Eindeloze missie in boekvorm

De hobby van drie biologen liep uit de hand. Deze week verscheen de Digitale Atlas van Economische Planten, een standaardwerk met bijna 4000 plantensoorten van economisch nut.

Eens in de paar maanden is het een feest voor René Cappers, Renée Bekker en Reinder Neef. Wanneer een van de drie op reis is, stuurt hij of zij postzendingen met koopwaar naar huis die ze later gedrieën openmaken. Gaat zo’n doos open, dan stijgt eerst een intense geur op. En dan komen de verhalen.

In de dozen zitten gedroogde kruiden, poeders, thee, zaden en vruchten die op lokale markten zijn ingekocht in een ver en meestal exotisch land. De drie biologen zijn fanatieke verzamelaars met een felle interesse voor economisch waardevolle planten. Hun uit de hand gelopen hobby resulteerde in een bijzonder product, dat deze week verscheen: de Digitale Atlas van Economische Planten. Een driedelig boek en bijbehorende website waarop vierduizend plantensoorten worden beschreven en afgebeeld, die op een of andere manier van economisch nut zijn voor de mensheid. Cappers is bijzonder hoogleraar paleo-ecologie in Groningen, Bekker werkt in Groningen als ecologe en Neef is als archeobotanicus verbonden aan het Deutsches Archäologisch Institut in Berlijn. De trotse samenstellers presenteerden het werk dinsdagmiddag in de Amsterdamse Hortus Botanicus.

Meer dan 10.000 foto’s van 3953 soorten bevat de Atlas, allemaal ingedeeld op familie en geslacht. Naast de wetenschappelijke naam zijn de naam van het plantendeel en het economisch gebruik vermeld. Behalve zaden en vruchten zijn bloemen, stengels, bladeren en ondergrondse plantendelen afgebeeld, of de uiteindelijke producten die op pittoreske marktjes en winkeltjes ergens op aarde verkrijgbaar zijn.

AANBOD

Het idee voor de Atlas kwam van René Cappers, die ook in 2004 de Digitale Zadenatlas van Nederland initieerde. Hij is archeobotanicus, en onder andere geïnteresseerd in de handelsroutes van plantenmateriaal in het verleden. Tijdens zijn veldwerk ontdekte hij dat het aanbod flink aan het veranderen is, ook in ontwikkelingslanden. “Het aanbod wordt smaller, commerciëler, net zoals winkelcentra overal ter wereld verschralen. Vooral veel medicinale planten verdwijnen uit de handel. Daarom had dit project ook urgentie. Als we het nu niet deden, lukte het niet meer op deze manier.”

De Digitale Atlas van Economische planten is niet het eerste standaardwerk over economische planten, maar bestaande versies hebben als manco dat ze voornamelijk afbeeldingen bevatten van de hele plant – niet van de zaden, of andere plantendelen waar de producten van gemaakt worden. Niet handig als je ergens in Nigeria op een markt staat en wilt weten wat voor zaden je in handen hebt, of in het Surinaamse oerwoud vruchten ziet waarvan je wilt weten of ze worden verhandeld. En dat is precies het uitgangspunt van de samenstellers: de eigenaar moet zijn atlas kunnen gebruiken om plantproducten die hij tegenkomt te koppelen aan een wetenschappelijke plantennaam, of andersom van plantendelen te weten komen op wat voor manier ze ergens ter wereld worden toegepast. Daarom bevat het boek niet alleen de wetenschappelijke naam, maar ook indexen met de farmaceutische naam, en de benaming in het Engels, Duits, Frans, Nederlands, Spaans, Arabisch, Arabisch in transliteratie, Turks, Chinees, Pinyin (Chinees in transliteratie), Hindi, Sanskriet en Malayalam – alleen al ruim vierhonderd pagina’s in totaal.

NIET VOLLEDIG

Het verzamelen van economische planten is een eindeloze klus. De samenstellers pretenderen dan ook absoluut niet volledig te zijn. Bekker: “De belangrijkste planten staan erin, en dat zijn er meer dan in de andere standaardwerken. Maar in feite is dit werk nooit af.” Vele markten en kruidenwinkels in de oude wereld zochten de onderzoekers de afgelopen jaren af om hun vergelijkingscollectie uit te breiden. Tot in het obsessieve waren ze bezig met het vinden van aanwinsten. Cappers: “Mijn vrouw was nogal eens geneigd te zeggen ‘deze had je toch al?’ Maar dan was ik overtuigd dat het net weer een andere variant was. Gelukkig is ze zelf ook een fervent verzamelaar.”

Het grote publiek kan voorlopig gebruik maken van een beperkte versie van de website, die toch al heel wat zoekmogelijkheden biedt. Mensen die meer willen krijgen voor iets meer dan driehonderd euro het 3-delige full colour-boek van ruim 2000 pagina’s en een inlogcode voor de volledige site. Enkele honderden exemplaren hiervan gingen al in de voorverkoop. Vooral professionals als zaadveredelaars, biotechnologen, farmacologen en ecologen bestelden de Atlas, maar ook bibliotheken in landen als China, Nigeria en Uruguay. De Nederlandse Plantenziektekundige Dienst toonde al interesse, om invasieve en illegale planten- en zadensoorten te kunnen identificeren. Ook de douane op Schiphol zou het kunnen gaan gebruiken. Volgens uitgever Barkhuis is de helft van de kopers ‘gewoon’ liefhebber. De Digitale Atlas van Economische Planten is een onderdeel van de ‘Digitale Plantenatlas’, een gezamenlijke uitgave van de Rijksuniversiteit Groningen en het Duitse Archeologische Instituut.

MICROFOTO’S

Eén relatief grote subsidie kregen de samenstellers, voor de aanschaf van een camera-installatie waarmee ze gestandaardiseerde microfoto’s maakten van de duizenden zaden en vruchten. Verder kregen ze een klein aantal cultuursubsidies. Wetenschappelijk subsidiegeld haalden ze nog niet binnen. Bekker: “Pas nu hebben we voldoende kritische massa om AIO-onderzoeksprojecten aan te vragen. Maar zelfs dan is het nog afwachten.”

Voor de onderzoekers hebben bijna alle planten een bijzonder verhaal. Zoals de Salvadora persica, een kleine boom die voorkomt in het Midden-Oosten en waarover Cappers leerde dat de takjes, miswak, worden gebruikt als tandreiniger. Een Turkse studente kocht voor hem een tube Colgate-tandpasta in Istanbul, gebaseerd op dit tandreinigende kruid. Of de Argania spinosa, een boom die alleen in Marokko voorkomt en waarvan de vruchten een bijzondere olie leveren. Bekker geniet daarnaast ook van de gewonere dingen die de Atlas laat zien, en die in onze moderne samenleving niet meer normaal zijn: bananen en ananassen met zaden bijvoorbeeld. En alle soorten en bewerkingen van de kiwi, van kiwi gold en granulaat tot gekonfijte kiwi. “Als je eenmaal op de website verzeild raakt, stop je niet meer.”

En als lezers en websitebezoekers zo enthousiast worden dat ze massaal hun plantenresten en zaden naar de drie onderzoekers opsturen? Bekker straalt. “Laat maar komen.”