'Bernhard wilde in zijn eigen mythe geloven'

Over sommige dingen loog prins Bernhard consequent, zegt zijn biografe Annejet van der Zijl. ‘Hij wilde gewoon een leuke tijd hebben.’

Annejet van der Zijl wist niet wat zij zich op de hals haalde toen zij besloot om een biografie over prins Bernhard te schrijven. Bij haar thuis hingen vroeger geen koningshuiskalenders op de wc. En republikeins is ze ook niet. „Ik weet eigenlijk niets van het koningshuis”, zegt ze. Ze is bovendien een ‘puzzelaar’, geen nieuwsjager. Toen zij nog bij HP de Tijd werkte, was het de Telegraaf die uit haar stukken soms de scoops moest halen. Dat Willem-Alexander uitging met Emily Bremers, bijvoorbeeld. Met haar boeken Jagtlust, Sonny Boy en Anna bereikte zij honderdduizenden lezers. Maar maatschappelijke vragen houdt ze liever op afstand. Vraag haar niet om statements. „Laat mij toch schrijven!” roept ze dan. Ze wil „begrijpen”, zegt ze, geen oordeel vellen. Als ongekroonde koningin van de historische reconstructie weet zij inmiddels ook wat roem is. ‘Circus Jetje’ noemt haar echtgenoot dat tweede leven van haar. Met haar schrijftalent en rijzige blonde verschijning is het moeilijk om niet van haar onder de indruk te raken. Ook de universitaire wereld moet er inmiddels aan geloven. „Zie haar daar nu toch staan”, sprak haar begeleider Hans Blom tijdens de promotie van haar boek bewonderend, „dame met bul”.

Haar privéleven schermt ze net zo zorgvuldig af als menig koninklijke hoogheid. Van huis uit was Van der Zijl „schuchter”. Schrijven is voor haar een manier om aan het heden te ontsnappen. Haar keuze voor Bernhard was daarom een ambitieuze. Ze belandde middenin de controverse. Zijn wereld bleek een tweestromenland waarin het kiezen was tussen ‘held’ of ‘schurk’. „Misschien heb ik de dynamiek rond het koningshuis een beetje onderschat”, zegt ze nu. „Toen iedereen mij erover begon aan te spreken, realiseerde ik mij pas hoe gevoelig het lag.” Met haar „archeologische” aanpak dacht zij de klippen te kunnen omzeilen. „Van een farao hoef je je ook niet af te vragen of hij goed of slecht was.” Maar ook archeologen kunnen het geschiedsbeeld doen kantelen. Want anders dan historicus Cees Fasseur – lid van haar promotiecommissie – die Bernhard eind 2008 portretteerde als redder van de monarchie, kwam Van der Zijl uiteindelijk tot de slotsom dat zijn carrière als prins toch een „bedrijfsongeluk” was.

Van der Zijl raakte door de Duitse geschiedenis van Bernhard gefascineerd, juist omdat hij zich altijd zo van zijn wortels had gedistantieerd. Als een van de weinige leden van de Duitse adel zou hij altijd al tegen de nazi’s zijn geweest. En zijn familie zou anders dan de meeste Duitsers door de hyperinflatie in de jaren twintig helemaal niet verarmd zijn. Tot op hoge leeftijd legde Bernhard over zijn verleden steeds weer nieuwe verklaringen af. Dat motiveerde Van der Zijl om te gaan graven, te speuren naar de Duitse identiteit die hij sinds zijn huwelijk met Juliana onder de grond gestopt leek te hebben. Literatuur over de nadagen van het Duitse keizerrijk, interviews en onderzoek in Duitse (familie)archieven, bevestigden haar vermoeden dat „de sleutel” tot Bernhard lag in de nadagen van het Duitse keizerrijk. Gaandeweg besloot zij haar onderzoek tot die Duitse periode te beperken. Als Nederlandse prins werd Bernhard na de oorlog het boegbeeld van het verzet tegen nazi-Duitsland. Maar als de historicus Sebastian Haffner Van der Zijl niet al voor was geweest, zou zij haar boek ‘Geschiedenis van een Duitser’ hebben genoemd.

In Bernhards Duitse familie was voortdurend gedoe over titels.

„Die waren in de feodale samenleving essentieel. Zijn familie van vaders kant, de Biesterfelds, spande in 1896 een rechtszaak aan om de adellijke titel ‘zur Lippe’ te bemachtigen. Dat was eigenlijk heel modern. De Biesterfelds hadden in de oude adellijke wereld geen goede reputatie. Ze werden wel de ‘Biests’ genoemd, de beesten. Zij bungelden aan de onderkant van hun sociale klasse. De familie Cramm van Bernhards moeder had ook weinig status. Haar vader was niet bemiddeld maar trouwde een rijke vrouw. Tijdens een jachtpartij schoot hij zijn zwager dood. Of dat opzet was, is onbekend maar feit was wel dat hij daarna als enige man in de familie de titel en het landgoed erfde. Niet Armgard, maar haar oudste zuster erfde die daarna van hem.”

