'Wie meedoet, zal doden'

In zijn film Lebanon zet de Israëlische regisseur Samuel Maoz de bioscoop-ganger in een tank bij de soldaten. „Je ziet alleen wat zij zien. Voor dit verhaal geldt: alleen meevoelen is begrijpen.”

Het gebeurt niet vaak dat een debuutfilm mag meedoen in de competitie van een groot en gerenommeerd filmfestival, en al helemaal niet dat de film meteen de hoofdprijs krijgt. Dat overkwam de Israëlische regisseur Samuel Maoz (Tel Aviv, 1962) vorig jaar in Venetië, waar hij de Gouden Leeuw kreeg voor zijn oorlogsdrama Lebanon. De film, gebaseerd op Maoz’ eigen ervaringen als dienstplichtig soldaat, speelt zich af in een tank, op de eerste dag van de Israëlische invasie in Libanon op 6 juni 1982. Na zijn triomf in Venetië reist Maoz de wereld over met zijn film en deed hij in januari ook het Rotterdams Filmfestival aan.

Bijna dertig jaar na uw oorlogservaringen heeft u deze film gemaakt. Waarom niet eerder?

„Ik heb voor het eerst in 1988, toen ik net klaar was met mijn filmopleiding, geprobeerd om het scenario te schrijven. Toen ben ik na één of twee pagina’s gestopt. De eerste herinnering die toen terugkwam, was de geur van verbrand mensenvlees. Ik was bang om door te gaan. Maar dat was niet de enige reden. Ik wist dat ik de film alleen kon maken als ik op een kille, bijna wiskundige manier een vorm zou weten te vinden voor mijn pijn en herinneringen. Een film die alleen maar mijn emoties van destijds zou reflecteren, zou uitsluitend chaos opleveren. De geur was een teken dat ik er nog niet aan toe was.”

Wanneer was u er wel aan toe?

„Het gevoel veranderde tijdens de tweede oorlog in Libanon in 2006. Ik zat toen veel voor de televisie, omdat de oorlog op dat moment de beste realityshow was. Plotseling besefte ik dat de film niet alleen over mij en mijn emoties moest gaan, maar dat ik met deze film, door een eerlijk en realistisch beeld van oorlog te geven, misschien wel levens zou kunnen redden, al was het er maar één. Op dat moment rook ik de geur van verbrand vlees niet meer.”

Wilde u vooral uw landgenoten overtuigen van de zinloosheid van oorlog?

„In Israël is die boodschap urgent, maar dat geldt ook voor Amerika en de manier waarop Amerikanen aankijken tegen de inzet van soldaten in Irak. De essentie van oorlog is: wie meedoet, zal doden. Een normaal persoon is daartoe niet in staat, alleen een psychopaat kan een ander mens vermoorden. Maar op het moment dat een soldaat zich in een levensbedreigende situatie bevindt, neemt zijn meest basale instinct het over. Dat is overlevingsdrang. Een soldaat vecht niet voor zijn land, niet voor zijn familie of geliefden, maar uitsluitend voor zijn eigen leven.”

U wilde voorkomen dat uw film chaotisch zou worden. Maar dat is precies wat de film laat zien: dat oorlog chaos is, de soldaten tasten volledig in het duister.

„Mijn onderwerp is: wat gaat er om in de ziel van een soldaat op de eerste dag van de oorlog? Dat is eigenlijk heel amorf en abstract. De enige manier om daar dicht bij te komen loopt niet via het verstand, maar via de maag en het hart. Ik zet de toeschouwer in de tank bij de soldaten. Je ziet alleen wat zij zien, je weet alleen wat zij weten. Daardoor kan de toeschouwer geen afstandelijke waarnemer zijn. Zo hoop ik dat de kijker iets zal ervaren van wat de soldaten ervaren. Voor dit verhaal geldt: alleen meevoelen is begrijpen.”

Zijn dit letterlijk uw eigen ervaringen, of heeft u een bepaalde vrijheid genomen?

„De film is volledig waar als het gaat om de ervaringen van de soldaten. Alleen is de oorlog in werkelijkheid nog vele malen gruwelijker.”

