Op zoek naar de morele fundamenten van de markt

De kredietcrisis wordt in toenemende mate gezien als een morele crisis. Op het ministerie van EZ werd gedebatteerd over de moraal in de economie.

De markt heeft moraal nodig. Pijnlijk legde de internationale kredietcrisis bloot waartoe immoreel gedrag van bankiers en hypotheekverstrekkers kan leiden. Het persoonlijke drama van huiseigenaren in Californië die de hoge leningen niet meer konden aflossen groeide uit tot een economische wereldcrisis van formaat waarvan miljoenen mensen de rekening betalen met het verlies van hun baan en fikse bezuinigingen om de hulpoperatie aan de banken te bekostigen.

„Is er eigenlijk iemand aan deze of gene zijde van de oceaan achter de tralies beland”, vroeg Abram de Swaan, emeritus hoogleraar sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam zich deze week af tijdens een Haags debat met de titel ‘Economie en Moraliteit’. Minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) had de discussie in haar ministerie georganiseerd en bestuurders uit haute finance, wetenschap en praktijk uitgenodigd.

Volgens De Swaan had de titel van de bijeenkomst beter ‘Moraliteit of achter de tralies’ kunnen heten. Hij had graag gezien dat een paar bestuurders flink waren bestraft voor hun wandaden.

Hoe komt de geest van de hebzucht weer in de fles? Moet de geest wel terug in de fles, of kan hij beter getemd worden, vroeg de jurist Pauline van der Meer Mohr zich af, die werkzaam was bij Shell, ABN Amro en die sinds januari voorzitter is van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit. Bovendien is de „geest van hebzucht en wantrouwen, van leugens en onkunde” niet pas met de kredietcrisis losgekomen, zei Van der Meer. Ze haalde een onderzoek aan van het Sociaal en Cultureel Planbureau van tien jaar geleden over integriteit waaruit bleek dat allerlei bevolkingsgroepen vooral twijfelden aan de integriteit van anderen, maar niet aan hun eigen onkreukbaarheid.

Daarom heeft de markt moraal nodig, betoogt de Duitse socioloog Franz Kromka. De wetenschapper uit Hohenheim heeft de grondleggers van de ‘sociale markteconomie’ herontdekt en verwijst naar de antropoloog Arnold Gehlen. Deze waarschuwde dat de mens van nature eerder zwak, makkelijk te verleiden, egoïstisch en zelden grootmoedig is, en daarom een moreel kompas nodig heeft. Dat kompas werd in het naoorlogse Duitsland, dat in de jaren dertig moreel zo verdwaald was geraakt, de sociale markteconomie.

Ironisch genoeg werden de grondleggers van dit economische model neoliberalen genoemd. Die neoliberale school van economen ontwikkelden een model van een vrije en sociale markteconomie als tegenhanger van het nationaal-socialistische staatsdirigisme.

Deze grondleggers van de sociale markteconomie, zoals Alexander Rüstow, Wilhelm Röpke, Alfred Müller-Armack en oud-kanselier Ludwig Erhard, waren zogenoemde ‘ordoliberalen’. Zij vonden dat de economie een dienaar van de mensheid was. De staat moest orde brengen en aan de economie regels opleggen en sociale rechtvaardigheid voor burgers organiseren.

De markt genereert ook moraal als ondernemers in de concurrentiestrijd werkelijk om de gunst van de klant dingen en deze niet bedriegen en beliegen, meende Röpke. Maar de markt parasiteert ook op de moraal, waarschuwde hij, want er wordt bedrogen en gelogen. Daarom wordt de financiële crisis door menigeen ook als een morele crisis beschouwd.

„Wat moeten we aan met het morele besef dat we door de kritische ondergrens zijn gezakt”, hield Van der Meer Mohr de zaal voor. Beschouw de marktsector als een deel van de oplossing, stelde ze voor. Dat lijkt haar productiever dan uitwijken naar ongebreidelde regels om de financiële markt aan banden te leggen. Zucht naar regels komt voort uit angst, zei Van der Hoeven. Maar wil je uitgaan van vertrouwen, hoe garandeer je dat? Dat is voor haar de sleutelvraag.