En toen Bernhards vader, Berni, besloot om met haar te trouwen, zette hij de titel die met zoveel moeite was veroverd, op het spel.

„Armgard had niet alleen geen titel, ze was ook nog getrouwd toen zij elkaar ontmoetten. Toen zij samen betrapt werden, was dat een enorm schandaal. Maar Berni was gek op haar en dus trouwde hij. Zijn oudste broer, hoofd van het vorstendom Zur Lippe, kon het huwelijk niet erkennen. Maar omdat hij veel van Berni hield, regelde hij dat zijn kinderen toch de grafelijke titel ‘Zur Lippe Biesterfeld’ kregen. Anders had Bernhard de naam ‘Von Cramm’ van zijn moeder moeten dragen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zorgde de oom dat Bernhard ook nog de prinselijke titel kreeg.”

Desondanks liet Bernhard zich nogal negatief over hem uit.

„Hij moest natuurlijk een verhaal hebben. Hij kon moeilijk zeggen: ‘mijn vader is betrapt met een getrouwde vrouw zonder titel, maar dankzij mijn oom ben ik toch nog prins geworden’. Hij beschermde daarmee ook zijn moeder. Voor haar deed hij alles. Zij was een onconventionele vrouw, die gewend was om haar zin te krijgen. En erg gesteld op luxe.”

Opmerkelijk is dat niemand in dit milieu werkte.

„Nee, dat deed je niet. Alles draaide om bloed en titel. Als je de titel had, had je rechten. En als je geen titel had, moest je zien dat je er een kreeg. Bernhards familie heeft zakelijk nooit iets bereikt, maar in strategisch huwen waren ze goed. Al trouwde zijn vader dan wel weer uit liefde. Die onevenwichtigheid was tekenend voor Bernhards milieu en voor deze periode in Duitsland. Aan de ene kant moderniteit, opkomende industrie, technologische vooruitgang, opkomende burgerij en aan de andere kant vaste feodale patronen. Dat dubbele zat ook in Bernhard: dol op moderne vliegtuigen, maar behept met ouderwets standsbesef.”

Wat voor een kind was Bernhard?

„Een astmatisch en onsportief jongetje dat zich op school moest zien te handhaven. De privileges van zijn klasse lagen onder vuur, terwijl individuele sportprestaties ineens heel belangrijk werden. Bernhard kon in dat nieuwe elan niet meekomen. Hij was opgegroeid alsof hij een prinsje was. Aanbeden door zijn moeder. Dat ietwat zwakke prinsje was niet opgewassen tegen de harde werkelijkheid van een kostschool.”

Wat heeft de Eerste Wereldoorlog voor de wereld van Bernhard betekend?

„Een enorme cultuurshock. Zijn familie moest vluchten omdat de Russen kwamen. De adellijke privileges werden weggevaagd. Dankzij de oorlog kreeg Bernhard wel een prinselijke titel, want de keizer werkte daar in zijn benarde positie nu graag aan mee. Maar de ironie was dat toen hij de titel eenmaal had, deze praktisch waardeloos werd. De hele maatschappij was na de oorlog veranderd. Het barstte tijdens het interbellum van jongens met titels maar zonder geld. Zij gingen massaal op jacht naar rijke vrouwen. Het was een wankele wereld waarin dingen als moraal en fatsoen een luxe werden die men zich vaak niet kon permitteren. Geld was een enorm probleem. De brieven van Bernhards vader gingen altijd over geld.”

Bernhard was niet rijk genoeg om een prinselijk leven te leiden, maar te adellijk om van de nieuwe mogelijkheden te profiteren.

„Hardwerkende zonen van burgermensen kregen na de oorlog nieuwe kansen. Maar de adellijke jeugd was haar toekomst kwijt. Het leger dat vanouds carrièrekansen bood, was Duitsland door de overwinnaars ontnomen. Door de inflatie was het geld haast niets meer waard en in het dorp waar vanouds de landeigenaar heerste, kwam ineens een burgemeester de baas spelen. Het was een onveilige tijd. Zedeloos ook. Met feestjes waar naakte meisjes serveerden enzo. ‘Hopla, wir leben’, was het credo.”

Wat leidt u af uit het feit dat Bernhard besloot om in München te gaan studeren?

„Dat men bij hem thuis in ieder geval niet liberaal of progressief was. De universiteit in München was een broedplaats van nationaal-socialisme. Uit brieven van zijn vader blijkt ook dat hij sterk antisemitisch was.”

