'Ik kan vogels goed begrijpen'

Natuurbeschermers, wie zijn zij? Als kind spijbelde ornitholoog Nico de Haan om naar vogels te kijken. ‘Vogels lijken op mensen.’

Nico de Haan is de bekendste vogelaar van Nederland. Er zijn weinig programma’s op radio en televisie over vogels waarin hij niet aan het woord komt. Ontelbare programma’s zijn gemaakt met deze karakteristieke natuurliefhebber die, een tikje verlegen, huiselijk vertelt over het leven van vogels dat vaak zo aan het gedrag van mensen doet denken.

En dat terwijl de domineeszoon aanvankelijk helemaal geen affiniteit met radio en televisie had. „Ik vond het eng om iets te zeggen en dat een dag of wat later terug te zien.” Maar ja, hij werkte vanaf de jaren zeventig bij Vogelbescherming Nederland en de toenmalige directeur had niet zo veel zin om de mediacontacten te onderhouden. „Doe jij het maar”, had hij gezegd. Nico de Haan weet nog precies hoe het begon. Hij voerde namens Vogelbescherming Nederland het woord tijdens een radioreportage over hoogspanningsleidingen in het Gelderse Rossum langs de Waal, die wat hem betreft beter ondergronds konden worden aangelegd. Na die reportage vroeg het radioprogramma Vroege Vogels hem of hij niet elke week aan een vogelspelletje zou willen meedoen. Zo is het gekomen.

Denk niet dat hij het na dertig jaar wel even uit zijn mouw schudt. „Als je met een televisieploeg op pad bent, moet je wel de kennis op orde hebben. Als ik een interessant vogeltje zie tijdens de opnamen, kan ik niet even een vogelboek pakken en daarna weer terug naar de camera lopen. Je moet je verhaal vertellen op momenten dat min of meer toevallig op de achtergrond die ene vogel in beeld kan worden gebracht.” Hij doet het nog steeds met veel plezier. „Je moet het leuk vinden om kennis over te dragen. Om genot met anderen te delen.”

De ornitholoog heeft van zijn hobby zijn beroep gemaakt. Als scholier, vertelt hij, verzuimde hij vele uren omdat hij onderweg veel te veel mooie vogels tegenkwam. „Ik fietste van Zalk naar Hattem langs de uiterwaarden van de IJssel. Prachtig natuurlijk.” Lang niet altijd merkten zijn ouders iets van dat verzuim. „Ik ging op tijd weg en zorgde dat ik gelijk met de andere kinderen weer thuis kwam.” Later heeft hij zijn schooluren ingehaald, op de avondmulo en op de bosbouwschool. Hij is houtsjouwer, bosbouwer en boswachter bij Natuurmonumenten geweest, en belandde uiteindelijk bij Vogelbescherming. Zes jaar geleden begon hij voor zichzelf. Hij klust voor radio en televisie en maakt ook zelf programma’s voor bedrijven. Verzorgt excursies naar de mooiste vogelgebieden. „We gaan met de bus naar bijvoorbeeld Texel of het Lauwersmeer.” Twee dagen per week werkt hij voor zijn website. Nico de Haan schrijft nieuwsbrieven en biedt cursussen aan, die je „laagje voor laagje” scholen op het gebied van tuinvogels, vogels in de vrije natuur, roofvogels en vlinders. En elke ochtend fietst hij een half uur in de omgeving van zijn woonplaats Scherpenzeel in de Gelderse Vallei. „De laatste dagen ontmoet ik telkens een ijsvogel. Hij zit steeds op dezelfde plek langs een beek. Ik kijk zogenaamd voor me uit om hem niet te verstoren en hij doet hetzelfde.”

Vandaag is Nico de Haan niet in de natuur, maar in de studio van Vroege Vogels. Met redacteuren keuvelt hij wat en komt te spreken over de enorme veranderingen die zich de laatste decennia in Nederland hebben afgespeeld. Nico de Haan: „Als kind heb ik gezien hoe mooi het landschap nog was. Vanaf de jaren vijftig is er veel vernietigd. Maar de afgelopen jaren is er toch weer een omslag. Er is zo veel moois te zien. Ik zag laatst nog drie zilverreigers tegelijk!” De redacteur van Vroege Vogels: „Daar had je vroeger een dag vrij voor genomen.” Nico de Haan: „Het draagvlak voor natuur en vogels is veel groter geworden. Ik maak nu zelfs een film over hoe je vogelvriendelijk kunt bouwen in samenwerking met een bouwbedrijf. Dat was dertig jaar geleden echt ondenkbaar.”

De microfoons gaan open en vervolgens voeren drie heren een gesprek over merelgezang. Ze krijgen fluitende merels te horen en geven commentaar. Nico de Haan brengt een onvoorstelbaar groot aantal veronderstellingen te berde over wat de merels deden of voelden toen zij dit of dat geluid maakten. Merels die leren zingen. Merels die in het bos worden opgeschrikt door bezoekers. Merels die hun territorium bewaken. Merels die het fluitje nadoen van iemand die zijn hond naar binnen roept. Merels die zo mooi melancholiek kunnen zingen als tijdens de Dodenherdenking op 4 mei alles stil is. Merels die hun jongen waarschuwen dat er gevaar dreigt. Jonge merels die krijsen om eten.

Nico de Haan vraagt om de opnamen even stil te leggen omdat hij even wil nadenken over iets wat hij wil vertellen. O ja. Dat vogels hun jongen vaak snel iets te eten geven, niet omdat ze bang zijn dat ze verhongeren, maar om hen stil te krijgen. Want met al dat gekrijs verraden ze hun aanwezigheid aan roofvogels. En voor je het weet hebben die roofvogels een paar jonge mereltjes te pakken. „Net als bij mensen. Wij stoppen een huilende baby een fles in de mond. Huilende baby’s zijn gevaarlijk.”

Na de opnamen vertelt Nico de Haan over zijn favoriete vogel. De gaai. „Je mag tegenwoordig geen Vlaamse gaai meer zeggen, hè.” Een gaai is mooi van kleur. Een gaai heeft veel non-verbale communicatie. „Je kunt zien wanneer hij gelukkig is. Dan zet hij bijvoorbeeld zijn kuifveren op.” Een gaai is erg intelligent, als lid van de familie der kraaiachtigen. Een gaai verzamelt elk jaar achtduizend eikels die hij in de omgeving verstopt, voor de hele winter. Het is een vorm van vooruitdenken en dat intrigeert de ornitholoog wel. „Sparen en beleggen.” Dat vooruitdenken herinnert ook aan hoe mensen zich in de westerse klimaten gedragen. „In Afrika eet je iets, gaat slapen en de volgende dag eet je weer iets. Maar in het Westen is niet altijd voedsel. Je moet sparen voor de winter.” Ja, zegt Nico de Haan, vogels lijken op mensen. „Ze zijn goed te begrijpen.”