdt je de pas af.

Ik buig me weer over Faces of the Fallen.

A makeshift bomb exploded near his vehicle in Pashay Kala.

Hoe zit het met The Hurt Locker? Een reeks Irak-veteranen en reporters die daar waren, liet hier weten dat van de werkwijze in de film feitelijk geen jota klopt. Toch meent ook een aantal onder hen dat The Hurt Locker onvervalste waarheid over oorlog toont. Ze overleven het, die mannen. Ze gaan naar huis. Maar sergeant William James keert terug voor een nieuwe ronde en daar eindigt de film. Is dat verslaving? Echt?

Ik lees Faces of the Fallen.

Derrick D. Gwaltney, 21. Shot himself in the head south of Basra.

Of is het dát?

Twee jaar geleden sprak ik voor deze rubriek een militair. William Quinn, vierentwintig jaar oud. Hij was een aandachtig langetermijnondervrager in Irak. Hij moest in een gevangenis achterhalen waaróm die mensen bommen neerleggen. Hoe ze denken. Om dat te begrijpen moest hij een verstandhouding met ze opbouwen.

Het ging om mensen zoals je ze in The Hurt Locker steeds dreigend in het decor ziet staan. De mannen verderop in de straat, op de balkons en op de daken. Iemand zal de bom tot ontploffing willen brengen. Dat kan met één druk op een gsm-knopje gebeuren.

William Quinn, die zelf een mortiergranaat bij zijn voeten zag neerkomen, leerde dingen begrijpen, maar kon me niet uitleggen wat. Hij vertelde over de vertrouwelijkheid van die verhoren. Zijn gezicht vlakbij het hunne. Intimiteit is iemand zó nabij komen dat je hem de kans geeft jou te wurgen, zei hij, en dat is helemaal niet onprettig.

Terug in Amerika mocht William Quinn op kosten van het leger studeren aan een topuniversiteit, zo goed vonden ze hem. Maar hij was erg ongelukkig. Hij wilde de oorlog eindigen en hij wilde terug naar die oorlog. Hij begreep meer van de mannen die hij daar moest ondervragen, dan van de desinteresse van zijn landgenoten.

Het werd sindsdien alleen maar erger. Toen hadden we het nog over de oorlog. Nu moet de gezondheidszorg op de schop. Nu is de oorlog een film, Restricted, en we doen alsof we alles al hebben gezien.