Inflatie als verlokking

Moet de inflatie omhoog om een volgende crisis te voorkomen? Of moet prijsstabiliteit heilig blijven? Het overschot van schulden maakt de keuze lastig voor centrale banken.

Hier is een a multiplechoice-vraag voor iedereen die zich zorgen maakt over geld. Een inflatiepercentage van 4 procent is:

a. een goed idee;

b. een kwaad dat altijd moet worden gevreesd;

c. wellicht minder pijnlijk dan de alternatieven.

Alle antwoorden doen momenteel de ronde, alle drie kloppen ze voor een deel. Het eerste antwoord komt van Olivier Blanchard, hoogleraar aan het MIT en hoofd onderzoek bij het Internationale Monetaire Fonds. Volgens hem luidt een één les van de crisis dat „het streven naar een nominale nulrente kostbaar is gebleken”.

Met andere woorden: toen de wereldhandel in 2008 ineenstortte, hadden de centrale banken de rente verder willen verlagen dan mogelijk was. De autoriteiten werden gedwongen hun toevlucht te nemen tot riskantere vormen van stimulering: kwantitatieve versoepeling en grote begrotingstekorten. Blanchard oppert dat als de inflatie - en als gevolg daarvan de rente - vóór de crisis hoger was geweest, de centrale banken meer bewegingsruimte hadden gehad.

Blanchard is niet ingegaan op de risico’s die vastzitten aan het ongedaan maken van de nieuwe stimuleringsvormen. Maar zelfs het gruwelijkste scenario - deflatie, een zeepbel of hyperinflatie - zou waarschijnlijk niet hebben volstaan om Axel Weber en Philipp Hildebrand ervan te overtuigen dat het beter zou zijn geweest om van het begin af aan al een hoger inflatiepercentage te hebben. De hoofden van de Duitse en Zwitserse centrale banken hebben in de Wall Street Journal geschreven dat Blanchard het eenvoudigweg „bij het verkeerde eind” had.

Zij stelden dat „prijsstabiliteit een essentieel publiek belang” is, waarvan niet mag worden afgeweken omwille van iets meer vrijheid voor de beleidsmakers. Het duo zei dat het onconventionele monetaire beleid „effectief” is geweest, hoewel door hen geen aandacht werd geschonken aan het begrotingsbeleid of aan de risico’s die de centrale banken lopen.

Blanchard zou wel eens te optimistisch kunnen zijn over het effect van renteverlagingen, maar Weber en Hildebrand onderschatten waarschijnlijk de risico’s van een te lage inflatie in de met te veel schulden overladen wereld. Als de lonen en prijzen niet veel stijgen, zullen meer kredietnemers hun leningen niet kunnen aflossen. Dat kan leiden tot een nieuwe kredietcrisis en een nieuwe recessie.

Het gevaar van resterende schulden werd aangetoond in een historische studie van twee andere beroemde economen, Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff. Als de ervaringen uit het verleden een aanwijzing vormen, kan de schuldenlast de economische groei nog jarenlang vertragen. Een hoger inflatiepercentage kan deze last verlichten, zowel door de reële waarde van de schulden omlaag te brengen als door de reële lonen in slecht concurrerende economieën te laten dalen, zonder de werknemers met onaanvaardbare loonsverlagingen af te schepen.

Maar de beste manier om met een overschot aan schulden om te gaan, is voorkomen dat zo’n overschot überhaupt ontstaat. Als het er eenmaal is, heeft het behoedzame beleid van Weber en Hildebrand veel nadelen. Als de schulden zo hoog zijn, zou een aanhoudend lage inflatie vergezeld moeten gaan van uitgebreide en gecoördineerde afschrijvingen van onbetaalbaar geworden leningen.

In de praktijk zou een harde monetaire lijn leiden tot pijnlijke faillissementen en mogelijk tot verliezen voor de spaarders. De schok van zo’n deflationaire kuur kan de patiënt de kop kosten. Overheden kunnen helpen door nog grotere begrotingstekorten, maar hun eigen schuldenlast zou onbeheersbaar worden als de belastinginkomsten niet worden aangejaagd door hogere prijzen.

Een hoger inflatiepercentage zou realistischer zijn, ook al is het politiek eveneens impopulair en gaat het gepaard met risico’s en pijn. Japan heeft ondervonden dat het lastig kan zijn een hogere inflatie te bewerkstelligen. Een hogere inflatie is moeilijk te beheersen, kan de investeringen ontmoedigen, de speculatie aanwakkeren en spaarders van hun geld beroven. Toch kon het wel eens het minst slechte alternatief zijn.

Sommige schuldenoverschotten zijn omlaag gebracht door groei en soberheid, andere door enorme saneringsoperaties. De inflatie heeft daarbij ook een grote rol gespeeld. Volgens economen van Morgan Stanley heeft inflatie een groot deel van de schuldensanering na de Tweede Wereldoorlog voor haar rekening genomen.

Blanchard bepleit niet zozeer een hoger inflatiepercentage als oplossing voor de excessen uit het verleden, maar oppert slechts dat het zou kunnen helpen bij toekomstige problemen. Maar zijn boodschap dat de prijsstabiliteit niet als iets absoluuts en onwrikbaars moet worden beschouwd, is een teken des tijds. Als de recente signalen die wijzen op een toenemende zwakte van de wereldeconomie een tweede recessie blijken te hebben aangekondigd, kan de verlokking van een hogere inflatie wel eens onweerstaanbaar blijken.

Edward Hadas©Breaking viewsVertaling Menno Grootveld