Ik heb nu meer met de wereld

Het leven van Wessel Broekhuis (17) wordt beheerst door autisme en obsessies.

Totdat hij metal ontdekte. Het opende voor hem de poort naar de sociale wereld.

Wessel Broekhuis verdwijnt in zijn kamer om er vijf minuten later weer uit te komen met zijn handen vol boeken, dvd’s en cd’s die liefdevol op de grote houten eettafel worden uitgestald. Broekhuis: „Dit zijn bijna al mijn obsessies tot nu toe en ze inspireren mij allemaal nog altijd. De films Star Wars en The lord of the Rings uit de tijd dat ik geobsedeerd was door fantasy. Een dinosaurusencyclopedie en natuurlijk een stapel cd’s met metal-muziek, want dat is mijn huidige passie.”

Het leven van de Amsterdamse vwo-scholier Wessel Broekhuis (17) wordt beheerst door zijn autisme en de daaruit voortvloeiende obsessies. Hij schreef het boek Alleen met mijn wereld – hoe ik leerde leven met autisme om de buitenwereld te laten zien dat het hem, ondanks zijn autisme, is gelukt om een leuk leven te leiden. Toen Broekhuis vier jaar oud was praatte hij alléén maar over dieren en omschreef hij groepjes kinderen als ‘kuddes’. Hij had onverklaarbare driftbuien en maakte geen contact met andere kinderen, behalve als die braaf naar zijn dierencolleges wilden luisteren. Ogenschijnlijk onschuldige dingen maakten hem van streek, zoals menigten, harde geluiden of een wandeling die afweek van de normale route. Al gauw werd de diagnose syndroom van Asperger vastgesteld, een vorm van autisme die bekendstaat als ‘mild’.

Hoewel Broekhuis nu veel beter in staat is om ermee te leven, speelt zijn autisme nog altijd een grote rol. Elk nieuw schooljaar legt hij zijn medeleerlingen uit dat hij het moeilijk vindt om contact te maken en dat hij vaak moe is doordat zijn zintuigen onafgebroken op volle toeren werken. Desondanks is Broekhuis bij vlagen heel gelukkig. Hij zingt in de door hem zelf opgerichte metalband Crush (anno 2007, tot nu toe optredens voor Amsterdamse medescholieren), waarvoor hij ook zelf de songteksten schrijft, en hij bezoekt regelmatig concerten met vrienden. „Metal heeft voor mij de poort geopend naar de sociale wereld”, zegt Broekhuis met een licht bekakt accent dat zijn voorkomen als metalhead een charmant fluwelen randje geeft. Het is, zo vertelt hij, zijn levensstijl geworden. Het bepaalt zijn kleding, zijn haardracht, zijn levensvisie en wat hij in het weekeinde doet.

Je hebt een bandje van Lowlands om je pols. Draag je dat elke dag?

„Het kan helemaal niet af. Hiermee had ik afgelopen zomer toegang tot het festivalterrein, voor de eerste keer in mijn leven. Het herinnert me er elke dag opnieuw aan hoe zenuwachtig ik was voordat ik erheen ging, maar vooral ook hoe leuk het was. Op dat moment besefte ik dat ik veel meer aan kan dan ik vaak denk en daar is dit bandje het symbool van geworden.”

Door je autisme heb je last van harde geluiden en drukte. Hoe overleef je dan ‘moeiteloos’ een metalconcert?

„Dat is een van de grootste mysteries van mijn leven. Kennelijk maakt mijn innerlijk dan een uitzondering. Er zijn tijdens zo’n concert veel mensen die dicht op elkaar staan, het is er warm, er klinken harde geluiden en het licht is fel, maar het doet me allemaal niks. Terwijl een drukke stationshal voor mij bijvoorbeeld nog steeds geen pretje is. Misschien ben ik tijdens zo’n concert in een trance. In elk geval beleef ik het op een heel persoonlijke manier. Ik let bijvoorbeeld erg op de T-shirts die de mensen dragen en na afloop maak ik thuis lijstjes van de bands die ik erop heb zien staan. Dat is slechts een van de vele rituelen.”

