Een radio die alleen ruis voortbrengt

Beeldende kunst Tentoonstelling: Rob Voerman ‘Human Comfort’, t/m 30 mei in het Cobra Museum, Sandbergplein 1, Amstelveen. Di-zo 11-17u. Inl.: www.cobra-museum.nl of 020 5475050 ****

Voorlopig gaat de prijs voor meest ironische tentoonstellingstitel van het jaar naar Rob Voermans solopresentatie Human Comfort. Deze schenkt de bezoekers veel, maar geen comfort of troost. Wel biedt het chaos, armoede en vernietiging. Voerman tekent apocalyptische taferelen en maakt ruimtelijk werk: huisjes waar verkrotte, zwartgeblakerde interieurs de tentoonstellingsbezoekers verwelkomen. Eén vorm van soelaas biedt Voerman wel. In zijn behuizingen wordt altijd sterke drank geserveerd (en niets anders).

Onheilsprofeet Voerman heeft geen Nieuw Testament nodig om aan te tonen waar het mis gaat met onze wereld. De scheuren in onze beschaving kondigen zich aan in onze overdreven ordentelijke stedenbouw waarin ons overgeorganiseerde leven zich afspeelt. Het omslagpunt blijkt vooral in zijn tekeningen. Daar zijn steden nog deels intact, maar doemen aan de einder sloppenwijken op of torenhoge explosies. Soms zit een gezin voor het raam naar buiten te kijken – niet zozeer verlamd van angst als wel apathisch door dagelijkse sleur.

Bezoekers die na het zien van deze tekeningen nog durven, kunnen in de tentoonstelling de bouwsels binnenlopen die daartussen staan opgesteld: hutjes van karton, tape en kit. Deze sloppenwijk-‘styling’ wordt binnen versterkt met aftandse meubels, vies serviesgoed of een radio die ruis produceert. Voerman lijkt iemand te zijn die als kind boomhutten bouwde en later als student tussen de rondslingerende pizzadozen leefde. Maar loop je langer in de tentoonstelling, dan maken zulke gevoelens van knutselvreugde plaats voor veel zwaarmoediger associaties.

Dat komt onder meer doordat elk bouwsel is gestoeld op een basis van degelijke witte gipswanden, die Voerman architectonisch laat ontsporen in een naargeestige puinhoop. Soms is de ingang een autodeur, symbool voor uitgebrande autowrakken. Daarop vormen de kartonnen uitspansels verstilde explosies, zoals cartoonisten vlammen in harde contouren vastleggen. En het warme rode glas dat in al zijn bouwsels het zicht naar buiten kleurt, laat niet zoals in de kerk de Heilige Geest binnen. Het kondigt wereldbranden aan.

Als Voerman aan iemand doet denken, dan is het Lebbeus Woods. Deze Amerikaanse anarchist noemt zich architect, maar ook zijn constructies zijn te fantastisch en akelig om uit te voeren. Woods reisde naar oorlogsgebieden en levert net als Voerman commentaar op onze wereld door een vormentaal van destructie. Gaten, donkerte en de stekelige constructies die resteren na een bombardement zijn te dramatisch om ironisch te zijn. Ze tonen bij beide kunstenaars de keerzijde van het zakelijke bouwen dat als geometrische utopie zowel wereldleed als menselijke warmte negeert.

Het gekke is dan ook dat Voerman wel degelijk een poging heeft gedaan om een echt te realiseren gebouw te ontwerpen. Dat levert het meest eigenaardige kunstwerk van de hele tentoonstelling op. Een bruine maquette van wat een immense sloppenwijk lijkt, is opgebouwd uit een soort kippenhokken en scheefhangende trappenhuizen. Daarna is het geheel blij versierd met oplichtende foto’s van varkens. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, de zoveelste ‘niche’ in de geprivatiseerde bejaardenwoonmarkt, meldt de zaaltekst dat dit een varkensboerderij annex bejaardentehuis is. Even slaat de schrik je om het hart als je ziet dat achter de maquette een foto hangt waarop het is uitgevoerd – het blijkt gelukkig Photoshop te zijn.

Het is lovenswaardig dat Voerman zijn kunstenaarspraktijk gebruikt om de wereld te verbeteren met uitvoerbare voorstellen, maar misschien moet hij vooral tentoonstellingen maken. Die zien er namelijk prachtig uit.