In Dalfsen gebeurt het

Joris Luyendijk probeert de elektrische kiepauto in Dalfsen. ‘Het went.’

Vorige week scheurde uw correspondent door de binnenstad van Amsterdam in een elektrische sportwagen van dik een ton, dit tot boosheid van enkele lezers die duurzaamheid slechts lijken te kunnen bekijken door de glazen van hun calvinistische bril. Gij. Zult. Niet. Genieten. Maar uw correspondent zal wel degelijk genieten. Kijk hem daar zitten aan het stuur van een elektrische kiepauto van de plantsoenendienst in de Overijsselse gemeente Dalfsen.

Jazeker, een kiepauto in de Overijsselse gemeente Dalfsen. Toen ik een klein jaar geleden dit correspondentschap elektrische auto’s en nieuwe journalistiek ontwierp, deed ik dat mede door een krantenberichtje over deze kiepwagen. Het ding kon worden aangeschaft zonder een cent extra subsidie. Wie elektrisch rijdt, betaalt geen aanschaf- en wegenbelasting. Elektriciteit is per gereden kilometer veel goedkoper dan benzine. Een elektromotor eist minder onderhoud en smeerolie. Zo komt het plaatje rond. Cruciaal is dat zo’n kiepauto per dag hooguit tachtig kilometer hoeft te rijden, en niet harder dan dertig per uur mag. Daardoor volstaat een klein accupakket, en blijft de aanschafprijs binnen de perken.

Ter vergelijking: wie nu de elektrische personenauto Think! koopt, betaalt vier keer de prijs van een qua omvang vergelijkbare Volkswagen Golf. Dan heb je een auto met veel minder bagageruimte en een bereik van hooguit 150 km. Zo ver liggen voor de gewone consument benzine en elektrisch nog uit elkaar. Maar soms kan de overstap al, en in Dalfsen gebeurt het.

Ik meldde me bij Otto Koerhuis, wiens visitekaartje hem ‘uitvoerder van het Wijkteam Dalfsen’ noemt. Al een klein jaar hebben we contact, eerst over of de kiepauto er eindelijk was, en toen over hoe die beviel. Het terugkerende woord was ‘kinderziektes’. Op zich viel dat allemaal te behappen, want de dealer kwam bij ieder mankement meteen een vervangauto brengen. Inmiddels staat er 1.700 kilometer op de teller.

Hoe ging dat nu, zo’n overstap naar elektrisch? Ach, zei Koerhuis, ze verduurzamen al heel lang bij de buitendienst, zoals de plantsoenendienst eigenlijk heet. Er moest een nieuwe kiepauto komen, en toen zijn ze op internet gaan kijken. Offertes opgevraagd, en zo kwam de zogeheten Miles er als beste uit. Een dealer uit de buurt kon hem regelen.

Zo simpel, en er kwam geen visionaire politicus aan te pas. Het grote voordeel daarvan? De overstap werd gedragen door de medewerkers zelf, dus zaten ze ook de kinderziektes geduldig uit. Wat een verademing om eens met mensen te praten die zo’n experiment gewoon aangaan.

Iedere week weer loopt het webhoekje van uw correspondent op nrc.nl vol met kanttekeningen, kritiekpunten, vraagtekens… Wat kunnen wij Nederlanders dat goed zeg! Ergens op ‘afdingen’. Nadelen bedenken. Risico’s. Dreigingen. En als er dan toch nog iets wordt gedurfd en het loopt anders: de schuldvraag stellen. Zondebokken aanwijzen. De zwartepiet uitdelen. Pfff.

Dus plantsoenendiensten aller Nederlandse gemeenten verenigt u en ga elektrisch? Ik besloot het te vragen aan Kees Kramer, weer zo’n verrukkelijk nuchtere Overijsselaar. Kramer rijdt dagelijks in de kiepauto, vandaar het nummerbord dat collega’s erop bevestigde: ‘elektrokees’. Wat zou hij collega’s adviseren elders in het land die zijn begonnen aan zo’n kiepauto? Hij grinnikte, dacht een seconde na en koos toen voor de waarheid: „Wees niet te negatief. Het went.”

Een korte stilte vulde de elektrische kiepauto. Wat Kramer vooral miste, zei hij, was de flexibiliteit. Met de benzinekiepauto kon hij ook de snelweg op, bijvoorbeeld even een boodschap doen in Ommen. Dat is er met deze wagen niet bij. Er was in het begin dus regelmatig iets mee, en hij rijdt anders. Maar nu zou hij niet anders meer willen? Elektrokees grijnsde breed.

Terug in de elektrische trein bedacht uw correspondent waarom deze expeditie zo weldadig aanvoelde. Het was de mentaliteit van aanpakken en niet zeuren, en het was de ontspannen sfeer. Omdat dit initiatief van de uitvoerders onderop komt, is er geen politiek prestige mee gemoeid en zit niet iedereen permanent in de stress over ‘de beeldvorming’. Er hoeft dan ook geen voorlichter bij en je bent opeens, heel gek, gewoon als volwassenen onder elkaar.

Tot nu toe hebben hooguit een of twee gemeentes bij Dalfsen geïnformeerd naar de elektrische ervaringen. Dat moet natuurlijk veel beter, want wat heb je aan pionieren als je de opgedane kennis niet deelt?

Zie ook nrc.nl/weekblad voor de weblog van Joris Luyendijk