Hoe voel je je tijdens zo’n concert?

„Ik geniet. Ik voel me onderdeel van één groot geheel en dat gevoel ken ik door mijn autisme nog niet zo goed. Het is prachtig om met honderden andere mensen mee te zingen en compleet uit je plaat te gaan. Bovendien is het voor een autist als ik een goed moment om contact te leggen omdat er één heel duidelijk onderwerp is om over te praten, namelijk dat concert.”

En inspireert het je tot het schrijven van eigen teksten?

„Nee, maar ik absorbeer wel levenskracht en optimisme.”

Een soort oplading?

„Veel meer dan dat. Ik ontleen kracht aan deze muziek in tijden van onzekerheid. En ik haal er levenslessen uit. Daar heb ik een mooi voorbeeld van. De meeste muzikanten zijn dus blanke mannen. Maar de Zweedse band Arch Enemy heeft een zangeres, Angela, die toch heel heftig en mannelijk klinkt. En dat interpreteer ik zo: wat je ook bent, je kunt alles worden wat je wilt. Maar bovenal is deze muziek mijn obsessie die mij de hele dag door bezighoudt. Ik leg er schema’s over aan in mijn hoofd en ik filosofeer erover. Tegelijkertijd is het iets vormeloos en ongrijpbaars.”

Maar wel iets prettigs?

„Ja, juist omdat het zo vormeloos is kan ik er altijd over nadenken. Het heeft geen grenzen.”

In je boek schrijf je dat de muziek je ook weerbaarder heeft gemaakt tegen gepest worden op school.

„Metal is de muziek bij uitstek voor onzekere mensen omdat er zoveel zekerheid en zelfvertrouwen uit spreekt. De boodschap die ik eruit haal is dat er geen dingen hoeven te gebeuren die ik niet wil.”

Tot je veertiende heb je regelmatig destructief gedrag vertoond. Heeft metal-muziek je geholpen om daarmee op te houden?

„Ja, doordat het vaak toch wel agressieve muziek is of beter gezegd: het handelt over extreme emoties. De teksten lijken vaak te gaan over onderwerpen waar ik mee zit, en doordat ze zo extreem zijn, geven ze ook uiting aan extreme gevoelens in mij die eerder hun weg niet konden vinden. En dan bedoel ik niet de woede, maar meer de angst en onzekerheid. Want het waren meer paniekaanvallen dan woedeaanvallen.”

Hoe gaat het nu dan met die angst of onzekerheid?

„Ik kan me nu nog steeds wel zo voelen als toen, maar nu houd ik het in me. Daardoor word ik overigens wel heel erg zenuwachtig en verdrietig, dus ik weet eigenlijk niet wat beter is. Maar mijn omgeving heeft nu minder last van me en dat is dus wel goed denk ik.”

Op je veertiende besloot je dat je, net als andere pubers, vrienden wilde hebben met wie je leuke dingen kon doen, zoals spelen in een band…

„Nou, het was niet zo dat ik van de ene op de andere dag met iedereen begon te praten hoor, maar ik wilde sommige vreemde gewoontes wel afleren, zoals die destructieve buien. Ik wilde extra mijn best gaan doen om te leren hoe ik me dien te gedragen omdat ik nog heel lang door moet in dit leven.”

Je schrijft in je boek dat je als kind heel vaak in Artis kwam en dat je met je droomvrouw een dagje naar Artis zou moet kunnen gaan. Wat betekent deze dierentuin voor jou?

„De terugkeer naar hoe ik vroeger was, toen ik nog een klein kind was met een obsessie voor dieren. Ik had minder met de wereld te maken en mijn ouders beschermden mij. Maar dit ideaalbeeld is misplaatst hoor, want ik was toen net zo zorgelijk als nu. Op mijn vijfde was ik depressief en had ik geen zin om nog iets te doen omdat ik had ontdekt dat ik toch dood zou gaan. Misschien ben ik nu wel veel gelukkiger.”

Wessel Broekhuis: Alleen met mijn wereld – hoe ik leerde leven met autisme. Uitgeverij Nieuwezijds. (14,95 euro).