Monodrama in eigentijdse muziek

Monodrama – opera met maar één personage – is de ultieme psychologische uitdaging voor de componist. „Het is heel interessant om die complexe wereld binnen één persoon te laten zien.”

‘Waar is het toneel, binnen of buiten?” Deze beroemde vraag wordt aan het publiek gesteld in de proloog van Bartóks opera Hertog Blauwbaards burcht (1918), die De Nederlandse Opera momenteel opvoert. Zien we op het toneel ‘gewoon’ intermenselijk verkeer (buiten) of staat wat we zien eigenlijk symbool voor wat zich ín ons hoofd afspeelt (binnen)?

De eigenaardige plaats van handeling – een kasteelhal met zeven deuren waarachter de hertog zijn geheimen bewaart – laat in dit geval weinig twijfel over de Freudiaanse dubbelzinnigheid van het schouwspel. Maar ook al hebben we misschien te maken met de representatie van slechts één psyche, op het podium zien we toch twee zangers twee verschillende personages vertolken.

Het kan simpeler. In een monodrama is er maar één personage en staat er dus tijdens de hele voorstelling maar één zanger of zangeres op het toneel. De eenvoud van vorm geeft in geslaagde gevallen ruimte aan een fascinerende psychologische rijkdom.

Niet toevallig werd het meest invloedrijke monodrama van de vorige eeuw net als Bartóks Blauwbaard gecomponeerd in de periode waarin Sigmund Freud furore maakte met zijn psychoanalyse. Arnold Schönbergs Erwartung (1909) toont een verwarde vrouw die een nachtelijke speurtocht naar haar geliefde onderneemt. De onheilspellend geladen, atonale en extreem veranderlijke muziek verklankt haar hallucinaties, geheugenverlies en innerlijke strijd.

Het is een rode draad die vanaf Schönberg doorloopt tot in onze tijd: monodrama is de vorm bij uitstek waarin componisten muzikaal gestalte geven aan innerlijke verscheurdheid, wanhoop en waanzin. Zonder (fysieke) tegenspeler komen die zaken des te sterker uit. Zie bijvoorbeeld Francis Poulencs La voix humaine (1959), op een libretto van Jean Cocteau, met een vrouw die aan de telefoon voor het laatst met haar (onzichtbare) minnaar spreekt, en Peter Maxwell Davies’ Eight Songs for a Mad King (1969), gebaseerd op de doorgedraaide Britse koning George III – één van de zeldzame monodrama’s met een mannelijke hoofdrol.

In Nederland componeerde Michel van der Aa in 2002 het monodrama One, waarin sopraan Barbara Hannigan virtuoos in duet gaat met zichzelf op video. Het resultaat is een geëxternaliseerde ‘monologue intérieur’ van – wederom – een vrouw in een vicieuze cirkel van verwoede introspectie.

Binnenkort zijn er in de lage landen twee nieuwe, belangwekkende monodrama’s te beluisteren. Émilie (2008) van de Finse componiste Kaija Saariaho en Ismène (2008) van de Grieks/Franse componist Georges Aperghis hebben allebei een historische vrouw als hoofdpersoon.

Émilie gaat over de laatste dagen van de achttiende-eeuwse markiezin Émilie du Châtelet (1706-1749). Zij was een vooraanstaand wetenschapper, onafhankelijk denker en minnares van, onder meer, Voltaire. Terwijl ze werkt aan haar magnum opus, een Franse vertaling van de Principia Mathematica van Isaac Newton, raakt ze zwanger van de dichter Saint-Lambert. Het wordt haar als 42-jarige fataal.

Aperghis’ Ismène gaat over één van de dochters van de mythologische Griekse koning Oidipous. Haar zus Antigone wil ten koste van haar eigen leven tegen een koninklijk besluit in hun vermoorde broer Polyneikes begraven. Ismène is de gehoorzame, meer pragmatische burger die er ondanks haar twijfels toch voor kiest om in leven te blijven. Dan maar geen held.

Bij zowel Saariaho als Aperghis hing de keuze voor monodrama samen met de keuze voor een specifieke zangeres. Saariaho schreef Émilie voor haar landgenote, de stersopraan Karita Mattila. Aperghis schreef Ismène op het lijf van de Belgische sopraan Marianne Pousseur, dochter van de vorig jaar overleden componist Henri Pousseur.

Krijgt een componist bij een opera met meerdere personages de contrasten en spanningen die het verhaal voortstuwen min of meer cadeau, bij monodrama moet alles vanuit één persoon komen.

Vanuit Lyon, waar een festival rond haar muziek plaatsvindt, zegt Kaija Saariaho: „De middelen zijn enorm beperkt, dus dat vergt creativiteit van de zanger. In plaats van verschillende personages moet je de verschillende gedachten van één persoon in muziek uitdrukken.”

Ook Aperghis benadrukt vanuit zijn woonplaats Parijs de grote veelzijdigheid die met één enkel personage toch mogelijk is. „Het is heel interessant om die complexe wereld binnen één persoon te laten zien”, zegt hij. Net als Saariaho koos hij ervoor om in een aantal tableaus verschillende kanten van zijn protagonist te belichten. Ismène bevat veel gesproken, of beter: gereciteerde teksten, die overgaan in vocalises op betekenisloze Griekse lettergrepen die haar herinneringen – positieve en negatieve – verklanken.

Saariaho wilde het bekende beeld van de vrouw in monodrama bewust overstijgen: „De meeste monodrama’s gaan over vrouwen die wanhopig zijn omdat ze hun geliefde kwijtraken. Ik wilde iets rijkers laten zien: deze vrouw werkt, ze heeft gepassioneerde affaires, maar haar grootste passie is de wetenschap. Ze heeft haar hele leven gevochten om die te kunnen nastreven, ondanks haar vrouw-zijn. Nu beseft ze met haar volle verstand dat ze het misschien niet gaat halen om haar belangrijkste werk te voltooien.”

Waar Saariaho een exceptioneel persoon wil portretteren, kiest Aperghis juist voor iemand die volgens hem is „zoals de meesten van ons”: angstig, gedwee, niet van zins om een revolutie te ontketenen. Het beeld van Ismène wordt in de opera op een fragmentarische wijze neergezet: niet eenduidig lineair of chronologisch, maar meerduidig, onsamenhangend en zelfs inconsequent – volgens Aperghis opnieuw zoals de meesten van ons. „Je moet als luisteraar zélf de samenhang bepalen. Die is voor elke toeschouwer anders”, zegt hij. „Ik voel dat zulke kunst aansluit bij onze tijd.” Nog altijd blijkt monodrama de meest introspectieve vorm van muziektheater – tot ver in het onderbewuste.

Émilie van Kaija Saariaho door Orchestre de l’Opéra national de Lyon o.l.v. Kazushi Ono, met Karita Mattila (18/3 en 21/3) of Karen Vourc’h (20/3): Muziektheater, Amsterdam. Info: www.dno.nl. Ismène door Kompagnie Khroma, met Marianne Pousseur: 15/3 t/m 20/3 Théâtre de la Balsamine, Brussel. Info: www.balsamine.be.