Spice Girls van de jaren dertig

Mussolini noemde hen ‘de sterren van de eeuw’. Eind jaren dertig stond Trio Lescano in Italië aan de top. Maar in Nederland kende niemand deze drie zingende zussen uit Amsterdam. De voorstelling De meisjes van Mussolini brengt ze opnieuw tot leven.

In een repetitielokaal van toneelgroep Orkater herleven drie zingende zussen uit Amsterdam. Eind jaren dertig werden ze wereldberoemd in fascistisch Italië zonder dat Nederland daar ooit iets van heeft gemerkt.

Nooit is er destijds een letter in een Nederlandse krant aan hen gewijd. De Italiaanse kranten schreven des te meer over ze, want het Trio Lescano stond in die tijd aan de top. Zelfs de machtige Mussolini was een bewonderaar. Tot bleek dat ze Joods waren.

Bodil de la Parra, Eva van der Gucht en Elise Schaap spelen de hoofdrollen in de komende Orkater-voorstelling De meisjes van Mussolini, die in korte speelscènes en veel liedjes laat zien hoe het de in Nederland volstrekt onbekend gebleven zussen tussen 1935 en 1945 in Italië is vergaan. Ze repeteren een paar nummers van het trio, in het Italiaans. Nu nog in hun gewone kleren; de pruiken en avondjurken volgen later, maar wel versmelten hun stemmen al tot één, net zoals bij het echte Trio Lescano. Hooguit moeten de bewegingen nog wat synchroner worden, want ook de charmante mouvementen van het oorspronkelijke trio waren goed geoefend. Maar daaraan kan nog worden gewerkt voordat de tournee begint. Volgende week gaat de voorstelling in première.

Sandra, Judith en Katrientje Leschan heetten ze, de dochters van een in Amsterdam gevestigde acrobaat en jongleur van Hongaarse afkomst en een operettezangeres uit een wijdvertakte Amsterdamse variétédynastie. Geboren in een woonwagen en al op jeugdige leeftijd aan het werk gezet in de circussen en kermistheaters die het werkterrein van hun ouders vormden. Als danseresjes belandden ze halverwege de jaren dertig in Turijn, waar een producer van de staatsradio brood in hen zag.

Na een spoedtraining van drie maanden waren ze er klaar voor: drie ranke zangeresjes die leuke, opgewekte liedjes konden zingen bij de tonen van een monter schetterend dansorkest. Minder swingend dan de stuwende sound van The Andrews Sisters, de Amerikaanse zussen wier close harmony een paar jaar later wereldberoemd werd, maar ritmisch genoeg om voor modern door te gaan – vooral in een land waarin de populaire muziek nog volop in de lyrische belcantotraditie stond.

Binnen luttele jaren maakten ze meer dan honderd platen waarvan honderdduizenden exemplaren werden verkocht, en ze verschenen als muzikale attractie in diverse films. Op oude archiefbeelden ogen ze glamoureus en rechtschapen tegelijk. Hun moeder zorgde voor de zakelijke kant; ze droegen juwelen en bontmantels, maar smeten het geld niet over de balk.

Hun roem werd nog maar enkele jaren geleden bevestigd in De mysterieuze vlam van koningin Loana, de meest recente roman van Umberto Eco, over een man die zijn geheugen kwijt is en op zolder, tussen de spullen van zijn grootvader, weer houvast tracht te vinden in het verleden. Eén ding herkent hij onmiddellijk: een 78-toerenplaat van het Trio Lescano. „Ik had het gevoel dat ik die vrouwenstemmen al heel lang kende”, overpeinst de romanfiguur wiens jeugdherinneringen goeddeels overeenkomen met die van Eco zelf. „Zij waren in staat met zijn drieën te zingen, met intervallen van een terts en een sext, wat resulteerde in een schijnbare kakofonie die zeer strelend was voor het gehoor. Terwijl de Italiaanse jongens in de wereld me leerden dat het grootste voorrecht was een Italiaan te zijn, vertelden de Lescano-zusters me over tulpen uit Holland.”

