Ouders en leraren kunnen de segregatie niet alleen te lijf

Anja Vink: Witte zwanen, zwarte zwanen. De mythe van de zwarte school. Meulenhoff, 223 blz. € 17,50.

Hoe kan het dat er scholen zijn waar kinderen dommer vanaf komen dan ze erop komen? En dat niemand zich daar druk over maakt? Dat merkte althans Anja Vink toen ze begon als onbevoegd lerares Nederlands aan een zwarte vmbo-school in de Bijlmer.

Vinks blauwe maandag als lerares, eind 2001, werd het begin van een zoektocht van acht jaar. En die heeft nu geresulteerd in Witte zwanen, zwarte zwanen, waarin zij zich dus wél druk maakt over onderwijssegregatie. Ze reist van de ‘eerste zwarte school’ in Rotterdam naar de ‘autochtone achterstandsleerlingen’ in Wilhelminaoord. Ook neemt ze een kijkje in de VS, waar het spreiden van leerlingen om ongelijkheid tegen te gaan zo ongeveer is uitgevonden. Ze beschrijft scholen die het nieuws haalden omdat ze zwak waren of ongelijkheid inventief wisten aan te pakken.

Bij ‘zwarte scholen’ gaat het niet om ‘zwart’ of ‘wit’, benadrukt Vink, maar om arm versus rijk – al heeft armoede in de stad wel vaak ‘een kleur’. Op het moment dat Vink aan de slag ging in Amsterdam-Zuidoost was ze ‘shell shocked’ over de omstandigheden die ze aantrof. Het functioneel analfabetisme van de leerlingen, de murw geslagen docenten, het geringe perspectief. Ze houdt er nachtmerries aan over. Gelukkig houdt Vink over het algemeen de toon neutraal. Ze heeft teksten hergebruikt en oud onderzoek opnieuw gerangschikt, waardoor de vorm een enkele keer wat geforceerd overkomt. Maar wat wél overtuigt, is de grote lijn die ze in haar boek aanhoudt.

Vink spreekt met leraren, scholieren, directeuren, politici en ouders. En passant geeft ze een bondige samenvatting van de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen tien, twintig, dertig jaar. Het ontstaan van het vmbo en het mbo, het studiehuis, de basisvorming. Lichtvoetig, zou je bijna zeggen. Ze maakt duidelijk dat veelbesproken kwesties als het lerarentekort, de taalachterstanden, schooluitval, de gewraakte schaalvergroting en fusies in het onderwijs allemaal met elkaar te maken hebben.

Op dit moment heeft Nederland ‘het meest gesegregeerde onderwijssysteem in Europa’, zoals Amerikaanse onderzoekers vaststellen. En daarbij hanteren de verschillende instanties niet dezelfde definities. ‘Dat er nog leerlingen achter schuilen, vergeet je bijna’, merkt Vink terecht op. Leerlingen die verbaasd zijn te horen dat ze ‘kansarm’ zijn.

Het is een ingewikkelde kwestie, beseft Vink, die ook wel weet dat we ‘niet het paradijs inlopen als we samen naar school gaan’. Ze noemt ook de ‘zeventig kleine eilandjes’ van ouders die proberen een school te ‘verwitten’. Daarbij is een rol weggelegd voor de overheid, denkt ze. Het ‘onderwijs teruggeven aan de leerkrachten’, zoals dat in het rapport van de commissie-Dijsselbloem staat, noemt ze één van de slechtste ideeën. ‘Dat is een verantwoordelijkheid die de leraren niet aankunnen.’ Ouders en leraren kunnen het niet alleen.

Onderwijssegregatie is bij uitstek een onderwerp waarbij de politieke partijen hun traditionele posities betrekken. De overheid moet ouders een handje helpen om scholen te mengen, vinden partijen ter linkerzijde. Maar dat mag absoluut niet met dwang, roept rechts. In het regeerakkoord van Balkenende IV was bestrijding van onderwijssegregatie nog een ‘speerpunt’. Het boek Witte zwanen, zwarte zwanen lag op haar nachtkastje, meldde toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma (Onderwijs, PvdA) tijdens het laatste debat over onderwijssegregatie in de Tweede Kamer. Dat is weliswaar alweer een kabinet geleden, maar het verhaal van Vink heeft voorlopig niets aan actualiteit ingeboet.