Zijn de ogen van baby na de geboorte altijd blauw?

De oogkleur van het pasgeboren zoontje van Martine Eisma uit Muiderberg is vaak onderwerp van gesprek. Na de geboorte waren zijn ogen blauw, maar ze lijken nu toch bruin te worden. Nu vraagt Eisma zich af of alle baby’s overal ter wereld na de bevalling blauwe ogen hebben?

Ja, dat klopt, zegt Elsbeth Kerkhof, oogarts van het UMC in Utrecht. Vrijwel alle kindjes worden geboren met blauwe ogen. Dat komt doordat pasgeboren baby’s maar heel weinig pigmentcellen hebben.

Hoe ouder je wordt, hoe meer kleurstofcellen er in de ogen ontstaan, legt Kerkhof uit. Het is genetisch bepaald hoeveel pigmentcellen een mens krijgt. Pigment is het stofje in de ogen dat zorgt voor de kleur. Zit er veel pigment in de iris, dan wordt het oog bruin, zit er weinig pigment in, dan blijven ze blauw of kleuren ze groen.

Na ongeveer zes maanden krijgen de ogen de uiteindelijke kleur. „Bij sommige kinderen duurt het wel drie jaar. Bij hen duurt het dan langer voordat de pigmentatie van de iris helemaal is ontwikkeld.”

Kinderen hebben niet altijd dezelfde kleur ogen als hun ouders. Dat heeft alles te maken met de genen die je van je ouders meekrijgt, zegt Hans Breeuwer. Hij is docent biodiversiteit en genetica aan de Universiteit van Amsterdam. „Ieder mens heeft twee setjes genen. Als kind krijg je van beide ouders een setje mee dat de oogkleur bepaalt. De bruine variant overheerst de blauwe. Er zijn dus verschillende combinaties mogelijk.”

Iemand met blauwe ogen heeft dus twee blauwe setjes. Een mens met bruine ogen kan twee bruine setjes of een bruin en blauw setje hebben. Stel, zegt Breeuwer, moeder heeft bruine ogen omdat ze een bruin setje en een blauw setje genen bij zich draagt. En vader heeft blauwe ogen en is in het bezit van twee setjes blauw. Dan is de kans 50 procent dat hun kind bruine ogen krijgt. „Het hangt er vanaf welk setje je van je moeder meekrijgt.”

Walter de Boer