Chocola op mijn huid

Chocolademasseurs beloven een beter humeur en een zachte huid. ‘Kom maar op met die stofjes!’

Waarom zou iemand zich in een niet-erotische context van top tot teen laten insmeren met chocolade, en ook nog door een vreemde? Aanbieders van chocolademassages weten het wel.

„Chocolade is voedsel voor de ziel. Het gaat om een zintuiglijke onderdompeling van lichamelijk en geestelijk welzijn, een verleiding waaraan je onmogelijk weerstand kunt bieden”, schrijft Martinique, instituut voor totale lichaamsverzorging in Groningen, op zijn website. „De cacao bevat anti-oxidanten en natuurlijke bestanddelen die een gunstig effect hebben op het hele organisme”, meldt ComforMassage.nl. „Deze massage zal ook uw humeur verbeteren”, deelt het wellnesscenter van het Amrath Hotel in Amsterdam via internet mee, „omdat de werking van de serotonine wordt verhoogd.” Dat komt door de stof theobromine, weet massageopleidingsinstituut Van de Bilt-Libosan, dat verder juicht: „Onder de masserende handen ontstaat zowaar een emotioneel en optisch kunstwerk: ‘de chocoladezachte huid’.”

Anti-oxidanten? Serotonine? Theobromine? Ja, dat is óók een trend als het om chocola gaat: je moet vooral benadrukken dat er stofjes in zitten die goed voor je zijn. In elk geval als je ze eet – in hoeverre je ze bij een massage door de huid binnenkrijgt is niet duidelijk. En dat stofje theobromine, dat moet je trouwens vooral niet googelen, voorafgaand aan een chocolademassage of -schranspartij. Dan lees je dat er honden zijn overleden aan theobrominevergiftiging en dat oudere mensen er ook flink ziek van kunnen worden.

Nu moet je je daar ook weer niet al te veel van aantrekken: elke dag een blokje pure chocola eten is bewezen goed. Die anti-oxidanten zitten er inderdaad in en zijn goed voor hart en bloedvaten. En serotonine zit er ook in. Een heel, heel klein beetje. Maar of dat iets doet voor je geluksgevoel?

Chocolade en het beloningscentrum in de hersenen hébben natuurlijk wel iets met elkaar. Bijna de helft van de vrouwen en één op de tien mannen heeft af en toe zo’n sterke behoefte aan chocola, blijkt uit Amerikaans onderzoek, dat ze out of their way zullen gaan, zoals Amerikanen dat noemen, om het te krijgen. Bij de meesten van die behoeftigen kan alleen chocola de begeerte stillen.

Maar aan die ‘stofjes’ in de chocola ligt dat niet. Dat bleek in 1993 uit een onderzoek onder 67 zelfbenoemde chocoladeverslaafden, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Physiology and Behavior. De chocoholics kregen zes geheimzinnige doosjes mee naar huis. Als ze een onweerstaanbare behoefte aan chocolade kregen, moesten ze de inhoud van één ervan opeten – en dan anderhalf uur lang niets. Daarna moesten ze aangeven in hoeverre hun chocoladebehoefte bevredigd was. In de doosjes zat (a) een reep chocola, (b) een reep witte chocola (waar al die stofjes die chocola chocola maken, niet inzitten), (c) een reep witte chocola plus een handjevol pillen met cacaopoeder (en dus ook met ‘chocoladestofjes’), (d) alleen die cacaocapsules, (e) een handjevol placebocapsules, of (f) niets.

Bij 27 van de 67 chocoholics ging het mis: die leverden hun vragenlijsten niet in, waarschijnlijk omdat ze zich stiekem op hun privévoorraad hadden gestort als er geen chocola in een doos zat. Uit de antwoorden van de rest bleek duidelijk: chocola bevredigde het meest. Op de tweede plaats kwam witte chocola, waarbij het niet uitmaakte of er nu wel of niet die cacaocapsules bij zaten. Losse cacaocapsules, mét ‘stofjes’, deden even weinig voor de chocoladebevrediging als een placebo of niets.

Ook verder bestaat er geen wetenschappelijk bewijs dat bepaalde stofjes in chocola direct op de hersenen inwerken. De chocoholic wil gewoon een zoete vette bek halen. En al zou die dat liever anders aan zichzelf verkopen – het verband tussen chocola en schuldgevoel is wél bewezen.

Dat zijn zo van die gedachten die door je hoofd gaan als je voor het eerst een afspraak hebt voor een chocolademassage. Dus als masseur Simon, die in het Amrath Hotel in Amsterdam elke twee weken wel een vrouw chocolademasseert, begint uit te leggen hoe het werkt, denk je: „Kom maar op, Simon, met je stofjes!”

Maar Simon vertelt dat de cacaovetten de huid zacht maken. Dat de massage de doorbloeding bevordert. En o ja, er is nog een aspect. Hij kijkt verontschuldigend, gepijnigd bijna (ja, Simon is een Brit). „Het is gewoon heel leuk”, zegt hij.

Ja, en dan ben je verloren. Zeker als dan ook nog per ongeluk de dop van een fles chocoladeolie afschiet bij het schudden – waarbij hij trouwens wonderbaarlijk schoon weet te blijven. Zelf lijk je trouwens ook schoner te blijven dan je had verwacht. De chocoladeolie is niet chocopastadik, maar een ketchupdik (en niet voor consumptie bedoeld) goedje dat op je huid niet eens echt opvalt. Met je vers gemasseerde zelfvertrouwen denk je gewoon dat je van nature zo mooi bruin bent. Totdat je je halverwege omdraait en ziet hoe de voorheen hagelwitte handdoeken er uitzien. Oeps.

Maar Simon knijpt en kneedt vrolijk verder (iets minder hard dan bij een gewone massage, want zijn handen glijden uit in de chocola) – en tekent tot slot een smiley op je rug. Toch nog een kunstwerk geworden. Een loom, ontspannen kunstwerk.