CPB-verkenning met lange staart

Aanstaande dinsdag breken de vliezen bij het Centraal Planbureau. Dan bevallen de daar werkzame, op dit moment overbelaste ambtenaren van twee publicaties. Het Centraal Economisch Plan 2010 schetst de verwachte economische ontwikkeling voor dit en het volgende jaar. Het is hoog tijd om de misleidende titel van dit jaarlijkse rapport aan te passen. Niemand in Den Haag koestert nog de opvatting dat de overheid de vaderlandse economie planmatig dient aan te sturen. Kort na de oorlog, toen het Planbureau werd opgericht, was dit anders. Met name sociaal-democraten achtten het destijds mogelijk en wenselijk dat de overheid het pad van de economische bedrijvigheid op hoofdlijnen uitstippelde. Die droom van links is allang uit. Door de wanprestaties van centraal geleide economieën groeide in de jaren zeventig en tachtig de zienswijze dat marktkrachten vanzelf tot optimale uitkomsten leiden. Veel bemoeizucht van de overheid zou slechts contraproductief werken. Na de ‘Grote Crash’ op de financiële markten en de redding van het mondiale bankwezen, waarvoor modale belastingbetalers in tal van landen nog vele jaren zullen bloeden, is de zoektocht naar een nieuwe balans tussen marktwerking en overheidssturing nog maar net begonnen.

Ditmaal staat het CEP 2010 in de schaduw van een ander document, de Economische Verkenning 2011-2015. Deze publicatie geeft een beeld van de economische ontwikkeling in de gehele komende kabinetsperiode, met inbegrip van een scenario voor de overheidsfinanciën, de collectief gefinancierde zorguitgaven en de koopkracht. In de ogen van sommigen hebben de economen van het Planbureau alle krediet verspeeld om met zo’n scenario naar buiten te komen. De vorige middellangetermijnverkenning – de Economische Verkenning 2008-2011 uit september 2006 – schetste een beeld waarbij de economie jaarlijks met 1,75 procent groeide. Daar is, zoals bekend, niets van terechtgekomen. Per saldo is de Nederlandse economie in de zojuist verstreken kabinetsperiode zelfs gekrompen. Door de crisis toont de overheidsbegroting in plaats van het destijds voorspelde overschot juist een enorm tekort.

Ondanks alle scepsis die projecties van de economische ontwikkeling inmiddels ontmoeten, is het werken met zulke scenario’s voor beleidsmakers veruit de verstandigste aanpak. Ook al kan geheel onverwachts een zware storm opsteken, geen kapitein kiest het ruime sop zonder zijn zeekaarten en een kompas. Dat de ‘Grote Recessie’ door zeer weinigen is voorzien vormt net zo geen steekhoudend argument om voortaan zulke economische verkenningen maar achterwege te laten. Want het alternatief zou zijn dat beleidsmakers voortaan blind varen op de waan van de dag en permanent blootstaan aan de verleiding om vervelende beslissingen voor zich uit te schuiven.

Precies om die reden zien de politieke bazen van het Planbureau de ophanden zijnde verkenning met enige beduchtheid tegemoet. Naar verwachting laat zij zien dat er in de komende kabinetsperiode amper financiële ‘ruimte’ is voor beleid dat de kiezers pleziert: het optuigen van collectieve voorzieningen en verlaging van de belastingen. De grootste opgave voor het kabinet dat na de verkiezingen van 9 juni aantreedt is om zo snel mogelijk een begin te maken met het stapsgewijs wegwerken van het opgezwollen begrotingstekort. Zonder een duidelijk plan voor de sanering van de overheidsfinanciën verliezen beleggers geleidelijk hun vertrouwen in de kredietwaardigheid van de Nederlandse Staat. Zij eisen in dat geval een hogere rentevergoeding over een exploderende staatsschuld. Snel stijgende rentelasten drukken dan steeds meer andere overheidsuitgaven van de begroting af. Uiteindelijk zijn zeer ingrijpende maatregelen nodig om de openbare financiën weer op orde te krijgen, zoals de actuele situatie in Griekenland afdoende illustreert.

Vermindering van het omvangrijke tekort op de overheidsbegroting is geen sexy doelstelling, maar verdient dus de hoogste prioriteit. Dit wordt onderstreept door de in de nieuwe verkenning opgenomen geactualiseerde berekening van het ‘houdbaarheidstekort’. Met deze term wordt bedoeld dat de tijdens de opbouw van de verzorgingsstaat aan de burgers toegekende aanspraken op collectieve voorzieningen op den duur alleen betaalbaar blijven wanneer de belastingen zeer fors omhooggaan. Politieke partijen die niet met die boodschap naar de kiezers durven, ontkomen er niet aan zwaar te bezuinigen op bestaande arrangementen van de verzorgingsstaat. Die boodschap maakt het electoraat evenmin blij.

Het nut van de Economische Verkenning is vooral dat zij politieke partijen dwingt om duidelijkheid te scheppen hoe ze in de komende kabinetsperiode met de overheidsfinanciën denken om te springen. Beloften uit hun straks in alle haast in elkaar geschroefde verkiezingsprogramma’s zullen moeten passen binnen het raamwerk van een realistisch scenario voor de economische ontwikkeling in de volgende kabinetsperiode.

Het CPB staat in de startblokken om de inhoudelijke consistentie van de partijprogramma’s door te rekenen, tegen de achtergrond van wat gegeven de economische groei de komende vier jaar haalbaar is. Dit rekenwerk is half mei gedaan. Het biedt – met alle beperkingen die daaraan onvermijdelijk kleven – de beste garantie tegen kiezersbedrog, omdat partijen die te veel loze beloften doen dankzij de CPB-computer door de mand vallen. Dat is de lange staart van de verkenning waarmee het nieuws dinsdag opent.