Het humanisme als wapen

Miguel Delibes was de laatste grote schrijver uit de generatie van na de Spaanse burgeroorlog. Hij schreef met rauwheid en passie.

De Spaanse schrijver Miguel Delibes, die gisteren op 89-jarige leeftijd overleed, dankt zijn bescheiden faam in Nederland vooral aan een film. In 1984 werd Los santos inocentes van Mario Camus, naar de kort daarvoor verschenen gelijknamige roman Heilige dwazen van Delibes, bekroond in Cannes en draaide vervolgens in Nederland met veel succes in de bioscopen.

De film toont het nog bijna feodale leven op het Spaanse platteland met een even ontluisterende rauwheid als Delibes het in zijn roman gedaan had. Diepe indruk maakte de simpele ziel Azarías (gespeeld door Francisco Rabal), die zijn landheer als een hond zo trouw is, totdat die laatste uit balorigheid Azarías’ getemde uil doodschiet. Dat moet hij met de dood bekopen.

Hoewel er een vijftal romans van Delibes in het Nederlands is vertaald, heeft zijn werk hier nooit veel weerklank gevonden. In Spanje gold hij echter als de laatste grote schrijver uit de generatie die kort na de Burgeroorlog debuteerde. Delibes schreef een zestigtal boeken: romans, reisverslagen, essays en verhandelingen over de jacht: zijn grote passie. Hij beschreef met diepgaande kennis het traditionele leven in Castilië, waarvan hij vooral de grote taalrijkdom in zijn boeken verkende.

Delibes debuteerde in 1947 en brak drie jaar later door met de roman El camino (De weg), waarin hij de pijnlijke volwassenwording van een kind en zijn weg van het platteland naar de stad beschrijft.

De in 1966 verschenen roman Cinco horas con Mario (Vijf uur met Mario) is zijn onbetwiste meesterwerk gebleven. Het boek vormt één lange weeklacht van een vrouw die waakt bij het lichaam van haar man. Gaandeweg blijkt ze een bekrompen geest die nooit de intellectuele vooruitstrevendheid van haar echtgenoot begreep.

Hoewel hij conservatief was ingesteld, verwierf Delibes voldoende aanzien bij de jongere generaties Spaanse intellectuelen om het hoofdredacteurschap van het dagbald El País aangeboden te krijgen. Hij wees het af omdat hij zichzelf niet in de hoofdstad Madrid zag wonen (‘Als Vallodalid al een parkeerplaats is, dan is Madrid vijf keer zo erg’).

Het humanisme dat Delibes aan de harde les van de Burgeroorlog had overgehouden, beleed hij liever in zijn boeken. In zijn laatste grote roman, El Hereje (De ketter) uit 1998, vertelt hij het verhaal van een protestantse textielhandelaar uit de tijd van Karel V en Filips II, die op de brandstapel eindigt als slachtoffer van het fanatisme waartegen Delibes zich zo hardnekkig verzette.