Zelf beweerde Bernhard dat hij zich omringde met mensen die ‘een kritische houding’ aannamen tegenover het nazisme. Hebt u die mensen gevonden?

„Nee, die mensen heb ik niet gevonden. Als mijn boek één ding duidelijk maakt, is het dat Bernhard over sommige dingen consequent loog. Hij zei dat hij wel lid moest worden van de SS omdat hij anders geen examens kon doen. Maar navraag bij de universiteit leert dat dit een fabel is. Het was niet de universiteit, het waren de studenten die het nationaal-socialisme binnen brachten.”

Cees Fasseur schreef dat studenten die niet met Hitler sympathiseerden, tegenwerking konden verwachten.

„Fasseur heeft hier te makkelijk Bernards versie voor waar aangenomen. Het leuke van wetenschap, is dat je voortbouwt op elkaars werk. De mate waarin Bernhard in het nationaal-socialisme geloofde, is misschien onderschat. De onevenwichtigheid, de onrust en de moraalloosheid die zijn jeugd tekende, leidde in zijn generatie tot het achternalopen van Hitler. In zijn ontwrichtte milieu was grote behoefte aan een nieuwe horizon, een Duitsland waar je trots op kon zijn. Hitler beloofde dat hij de monarchie zou herstellen, dat het leger weer zou worden opgebouwd. Hij zou de adel het oude Duitsland teruggeven. De door Bernhard ondertekende lidmaatschapskaart van de nationaal-socialistische Studentenschaft die ik vond, beschouw ik als het laatste puzzelstukje in het beeld dat al bestond en dat ook door Fasseur is beschreven: Bernhard was bewust lid van de NSDAP. Zijn eigen verklaring dat iemand anders hem lid gemaakt zou hebben, heb ik altijd ongeloofwaardig gevonden.”

Bernhard was een nazi.

„Ja, maar dat moet je wel in de context plaatsen. Hij was een nazi, zeker. En hij werd lid op het moment dat SA’ers door de straten op Joden en socialisten joegen. Maar het nazidom is door de oorlog wel zeer besmet geraakt. Het gedrag in 1933 zegt nog niets over dat in 1944. Wie zegt dat wij betere keuzes gemaakt zouden hebben?”

Bernhard kon geen diplomaat worden, als vlieger werd hij niet geschikt geacht, dus wat toen?

„Toen heeft hij gedacht: dan maar het zakenleven. Hij kon aan de slag bij IG Farben in Parijs. Maar zeven weken na het begin van zijn stage zat hij al in Nederland te overleggen hoe hij Juliana kon ontmoeten. Zijn vader was net overleden. Zijn moeder zat aan de grond. Haar huis dreigde verkocht te worden. Bernhard viel terug op een oud feodaal overlevingsmechanisme: huwen.”

Zijn moeder was de motor achter dit huwelijk?

„Feit was dat zij erdoor werd gered. Ze was dolblij met het nieuws van de verloving, terwijl ze Juliana nog nooit had ontmoet. Juliana was niet zo knap en had een dominante moeder. Bernhard stapte over alle bezwaren heen. Het was puur Faust: je krijgt alle rijkdom en aanzien in de wereld maar de liefde krijg je niet. Althans, niet in je huwelijk. Op de huwelijksfoto’s zie je dat zijn moeder staat te glimmen van geluk. ‘Bernhard is de beste zoon die er is’, schreef ze.”

Het huwelijk dwong hem tot een stellingname, voor of tegen Hitler.

„Hij moest zich in allerlei bochten wringen. Zijn vrienden zeiden: je hoort bij ons, je moet staan voor je vaderland. Maar in Nederland wilde men liever niet te veel met nazi-Duitsland worden geassocieerd. Bernhard is daar schipperend doorheen gegaan. Hitler was toen immers nog een bevriend staatshoofd. Pas toen de oorlog uitbrak, werd hij tot een echte keuze gedwongen. Dat was heel tragisch voor hem. Hij verbrak niet de banden met Duitsland, Duitsland verbrak de banden met hem. Zijn vlucht naar Engeland is hem daar zeer kwalijk genomen. En Armgard kreeg het als moeder van een ‘landverrader’ ook moeilijk. Vooral dat laatste is de reden dat Bernhard als Duitser anti-Duits is geworden.”

De materiële omstandigheden dreven hem, niet zijn opvattingen?

„Ik denk niet dat hij uit zichzelf gemotiveerd was om zich van nazi-Duitsland te distantiëren. Hij was niet iemand die zich door ideologie liet leiden.”

Toch maakte hij met Wilhelmina tijdens de oorlog wel plannen om na de bevrijding in Nederland het parlement op te heffen.