Het door Eco gecursiveerde Italiaanse jongens in de wereld heeft waarschijnlijk te maken met een fascistoïde propagandalied uit de dagen van Mussolini, waarvan de niet-Italiaanse lezer nog nooit heeft gehoord. Het boek wemelt van zulke verwijzingen naar de Italiaanse populaire cultuur uit de oorlogsjaren – het zal daarom in Nederland snel in de ramsj zijn beland, terwijl Eco’s andere werk volop in de roulatie is gebleven.

Die tulpen uit Holland gaan over Tulipan, de grootste hit van het Trio Lescano, waarin de windmolens draaien, de tulpen over liefde fluisteren, en een maan zo rond als een Hollandse kaas aan de hemel staat. De meeste Italianen kunnen het nog moeiteloos meezingen en sommigen van Eco’s generatie kennen ook de naam van het zangtrio nog. Maar bijna niemand meer kent nog het navrante verhaal dat erachter schuil gaat.

„Jullie zijn de sterren van de eeuw”, zou Mussolini tegen hen hebben gezegd. Er is zelfs verteld dat de dictator altijd even een groetende hand hief als hij in Turijn langs het appartement liep waar de zusjes Leschan met hun moeder woonden. Tot in de loop van 1943 uitlekte dat ze Joods waren.

De hetze begon met verdenkingen over hun door Italiaanse routiniers geschreven zangteksten. En vooral over Pippo non lo Sa, over een zonderling die in een raar uniform, met stramme pas, door de straten liep en niet merkte dat hij achter zijn rug werd uitgelachen. Een onschuldig liedje, leek het. Maar de fascistische autoriteiten vermoedden een dubbele betekenis. Of, zoals Eco in zijn roman schrijft, in een hoofdstuk dat zelfs de titel van het liedje draagt: „Om wie lachten ze, de mensen? Bespeurde het regime in het verhaal van Pippo wellicht een subtiele toespeling?” En bij nader inzien vroeg men zich bovendien af wat al die fluisterende tulpen in Tulipan eigenlijk te fluisteren hadden. Codeboodschappen ten behoeve van de geallieerde spionage?

Al spoedig was het trouwens niet meer nodig het Trio Lescano verdacht te maken. Hun afkomst was voldoende om hun zegetocht abrupt af te breken. Toen ze dat zagen aankomen, hebben ze Mussolini nog per brief gevraagd of ze lid van diens Partito Nazionale Fascista mochten worden. Of de Duce daarop is ingegaan, staat niet vast. In elk geval werden ze kort daarna tijdens een tournee gearresteerd, waarna ze niet meer in het openbaar mochten optreden.

In landelijk Noord-Italië, min of meer ondergedoken bij een pensionhoudster die een zware aanslag op hun financiën deed, wisten de zussen de oorlog te overleven. Na de bevrijding lukte het echter niet meer om de vroegere successen te evenaren. De genadeklap kwam toen ze in 1946 voor een langdurige tournee naar Zuid-Amerika gingen, omdat daar een lucratieve markt leek te lonken: de vele Italiaanse ex-fascisten die waren geëmigreerd om aan een eventuele naoorlogse berechting te ontsnappen. Maar ook daar viel de bijval tegen. En thuis in Italië raakten ze tegelijkertijd in de vergetelheid omdat ze zo lang buitenslands waren. Fade out.

Marco de Stefanis en Tonino Boniotti, twee in Amsterdam woonachtige filmers van Italiaanse origine, maakten in 2007 de in wrange weemoed gedompelde documentaire Tulip Time over het Trio Lescano. Met twee gevolgen: terwijl het Nederlandse publiek voor het eerst zag dat drie Nederlandse zussen ooit een fonkelende carrière hebben gemaakt in Italië, kregen de Italiaanse kijkers een nooit eerder verteld verhaal te horen over de zangeressen van enkele overbekende liedjes. „Dat geeft ons het goede gevoel dat we het Trio Lescano hebben teruggegeven aan Italië en voor het eerst ook in hun eigen land enige bekendheid geven”, verklaarde het filmmakersduo toen de documentaire op diverse festivals ging draaien. Een jaar later is de film uitgezonden door Omroep Max, op een pover bekeken tijdstip in de vroege vooravond.