De meest gruwelijke scène is die van de soldaat die vanuit de tank een burger opblaast, die in zijn auto alleen kippen blijkt te vervoeren. Vervolgens zien we de man zonder benen over de grond kruipen.

„Deze hele sequentie is direct gebaseerd op mijn eigen ervaringen. De man was mijn eerste slachtoffer. Ik herinner me nog heel precies de enorme druk waaronder ik stond, dat ik de trekker overhaalde en dat ik, nadat de rook was opgetrokken, deze man op de grond zag liggen. Alleen was de werkelijkheid gruwelijker, omdat hij zich voortbewoog met zijn handen, terwijl hij zijn ingewanden achter zich aansleepte.

„Ik herinner me ook dat ik geen enkel verband kon leggen tussen wat ik voor me zag, en wat ik zelf kort daarvoor had gedaan. Op hetzelfde moment wist ik, ergens in mijn achterhoofd, dat er op dat moment iets fundamenteel kapot was gegaan in mijn leven. Toch kon ik het verband niet leggen, tussen wat ik had gedaan en wat ik zag.”

Is dat misschien uit zelfbescherming?

„Ons overlevingsinstinct zegt: dit is niet het moment voor schuldgevoel. Door het gevaar verkeer je in staat van grote opwinding. Dat voelt als een hele zware drug. Het eerste wat je kwijtraakt in een oorlogssituatie, is je smaak. Het gaat om overleven, los van de vraag of je iets lekker vindt smaken of niet. Al je zintuigen staan op scherp. Je kunt 24 uur doorgaan met 10 minuten slaap. Je vergeet alle morele en ethische codes waarmee je bent opgevoed. Nadenken is geen optie.”

Uw film gaat over de Israëlische invasie in Libanon in 1982. ‘Waltz with Bashir’ van Ari Folman ging daar ook al over. Waarom maken Israëlische regisseurs juist films over dit conflict?

„Dit was de eerste oorlog voor mijn generatie, een generatie die is geboren in Israël en tot dan toe een normaal leven had geleid. Dat is heel anders dan bij onze ouders, die vochten in de eerdere oorlogen van Israël en die waren ontsnapt aan de Duitsers. Zij denken tot op de dag van vandaag dat de hele wereld erop uit is om hen om het leven te brengen. Wij denken helemaal niet dat de hele wereld ons wil vermoorden. Wij willen praten over zaken waar onze ouders over zwegen.

„Een tweede reden is dat tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 en de Yom Kippoer oorlog in 1973 nog zekere spelregels golden. Toen stonden nog twee legers tegenover elkaar, met elk een eigen, herkenbaar uniform. Dat maakt die oorlogen niet minder gruwelijk, maar er was wel meer helderheid dan in Libanon. Daar vond de strijd plaats in woonwijken. De vijand had een spijkerbroek aan. Het verschil tussen een strijder en een burger was niet te zien.

„In Beiroet heb ik krankzinnigheid gezien in de ogen van iedereen die ik tegenkwam. Er hing waanzin in de lucht. De invasie was ook de eerste, echte mislukking van het Israëlische leger. Als je een militaire operatie plant van drie weken en je blijkt vervolgens achttien jaar vast te zitten, kun je niet echt spreken van een succes.”

‘Waltz with Bashir’ gaat over de valkuilen en verdraaiingen van de herinnering. U vertelt het verhaal heel direct, alsof het gisteren is gebeurd.

„De eerste dag van de oorlog staat me heel helder en scherp voor de geest. Daarna is alles waziger. Ik las een interessant statistisch onderzoek van de universiteit van Harvard. Daarin stond dat de meeste soldaten die overlijden tijdens een oorlog, op hun eerste dag sterven. Als je die overleeft loop je al minder gevaar. Wie snel de wetten van de nieuwe situatie kan overzien, de wetten van de jungle, maakt de beste kans te overleven. Ook na de oorlog zijn je instincten scherper, je ziet gevaar eerder. Je bent een overlever.”

Lebanon is vanaf aanstaande donderdag te zien in 15 bioscopen. Trailer op www.youtube.com.