De stelling van Rop Gonggrijp: Stemchaos niet te wijten aan herinvoering van rode potlood

Rop Gonggrijp ageerde in 2006 tegen stemcomputers. Op 3 maart bleek stemmen met potlood geen onverdeeld succes. „Maar de incidenten in Rotterdam hebben niets met de methode van stemmen te maken”, zegt Rop Gonggrijp tegen Frank Vermeulen.

Deze week zijn de stemmen in Rotterdam opnieuw geteld. Met stemcomputers was dat niet mogelijk geweest. Dus voor uw actie tegen stemcomputers was dat een groot succes.

„Ja, behalve dat het hertellen van de stemmen in dit geval niets uitmaakt. Hertellen omdat er meerdere mensen tegelijk in een stemhokje gestaan hebben, heeft geen zin. Die stem ligt in de stembus, je kunt daaraan niet zien hoe die er in terecht is gekomen. Als de methode van stemming niet zuiver is geweest, kun je hooguit een nieuwe stemming houden.”

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam gaf het advies daartoe.

„Daar is hij politiek toe gedwongen. Niet omdat het iets aan het licht zou brengen over wat er mis is gegaan. Het besluit is genomen omdat er een gevoel heerst dat de gemeenteraadsverkiezingen een puinhoop zijn geworden. Er is een soort volksgericht ontstaan.”

Had hij het niet moeten doen?

„Er valt wel iets af te dingen op het beeld dat sprake was van een puinhoop bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen in Nederland. Dit zijn de feiten: slechts in 7 procent van de gemeenten vinden we iets terug in de pers van incidenten, inclusief de piepkleine incidenten.”

Het Genootschap van Burgemeesters wil af van het rode potlood en terug naar de computer.

„We doen nu alsof er een groot probleem is door stemmen op papier. Maar Duitsland doet dat ook. Daar hebben ze een complexer systeem dan hier. Daar breng je een landelijke en een regionale stem uit, en daar tellen ze de stembiljetten ook. Dat leidt niet tot krantenkoppen over de verkiezingen die een puinhoop waren of heel Duitsland in rep en roer. Dat gaat prima.”

U bent vanaf 2006 te hoop gelopen tegen het gebruik van stemcomputers om drie redenen: de transparantie of controleerbaarheid van het stemproces, het stemgeheim dat niet gewaarborgd was omdat de machines informatie lekken en het feit dat de fabrikant van stemcomputers, Nedap, een monopolie had. Dat zijn eigenlijk allemaal argumenten die oplosbaar zijn.

„Dat valt te bezien. Neem alleen al het probleem van het stemgeheim. Wij hebben aangetoond dat met de juiste apparatuur op afstand af te lezen is welke stem iemand uitbrengt. Het zou tamelijk kostbaar worden om dat te verhinderen. Daar is militaire technologie voor nodig. Een expertgroep, ingesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken, heeft vastgesteld dat het bewaren van het stemgeheim problematisch is.”

Een deskundige op het gebied van computerveiligheid, Hoepman, betoogde afgelopen week in deze krant dat stemmen met het potlood te vergelijken is met het opbergen van je geld in een sok. Mensen maken te veel fouten met tellen.

„Er zijn betere en slechtere stemcomputers. Een apparaat dat geen mogelijkheid biedt tot controle is altijd slechter dan een computer die dat wel mogelijk maakt. Maar ook daarbij kunnen vraagtekens geplaatst worden: een stemcomputer maakt per definitie het proces van verkiezingen niet meer transparant. Zo is de nieuwe stemcomputer van producent Nedap een terug-bij-af-oplossing. Die komt erop neer dat de kiezer uiteindelijk wel een papieren bewijsje van zijn stem kan zien, maar die is versleuteld in een barcode. De kiezer controleert dus niets, want hij kan die code niet lezen. Hij moet maar vertrouwen dat de software van Nedap uiteindelijk netjes de juiste naam naast die barcode print.

„Maar ondertussen hebben de incidenten in Rotterdam niets met de methode van stemmen te maken. Het gaat bijvoorbeeld om het ronselen van volmachten en het campagne voeren vlakbij het stemlokaal. En het gaat om meerdere personen in de stemhokjes, ook wel family voting genoemd. Allemaal dingen die niets te maken hebben met de wijze waarop de stem wordt uitgebracht. Overigens is het met meerdere mensen in een stemhok kruipen vrij normaal geworden in Nederland. Dat heb ik zelf gezien bij het observeren van verkiezingen.”

Is dat family voting werkelijk zo’n grote misdaad als wordt betoogd door Leefbaar Rotterdam? Mogelijk heeft het te maken met taalproblemen of analfabetisme.

„Als dat zo is, moeten we het daar over hebben en praten over stembiljetten met symbolen zoals gebruikelijk in landen waar analfabetisme heerst. Het samen in een stemhok kruipen wil je niet hebben bij verkiezingen en het is goed dat het wordt aangekaart. Maar nog erger is het rare systeem van de volmachten waarbij iedereen zomaar even een handtekeningetje mag zetten – nu moet er dan een kopietje van het paspoort bij – en dan kan iemand anders voor je stemmen. Het stemmen bij volmacht is echt een groot probleem. Dat je zonder procedure en zonder goede reden onderhands een volmacht kunt geven, is internationaal zeer ongebruikelijk.

