Engeltjes van gematigd extremisme

De democratie rust niet op een onveranderlijke fundering. Zij functioneert op basis van de procedure. De spelregels bepalen de grenzen van de democratie. En omdat er spelregels zijn die variëren, kent de democratie vele afgronden. Al een paar eeuwen voor Christus wist Aristoteles dat de democratie een broeinest kan worden voor demagogen. En toch is de democratie het beste wat de mensheid ooit is overkomen.

De democratie kan functioneren wanneer de samenleving enige vorm van cohesie en verbondenheid vertoont. Het optimale functioneren van de democratie is afhankelijk van de naleving van de spelregels. De democratie werkt nu in Irak gebrekkig omdat daar de sociale cohesie ontbreekt.

Omdat de democratie op de stemmen van een tijdelijke meerderheid drijft, kunnen zelfs de spelregels ter discussie worden gesteld, of in het slechtste geval terzijde worden geschoven. Wat zijn deze spelregels? De periodieke verkiezingen, de vrijheid van meningsuiting, en enige vorm van de scheiding der machten waren van oudsher de belangrijkste spelregels van de democratie. De moderne tijd voegde daar ook het gelijkheidsbeginsel aan toe. De democratie brengt een instabiele en fluctuerende samenlevingsvorm teweeg, maar zolang de democraten de spelregels respecteren, is de democratie in staat om haar eigen afgronden te overwinnen. De democraten moeten dus zonder vrees hun opponenten tegemoet treden. Zonder vrees, omdat de democratie zelf de voorwaarde schept voor conflicten. Zodoende is zij een conflictueuze samenlevingsvorm. De aard van de democratie is het conflict, de botsing van ideeën, opvattingen en ideologieën.

Wie de eeuwige rust en vrede nastreeft, moet niet in een democratische samenleving gaan wonen. De democratische onrust leidt, paradoxaal genoeg, tot vreedzame vormen van conflictbeslechting: de winnaar van vandaag is de verliezer van morgen. Dit lijkt op het leven zelf: met elke geboorte wordt ook de eindigheid, de dood aangekondigd. Winnen en verliezen, dood en geboorte horen bij elkaar. Het eeuwige leven en de eeuwige winnaar bestaan er niet. Maar soms tast de democratische mist ons gezichtsvermogen aan. Soms zijn de winnaars niet de echte winnaars en de verliezers niet de echte verliezers. Het gezichtsbedrog, de democratische mist, is één van de afgronden van de democratie.

Ons land is weer onrustig geworden door de werking van de democratie. De revolte van Fortuyn werd al een aantal keren doodverklaard. Hoe kwam men tot deze constatering? De LPF, de partij van Fortuyn, werd weggevaagd uit het politieke bestel, maar niet de mensen die daarop hadden gestemd. En daarna begon de politieke instabiliteit in Nederland. Want de democratie is niet bij machte om de verzwakte samenhang onder de bevolking op te heffen. Uiteindelijk functioneert de democratie, als een politiek regime, niet zonder de wil van het volk. ‘De wil’ is geen maakbare zaak, het is evenmin een totalitair, allesomvattend geheel. Toch kan zonder de wil van het volk geen democratie en ook geen volk bestaan.

Het is politici van de bestaande politieke stromingen niet gelukt om de meerderheid van de Fortuyn-stemmers aan zich te binden. Te vroeg vierde men het einde van de revolte. Hier moeten we te rade te gaan bij een van de grote deskundigen van het Nederlandse burgerdom.

In Nederlands Geestesmerk uit 1935 schreef Johan Huizinga dat hier de vrijheid groter was dan elders. En de verdraagzaamheid? Zij belandde hier niet echt van harte, aldus Huizinga. Het burgerlijke karakter gaf eenheid aan het Nederlandse volk. Volgens Huizinga zou het Nederlandse volk niet echt vatbaar zijn voor het politiek extremisme. Er is slechts ruimte voor gematigd extremisme. Al in 1935 wist Huizinga dat het partijstelsel niet langer werkte. Het land kon niet meer langs godsdienstige opvattingen worden geordend. Er bestond geen grondslag meer voor confessionele partijen. Ja, in 1935 kondigde Huizinga de ontzuiling aan. En een christelijke staatspartij? „Een christelijk staatspartij is enkel op haar plaats in de verdrukking. Christendom en heerschappij verdragen elkaar nu eenmaal niet.”

Zijn dan de Nederlanders engeltjes van gematigd extremisme? De meester uit Leiden kende zijn eigen volk perfect: „Ons vaderland met zijn neiging tot sektarisme op elk gebied (…).” Wat is dan het wezenskenmerk van dit volk? Niet de verdraagzaamheid, die kwam niet van harte. Wat Nederland bijzonder maakt, is vrijheid: „Er zijn er maar enkele, die aan een strijd om vrijheid hun bestaan en hun wezen danken. Een ervan is Nederland. Vrijheid, hoe eng ook verstaan, is de gist van onze natie geweest. Laat Nederland met het kostbaar erfgoed van vrijheid voorzichtig zijn.” Dit zijn wij: een sektarisch verdeeld volk dat zijn eenheid in zijn stichtingsakte, de vrijheid, ervaart.

Zijn wij voorzichtig geweest met ons erfgoed, de vrijheid? Twee politieke moorden, de capitulatie van overheidswege rond een internetfilmpje (Fitna), de vervolging van een volksvertegenwoordiger wegens zijn opvattingen, en de dagelijkse neerbuigende statelijke houding richting het tirannieke verlangen van de islamitische krachten, lijken aan te geven dat wij slordig zijn geworden met het belangrijkste kenmerk van onze natie. De omhelzing van de islam onder het mom dat het geesteskenmerk van Nederland verdraagzaamheid is, verergerde de crisis van het partijenstelsel en de regentencultuur.

Vrijheid en democratie horen bij elkaar. Ze veronderstellen elkaar. Maar niets is duurzaam zonder gezag. Enerzijds maakt de vrijheid de democratie mogelijk, maar anderzijds kan de vrijheid niet functioneren zonder gezag en gezaghebbende mensen.

De economische crisis kan die andere crisis, de crisis van het gezag, niet verbloemen. De economisering en juridisering van maatschappelijke vraagstukken zullen de gezagscrisis alleen maar vergroten. Er is dus behoefte aan leiderschap. Maar wat is dat? Ook hier moeten we luisteren naar Huizinga: „Leiding, gaarne, mits leider betekene gids, wegwijzer, en niet heerser.” Democratie en heersers verdragen elkaar niet. De mist is nog niet opgetrokken. De verzorgingsstaat heeft de vrijheid dramatisch ingeperkt, en de politieke elites zijn daardoor overmoedig geraakt. De Fortuynrevolte wilde de elites inperken, en van die behoefte is niets verdwenen. Wellicht zal de onrust meer aanwakkeren dan ons lief is.

Reageren kan op nrc.nl/ellian (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)