„Als Bernhard ergens van overtuigd was, dan was het van het feodale idee dat sommige mensen nu eenmaal heersen en anderen niet. De een heeft een lepel van goud, de ander een lepel van lood. En als degene met de lepel van lood zich goed gedraagt, krijgt-ie van degene met de lepel van goud een pluimpje. Wilhelmina dacht er trouwens net zo over. Zij was anti-Duits omdat de Duitsers haar land hadden bezet, niet omdat de democratie haar zo na aan het hart lag. Bernhard en Wilhelmina waren twee feodalen bij elkaar.”

Bernhard was in zijn hart een feodale Duitser. Stond dat menstype sinds de oorlog in Nederland niet bekend als ‘fout’?

„Van dat zwart-wit denken zijn we nu toch wel af. Ik vind het ware verhaal met al zijn tegenstrijdigheden interessanter dan de clichés. Ik ben door mijn onderzoek Duitsland ook beter gaan begrijpen. Ik vind het een mooi land met een fascinerende geschiedenis. Wij hebben Bernhard nooit echt als Duitser willen zien. Daarom heeft hij zijn fabels zo lang kunnen volhouden. Zijn verzetsdaden zijn zwaar overdreven. Ik kan mij voorstellen dat mensen die hem als oorlogsheld beschouwden, door mijn boek teleurgesteld zijn. Maar ik hoop dat zij Bernhard als mens nu wel beter begrijpen. En dat ze ook genuanceerder naar Duitsland kijken, dat ze zien dat daar niet zomaar een generatie slechteriken is opgestaan.”

U schrijft dat Bernhard door vriend en vijand is overschat.

„Als oude man op Soestdijk zat hij altijd naar The A-Team te kijken. Dat beeld blijft mij bij. Zo zag hij het leven: als een jongensboek. Hij is nooit echt volwassen geworden. Hij heeft nooit voor een gezin hoeven zorgen en werd al jong naar de mond gepraat. Hij was niet de oorlogsheld, maar ook zeker niet de geraffineerde spion die sommigen in hem zagen. Hij wilde gewoon een leuke tijd hebben. Dat is eigenlijk het hele verhaal.”

Hoe kon Bernhard zo groot worden?

„Dat hebben wij gedaan. Wij hebben hem met zijn allen zo groot gemaakt.”

Wij, of het koningshuis?

„Ja, ja, de monarchie heeft dit monster gecreëerd (lacht). Dit wordt toch niet de kop boven het stuk, hè? De monarchie is een sprookjesfabriek. Maar de mensen beleven daar plezier aan.”

Bernhard werd begraven met de eerbewijzen waar menig staatsman alleen maar van kan dromen. Wat vindt u daarvan?”

„Ik vind daar niet zoveel van. Ik denk: mooie show.”

Heeft u begrip voor alles wat hij deed?

„Ik zeg niet: ‘foei’. Bernhard is door de geschiedenis in een rare positie gemanoeuvreerd. Voor zijn huwelijk heeft hij ook een hoge prijs betaald. Het is niet makkelijk om getrouwd te zijn met iemand van wie je niet echt houdt. Maar voor een ding kon ik geen begrip opbrengen. Dat hij en zijn moeder meer dan een miljoen gulden aan ‘Wiedergutmachungs-gelden’ hebben opgestreken. Dat vond ik schokkend. Dit geld was bedoeld voor mensen die echt alles verloren hadden. Bernhard en Armgard hebben alles teruggekregen, maar zijn toch achter dat geld aangegaan.”

U kwalificeerde zijn carrière als prins als een mislukking.

„Bernhards grootste fout is dat hij in zijn eigen mythes is gaan geloven. Met die laatste (postuum gepubliceerde, red.) interviews in de Volkskrant heeft hij zijn hand overspeeld. Hij had niet hoeven zeggen dat hij ‘met de hand op de bijbel’ kon verklaren dat hij nooit een nazi was. Hij dacht dat hij zijn eigen verhaal kon regisseren. Dat was dezelfde fout die prinses Diana maakte.”

Is het creëren van de eigen mythe niet juist de essentie van de monarchie?

„De mythe hoort bij het koningshuis, zeker. Maar er is een verschil tussen de waarheid selectief brengen en de waarheid geweld aandoen. De vraag is waar je in de mythe de grens trekt. Soms is het beter om open kaart te spelen. Of je stil te houden. Discretie hoort ook bij het koningshuis.”

U besloot uw verhaal na de Tweede Wereldoorlog te beëindigen. Was u bang dat uw begrip voor hem zou sneuvelen?

„Nee, maar wel dat ik in herhaling zou gaan vallen. Door die Duitse geschiedenis kon ik hem begrijpen. Daarna was mijn nieuwsgierigheid op.”