Ook voor Beppe Costa, eveneens Italiaan in Amsterdam, was het allemaal nieuw. „Ik ben 53 en natuurlijk kende ik Tulipan en Maramao”, zegt de multi-instrumentalist van Orkater na een repetitie voor De meisjes van Mussolini. „Mijn generatie kent die liedjes van onze ouders. Maar ik heb nooit geweten dat die zusjes uit Nederland kwamen. Topolino, hun eerste nummer, klinkt nog wat houterig. Dat is zelfs niet helemaal te verstaan. Maar dat vond het Italiaanse publiek van toen waarschijnlijk wel exotisch. En in de latere nummers, die ze heel snel zingen, hoor ik helemaal geen accent meer.”

Costa wist meteen dat hij een voorstelling over het Trio Lescano wilde maken: „Turijn, daar woonden ze en daar was de radio waarvoor ze zo vaak hebben opgetreden. Turijn was ook mijn stad. Ik ken de huizen en de straten. Het thema is me dierbaar. Ik ben naar hier gekomen, zij hebben de omgekeerde reis gemaakt. Als ze zeggen: we gaan terug – dan is de vraag: waar is terug? Nederland of Italië? Dat ontheemde gevoel, dat ken ik ook.”

Samen met Bodil de la Parra schreef hij De meisjes van Mussolini. De oorspronkelijke succesliedjes worden afgewisseld met nummers van eigen makelij die volgens Costa over „de binnenkant van de personages” gaan. Die binnenkant is door beiden bedacht omdat er over de zieleroerselen van de drie zangeressen maar weinig is overgeleverd. Costa heeft, zegt hij, niet geprobeerd deze eigen liedjes in Lescano-stijl te componeren: „Ik kom niet uit de jazz of de swing of de close harmony. Ik heb mijn eigen muzikale idioom.” Daarvan getuigt onder meer een breekbaar liedje dat hij zelf zingt – als het zoontje van de pensionhoudster, over de mooie dames die uit de verre stad naar deze uithoek van het land zijn gekomen: „Ze zijn zo lief en mooi, maar ze lachen nooit...”

Lidwien Roothaan, die hier haar eerste Orkater-voorstelling regisseert, rept van „een muzikale vertelling, waarin we in flarden vertellen wat de loop van de gebeurtenissen was, en niet een toneelstuk over een historische gebeurtenis”. Ze zegt het Trio Lescano te zien als „drie meiden die min of meer van de straat zijn geplukt, en waarvan een act is gemaakt die in heel korte tijd heel beroemd werd”. Beppe Costa knikt. „Het zijn de Spice Girls van de jaren dertig”, oppert hij. En dan Roothaan weer: „Ze werden meegetrokken in een maalstroom. Ik geloof wel dat ze het succes zelf ook graag hebben gewild, maar als je alles bekijkt, is het hele verhaal toch meer iets dat hen is overkomen.”

In de voorstelling blijft het overlijden van Sandra, Judith en Katrientje Leschan onvermeld. In werkelijkheid zagen de zussen elkaar zelden meer nadat het Trio Lescano in 1948 voorbij was. En ze stierven ver van elkaar. Sandra, die op latere leeftijd eenzaam in een flatje woonde in het nabij Parma gelegen dorpje Salsomaggiore, was de laatste. Op haar begrafenis, in 1987, kwamen slechts twee belangstellenden. Bij haar graf legden ze een paar tulpen neer.

‘De meiden van Mussolini’, door Orkater, première 18/3, tournee t/m 1/6.Inl. www.orkater.nl. Daarop staat ook een link naar de site van Omroep Max, waar de documentaire ‘Tulip Time’ online te zien is.