Goed idee, maar wie betaalt die kleinere scholen?

Hoewel het beeld dat Leo Prick van schoolbesturen schetst enigszins herkenbaar is, worden twee mogelijkheden om die bestuursmacht enigszins te doorbreken, niet genoemd (Opiniepagina, 10 maart). Allereerst het lid worden van de schoolvereniging als die er is en daarmee invloed proberen te verwerven via de ledenvergadering. Toegegeven: dan hebben we het over een minderheid van de scholen in het voortgezet onderwijs. De tweede mogelijkheid zet meer zoden aan de dijk: de (centrale) medezeggenschapsraad.

De suggestie om kleinschaliger te gaan werken, onderschrijf ik: de weldadigheid van de kleinschaligheid heb ik aan den lijve ondervonden in mijn werk. Echter, er wordt niet bij verteld hoe je die kleinschaligheid kunt financieren. Immers, ‘eenheden’ van 400 à 500 leerlingen zijn niet levensvatbaar wat betreft het betaalbaar houden van een gezonde, evenwichtige bovenbouw bijvoorbeeld. Dat leidt dan tot monoculturen van alleen onder- of bovenbouw. Daardoor wordt de doorgaande lijn gemist en komen er (te) grote aansluitproblemen. Klein is fijn, maar wie zal de betaalmeester zijn?

M. Sinke

Moerkapelle