Cohen: verzoener in extreme tijden

Bijna tien jaar was Job Cohen burgemeester van Amsterdam. Welke sterke en zwakke punten neemt hij als kandidaat-premier mee naar Den Haag?

Hij mocht eigenlijk geen burgemeester worden. Toen Job Cohen, staatssecretaris van Justitie, eind 2000 naar Amsterdam zou vertrekken, probeerde de PvdA-top dat te blokkeren. We hebben hem nodig in Den Haag, kreeg de verantwoordelijke minister Klaas de Vries te horen van twee partijgenoten, premier Wim Kok en fractieleider Ad Melkert. De Vries: „Ik zei: sorry, maar als minister moet ik zorgen voor de beste burgemeester. En dat is hij geworden.”

Nu keert Cohen (Haarlem, 1947) terug naar Den Haag, als PvdA-lijsttrekker. Weer zouden veel achterblijvers hem liever houden. „Zijn vertrek komt op het slechtst denkbare moment”, zegt de lokale VVD-leider Eric van der Burg. „Er wordt nu een college gevormd en er komen grote bezuinigingen aan.” Lodewijk Asscher (PvdA) sprak van een „schok” en een „verlies”, maar hij verwoordde ook een andere boodschap, die gisteren op meer plekken klonk. „Hij kan voor Nederland juist dát betekenen waar wij hem hier dankbaar voor zijn: zijn kracht mensen te binden, moed en empathie.”

Wat heeft Cohen laten zien als burgemeester van Amsterdam? Wat heeft hij in Den Haag aan zijn ervaringen, nu de kiezers hem volgens de laatste peilingen het liefst premier zien worden?

„In Amsterdam is Job Cohen erin geslaagd een kritisch debat te voeren zonder dat er verdeeldheid in de stad ontstond. Dat neemt hij mee naar de landelijke politiek”, zegt ex-minister Eberhard van der Laan (PvdA). In deze tijden vol extremen wordt gezag toegekend aan mensen als Cohen, vult oud-partijvoorzitter Felix Rottenberg aan. „In Amsterdam heeft hij bewezen een geloofwaardige en effectieve susser te zijn.”

Zijn burgemeesterschap werd meteen beproefd. Cohen was zich nog aan het inwerken toen ‘11 september’ voor groot tumult zorgde. Daarna werd Theo van Gogh vermoord, verzakten huizen door de metrobouw, werd ambulancepersoneel gemolesteerd door Marokkaanse jongens en bleek een stadsdeel een broeinest van moslimterrorisme. Als burgemeester combineerde hij een harde en een zachte aanpak. Zijn stijl is wat de Britten cool head, warm heart noemen. Hij wierp zich op als crime fighter, maakte zich sterk voor preventief fouilleren en steunde een harde aanpak van Marokkaanse crimineeltjes in West. Maar ook ging hij op bezoek bij boze moslimscholieren en imams, door tegenstanders afgedaan als „theedrinken” met onwillige immigranten. Voor Cohen viel het allemaal onder de noemer „de boel bij elkaar houden” – zoals hij op zijn eerste dag in het ambt aankondigde.

Vervolg Cohen: pagina 3

Lang luisteren en dan de knoop doorhakken

In een stad met ruim 170 nationaliteiten, rijk naast arm, wilde de burgemeester verdere verdeeldheid voorkomen. Wat hij in zijn eerste toespraak als kandidaat-partijleider zei over het risico van een tweedeling en over „veiligheid, verzoening, beschaving”, komt Amsterdam bekend voor.

Toen de stad vorig jaar werd opgeschrikt door een mogelijke aanslag op de Ikea, volgden hardhandige arrestaties. „Cohen deinsde niet terug voor keihard optreden”, zegt hoofdofficier van justitie Herman Bolhaar. De verdachten bleken ten onrechte opgepakt. Cohen ontving hen in de ambtswoning. „Zo maakte hij de achterkant van de harde justitieaanpak hanteerbaar”, aldus Bolhaar. De Haagse burgemeester Jozias van Aartsen typeert dat als smart power. „Job Cohen is het tegendeel van een watje”, zegt hij. „Een vrij harde politicus. Dat onderschatten mensen.”

De ‘Ikea-zaak’ toont volgens Bolhaar ook hoe precies Cohen kijkt naar de „rechtstatelijke” gevolgen van overheidsoptreden. „Hij is een zorgvuldig bestuurder.” Alleen niet toen hij pleitte voor ‘buurtrechtbanken’. „Dat vond ik een politieke oprisping.”

Cohen leverde zijn grootste prestatie na de moord op Van Gogh in 2004. Rellen bleven uit, ook doordat de door hem gemasseerde moslimorganisaties hun achterban in bedwang hielden. Korpschef Bernard Welten: „Cohen is erin geslaagd zijn motto inhoud te geven. Hij heeft de boel bij elkaar gehouden, gedurende zijn hele burgemeesterschap.”

Ook in Den Haag kan hij een vredestichter zijn, maar Cohen heeft ook een achilleshiel, zegt Felix Rottenberg – zijn gewenning aan de beschermde positie als burgemeester. „Een benoemde burgemeester staat boven de partijen, meer dan bijvoorbeeld een premier, die een primus inter pares is.” Bij de Noord-Zuidlijn rees de vraag of Cohen zich genoeg had bemoeid met de aanleg. „Aan die verantwoordelijkheid kan een premier zich zeker niet onttrekken. ”

De vraag is ook of de jurist Cohen de enorme bezuinigingsoperatie kan leiden. Voor financiële expertise doe ik een beroep op anderen, zei hij daarover zelf. Ook dat is de Cohen die ze in Amsterdam kennen: lang luisteren en dan zelf een knoop doorhakken.

In elk geval moet hij direct hard aan de slag. Het verkiezingsprogramma moet af, zegt SER-lid Hans Kamps, die weinig enthousiast is over de timing. Gisteren zat Kamps nog met Agnes Jongerius aan tafel. Vandaag moeten de commentaren worden verwerkt. Zondag zou hij met Wouter Bos, Mariëtte Hamer en Lilianne Ploumen de tekst afmaken. En nu? „Een nieuwe partijleider. Nog meer input, nog meer schiften. Want het moet ook Cohens verhaal worden.” Dat is omschakelen. „Wouter was een steengoede analyticus met een ijzersterk sociaal-economisch verhaal. Cohen is meer een elder statesman met een eigen verhaal over diversiteit.”