„Als je een vrouw bent in een strikt moslimgezin of een SGP-gezin en jouw man verdwijnt met jouw stembiljet naar de stembus, heb je dus niet langer de mogelijkheid om je te bevrijden via je stem. Dat vind ik niet iets kleins, dat is wel iets om je druk over te maken. Dat hebben we vooral met die volmachten veel te makkelijk gemaakt. Dat komt nu aan het licht omdat Leefbaar Rotterdam ongerechtigheden aan de orde stelt.”

Zelf heeft die partij zich schuldig gemaakt aan het ronselen van volmachtstemmen.

„Ja, ze spelen beide rollen. Maar op zich vind ik het goed dat het aan de orde wordt gesteld.”

Ziet u het als een positief verschijnsel dat er nu zoveel ophef is over de lokale verkiezingen?

„Ik vind het positief dat dit debat er nu is. Hoe meer mensen zich druk maken over de gang van zaken bij verkiezingen, des te beter het is voor de democratie.”

Is dat zo? Is het niet nog belangrijker dat burgers vertrouwen houden in het democratisch proces?

„De Kieswet zelf is doordesemd van wantrouwen. Het hele document probeert uit al dat wantrouwen een stemproces te creëren dat we met z’n allen wel kunnen vertrouwen. En een deel van dat vertrouwen komt uit het feit dat er op dit moment 40.000 mensen zitten in die stemlokalen.”

U heeft het wantrouwen tegen de verkiezingsinstituties aangewakkerd met uw organisatie wijvertrouwenstemcomputersniet.nl. Bent u niet zelf medeverantwoordelijk voor de huidige vertrouwenscrisis?

„Ik had geen wantrouwen tegen die instituties. Ik heb alleen aangekaart dat die instituties zelf niet meer snapten hoe de stemmen geteld werden. Als een firma zou zeggen: geef ons die stemmen maar, wij tellen ze wel en dan krijgen jullie van ons een bonnetje. Dan zou iedereen zeggen: wacht even, dat kan niet.”

Het probleem is een beetje dat mensen kennelijk niet hetzelfde vertrouwen hebben als u heeft in de functionarissen in stembureaus. Het is een chaos geworden op sommige plekken. Stemcomputers zouden voor een overzichtelijkere en efficiëntere afhandeling kunnen zorgen, zeggen voorstanders.

„Hoho! Dat is in Amsterdam bij de verkiezingen van 2006 door de gemeentelijke ombudsman echt uitgebreid weerlegd, het werd namelijk een zootje, ook met die stemcomputers. De vraag is: besteed je verkiezingen uit aan een bedrijf of is het corebusiness voor de overheid? Het standpunt van het huidige kabinet is in ieder geval dat de overheid nooit meer de kennis omtrent het verkiezingsproces uit handen mag geven. Wat dat betreft is het initiatief van de firma Nedap om een stemcomputer te maken die bonnetjes print, kansloos.”

Wat verwacht u van het verloop van de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni, na de incidenten bij de gemeenteraadsverkiezingen?

„In elk geval dat lokale incidenten minder worden uitvergroot. Die zijn op nationaal niveau minder relevant. Ik denk ook dat de regels over wanneer je nu precies mag hertellen strikter zullen worden toegepast. Net als de regelgeving omtrent wat niet mag in een stemlokaal. Ik hoop niet dat het hele gedoe rond het stempotlood het zicht ontneemt op al die andere dingen die veel belangrijker zijn.

„Ik vind dat je moet kijken naar wat er echt aan de hand is en dat je niet moet luisteren naar wat de woedende volksmenigte op straat aan het schreeuwen is. Ik ben zelf geen activist die maar wat schreeuwt. We hebben onderzoek gedaan, 27 verzoeken gedaan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. Dus nu ben ik geneigd om als mensen roepen over de puinhoop, te zeggen: kijk nu eens rustig even naar wat er precies aan de hand is. Ik heb net een WOB-verzoek doen uitgaan naar alle gemeenten, om de processen-verbaal van alle stembureaus. Ik wil het gewoon weten. Hoe zit het in al die gemeenten die niet in de media terecht zijn gekomen?”

U concentreert zich op de feiten rond de stembus. Maar zit daar niet een maatschappelijk vraagstuk achter?

„Ik denk dat we de gevolgen zien van een verborgen crisis in het onderwijs. We zijn alleen op papier een hoogopgeleid land. De eisen zijn naar beneden bijgesteld. Als ik nu Der Spiegel opensla en kijk naar de kwaliteit van het publieke debat in Duitsland, dan zie ik onrustbarende verschillen met Nederland. Daar gaat het over inhoud, over thema’s. Hier gaat het over poppetjes en opiniepeilingen. Drie procent omhoog of omlaag. In Duitsland op hetzelfde moment, twee weken voor de verkiezingen, een debat over de toekomst van het pensioenstelsel, over wie daarvoor de beste ideeën heeft.

„Het onderliggende probleem is niet het gebrek aan vertrouwen in instituties, maar het in toenemende mate niet meer in staat zijn zelfstandig te kunnen oordelen over zaken op basis van feiten. Steeds meer afhankelijk zijn van wat anderen aan het roeptoeteren zijn. Steeds minder zelf feiten op een rijtje kunnen zetten of een argumentatie met meer dan twee bijzinnen kunnen volgen.

„En ik weet niet of ik voor deze situatie goed ben toegerust. Ik ben geneigd feiten te verzamelen en te presenteren en te zeggen: ‘wacht eens even’. Maar nu staat er een meute met hooivorken voor de poort, misschien moet je daar wel anders op reageren. Hier moeten we over gaan nadenken.”