Twittervoetbal

In een volkssport als voetbal staan ontwikkelingen zelden op zichzelf, er zijn altijd wel relaties met de ‘gewone’ maatschappij. Dat het oorzakelijk verband zich soms moeilijk laat bewijzen doet daar niets aan af. Zo werd de tempoversnelling die het voetbal een jaar of veertig geleden doormaakte vergeleken met straalvliegtuigen en raketten. De overgang van mannenvoetbal naar jongensvoetbal, ingeleid door spelers als George Best en Johan Cruijff, ging gepaard met verwijzingen naar de toenmalige transportrevolutie. Het spel dat we in de Champions League te zien krijgen, roept eerder associaties op met het informatietijdperk. Waar zouden Cristiano Ronaldo en Lionel Messi, gewend aan iPhone en Twitter, aan moeten denken bij het zien van beelden van Best en Cruijff? Misschien aan telefoons met kringelsnoeren en draaischijven. Jongens, wat gaat dat langzaam, en overzichtelijk.

Tijdens Real Madrid-Olympique Lyon sprong de bal heen en weer als een digitaal berichtje naar een satelliet en weer terug. De tv-kijker die rustig achterover leunde bij een biertje en pinda’s, miste zeker de helft van de bytes op het veld van Madrid. Werden handelingen vroeger achter elkaar uitgevoerd – vrijlopen, aannemen, controleren, passen – in het lichtelijk chaotische twittervoetbal van nu lijken die handelingen samen te vloeien. Spelers leggen grotere afstanden af, rennen harder en springen hoger, snappen meer van tactiek. Informatie gaat als een ‘tweet’ door het team. Een zwak punt in de defensie van de tegenstander is snel bij alle ‘followers’ bekend en vervolgens worden de pijlen daarop gericht. Hoegenaamd iedere botsing wordt door beide partijen uitgelegd als een doodschop, of aanstellerij van de ander – bedrieglijk theater om de scheidsrechter te misleiden. Allemaal dubbele bodems, informatiestromen waaruit iemand die zich beperkt tot het dagelijks checken van zijn email geen wijs zal worden.

Bij Real-Olympique was het speelveld vaak klein, toch ging de bal als een dolle van man tot man. Het onderscheid tussen kunstzinnig en nuttig voetbal leek te verdwijnen. Artistieke hoogstandjes waren noodzakelijk om de tegenstander nog te kunnen verrassen. Ronaldo die zijn standbeen gebruikte om een bal naar een medespeler te kaatsen: het leek show, maar het was een middel om dichter bij het vijandelijke doel te komen. De show wás het middel. Zie de gelijkmaker van Olympique. Met de ene stap controleerde hardloper Miralem Pjanic de bal op zijn rechterdijbeen, de volgende stap was meteen een half volley met zijn linkervoet. Razendsnel, vernuftig en doeltreffend. Een heerlijke twittergoal.