Ik heb er genoeg van Alice te zijn

Sommige klassiekers weigeren stof te vergaren. Sommige personages ook. Neem Alice. Ze blijft leven: in vertalingen, in een matige 3D-film en nu in een innemende ‘vie romancée’.

Melanie Benjamin: Ik was Alice. Vert. Erica Feberwee. Orlando, 384 p. € 15,-

Je zult maar in een boek terechtkomen. En wanneer dat boek bovendien een wereldwijd succes wordt, dan ben je voor het leven getekend. Het overkwam de 13-jarige Alice Liddell in 1865, toen Lewis Carroll haar vereeuwigde in Alice’s Adventures in Wonderland.

En nu, zo’n anderhalve eeuw later, is Alice Liddell weer in een boek beland. In Ik was Alice, de debuutroman van de Amerikaanse schrijfster Melanie Benjamin, kijkt een bejaarde Alice Liddell terug op haar leven. Uiteraard speelt Lewis Carroll een grote rol in haar memoires.

Lewis Carroll was het pseudoniem van Charles Lutwidge Dodgson, een verlegen wiskundedocent die van kleine meisjes hield. Hij schreef ze brieven vol grappen en raadsels, nam ze mee op roeitochtjes en fotografeerde ze. Alice Liddell was een favoriet. Ze was het dochtertje van de decaan van Christ Church, het college in Oxford waaraan ook Dodgson was verbonden.

Benjamin concentreert zich in Ik was Alice niet alleen op de jeugd van Alice. Toch staat de relatie tussen Dodgson en Alice centraal. En terecht, want Alice Liddell zou altijd met die andere Alice worden geassocieerd. ‘Maar o, wat heb ik er genoeg van, lieverd!’ laat Benjamin haar hoofdpersoon aan het einde van haar leven zeggen.

Het wereldberoemde verhaal ontstond op de ‘gouden middag’ van 4 juli 1862, toen Dodgson tijdens een roeitochtje Alice en haar twee zusjes een wonderlijk verhaal vertelde waarin Alice de hoofdrol speelde. Alice was verguld, en stond erop dat Dodgson het zou opschrijven.

In de vie romancée van Benjamin staat niet dat boottochtje centraal, maar de sessie waarbij Dodgson Alice fotografeerde als een in vodden gehuld zigeunermeisje dat met één tepel ontbloot zelfbewust in de lens blikt. De zesjarige Alice geniet van de aandacht van Dodgson, en is blij dat ze haar stijve kleren mag inwisselen voor het gescheurde zigeunerjurkje, maar tegelijkertijd voelt ze dat er iets speelt dat ze niet kan benoemen. Die ambivalentie blijft tussen hen bestaan, tot Dodgson in de zomer van 1863 door de ouders van Alice te verstaan wordt gegeven dat hij bij Alice uit de buurt moet blijven.

Die breuk loopt als een rode draad door Ik was Alice. Benjamin baseert zich bij haar reconstructie van het leven van Alice op historische bronnen, maar hier heeft ze de vrije hand, omdat de ware oorzaak van de breuk nooit is opgehelderd. Het pleit voor haar dat ze er geen sensationeel circusnummer van maakt. Ze komt met een vrij ingehouden verklaring; een volwassen man verliest grenzen uit het oog, die dan ook prompt worden overschreden door een elfjarig meisje dat zich als uitverkoren beschouwt. Het echte trauma van Alice moeten we volgens Benjamin elders zoeken. Toen Alice in de twintig was, werden zij en de Engelse prins Leopold verliefd op elkaar, maar van een huwelijk kon geen sprake zijn, omdat koningin Victoria erop stond dat haar zonen met prinsessen trouwden.

Uiteindelijk trouwde Alice met ene Reginald Hargreaves, maar ze zou haar prins nooit vergeten. Ook van haar fictionele tegenhanger zou ze nooit loskomen. Toen haar echtgenoot stierf, vermeldde zijn necrologie in The Times dat hij in 1880 was getrouwd met ‘Alice in Wonderland’.

Ik was Alice is een innemend en bij vlagen ontroerend boek over de ontwikkeling van een vrouw uit een gegoed milieu die zich na het ambivalente paradijs van haar jeugd heeft gevoegd naar de strikte leefregels van het Victoriaanse Engeland. De jonge Alice is vaak iets te wijs voor haar leeftijd, en komt zo nu en dan tot inzichten die niet bij haar leeftijd passen. Maar naarmate ze ouder wordt, groeit de geloofwaardigheid van het personage. Benjamin maakt haar niet te modern, of te aardig; haar Alice groeit uit tot de behoudzuchtige, niet altijd even gemakkelijke vrouw die ze volgens haar biografen was. Nieuwe inzichten over Alice of Lewis Carroll biedt Ik was Alice niet, maar als Benjamin erop uit was Alice Liddell in haar tijd te plaatsen, is ze daarin goed geslaagd. Toch is het boek natuurlijk vooral een goede reden om Alice’s Adventures in Wonderland en het vervolg, Through the Looking Glass, nog eens te herlezen.

Sommige klassiekers weigeren stof te vergaren, en Carrolls boeken over Alice zijn daar een goed voorbeeld van. Na anderhalve eeuw maken ze nog steeds een volstrekt ongedateerde indruk, ook al staan ze dan vol parodieën op allang vergeten Engelse gedichten en bakerrijmpjes – die voor Nederlandse lezers overigens al nooit thuis te brengen waren.

Die Nederlandse lezers mogen zich gelukkig prijzen: vorig jaar werden de veelgeprezen Alice-vertalingen van Nicolaas Matsier opgenomen in de Gouden Reeks van Athenaeum–Polak & Van Gennep. Matsiers vertaling is speels en inventief, maar zijn grootste prestatie is dat hij de toon van de boeken weet te behouden – die opgewekte, speelse en laconieke toon met een zweem van melancholie die bij de lezer een groot geluksgevoel kan oproepen.

De Gouden Reeks-editie van het werk van Carroll bevat nog een mooie bonus: een apart deel Aantekeningen bij Alice, de vertaling van The Annotated Alice van de Amerikaanse wiskundige Martin Gardner. Het resultaat van Gardners denk- en speurwerk is een schatkamer waarin een geweldige hoeveelheid achtergrondinformatie is te vinden. Het is een prachtig naslagwerk, maar de angst slaat je om het hart wanneer je erdoorheen bladert, want opeens krijg je het idee dat je nooit iets van Alice hebt begrepen. Maar als je daarna weer in de Alice-boeken begint te lezen, besef je snel dat haar avonturen zich in een tijdloos universum afspelen.

Helaas is dat niet het universum dat regisseur Tim Burton heeft gecreëerd voor zijn Alice in Wonderland, die nu in de bioscoop draait. In Burtons film keert de negentienjarige Alice terug naar Wonderland om de Jabberwocky te verslaan. Het is knap gedaan, maar verder is deze film alles wat Alice niet is: luidruchtig, bombastisch en moralistisch. Het is alsof Burton Alice’s Adventures in Wonderland heeft gekruist met The Lord of the Rings. Ook al lopen er dezelfde figuren in rond, het Wonderland van Burton is mijlenver verwijderd van de wereld die Lewis Carroll schiep toen hij op een zomermiddag in 1862 tijdens een roeitochtje een verhaal verzon waarin een kleine passagier de hoofdrol speelde.

Lewis Carroll: De Avonturen van Alice in Wonderland & Achter de Spiegel en wat Alice daar aantrof, en Martin Gardner: Aantekeningen bij Alice. Vertaald door Nicolaas Matsier, Athenaeum–Polak & Van Gennep, € 49,95