In de Rotterdamse Doelen is het nu al volop zomer

Klassiek Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin. Gehoord: 12/3 De Doelen Rotterdam. Herh.: 14/3 14.15 uur. Res. 010 2171717 ****

Het is nog niet eens lente, maar in de Rotterdamse concertzaal De Doelen leek het gisteravond al ruimschoots zomer tijdens een van de mooist denkbare concerten. Drie zonnige pastorales stonden op het programma van het voortvarend en fraai spelende Rotterdams Philharmonisch Orkest. De Zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven, de Pastorale d’été van Honegger en de Tweede symfonie ‘Pastorale’ van Brahms.

Zo’n thematische programmering is typerend voor de Frans-Canadese chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin. De hier zelden gehoorde korte impressionistische Pastorale d’été van de Frans-Zwitserse Arthur Honegger is een door Nézet-Séguin goed gekozen scharnier tussen de beroemde stukken van Beethoven en Brahms. Zijn volgende concert, op 26 maart, is getiteld ‘Antiek toerisme’: historiserende en exotische muziek van Verdi, Saint-Saëns, Franck en Strauss.

De drie pastorales zijn lofzangen op de onbedorven paradijselijke natuur zoals we die na het bijbelboek Genesis niet of nauwelijks meer kennen: goede herders hoeden hun schapen, boeren en boerinnen doen een dansje, lam en leeuw liggen vredig tezamen.

Bij Nézet-Seguin bestaat geen gevaar voor al te veel zachtaardige of zweverige romantiek. De Szene am Bach in Beethovens Pastorale is zacht en zwoel. De sfeervolle driedelige Pastorale d’été van Honegger heeft een vaak kalm karakter en lijkt het bergachtige complement op Debussy’s La mer. Hier bloeien ook in het diepste dal de bloemen uitbundig.

Maar net als Nézet-Séguins vorige opmerkelijke Beethovens heeft de oer-Pastorale van Beethoven vooral veel stevigheid en een bijzonder beeldend onweer.

In Brahms’ zonnige en zomerse Tweede symfonie klinken de landschapsschilderingen, vooral dankzij de uitmuntende houtblazers, met tal van kleurschakeringen, blinkend en glanzend terwijl een magistraal stralende zon zich langs het uitspansel beweegt.

Deze Brahmssymfonie eindigt op de extra spectaculaire manier waarin Nézet-Séguin zo kan excelleren: een dynamisch en enerverend triomfalistisch slot. Lang leve het goede, de natuur en de schoonheid.