'Hoe ouder hoe rebelser'

De Finse Karita Mattila is een van de grootste lyrische-dramatische sopranen ter wereld. Nu zingt ze Émilie, een monodrama van haar landgenote Kaija Saariaho.

Ze is berucht om haar veeleisendheid, bekend om haar hoogblonde haren, brede lach en voorkeur voor hippe laarzen en tasjes. Toets de naam van Karita Mattila – wereldwijd een van de grootste lyrische-dramatische sopranen – in bij de iTunes Store en je bent nog weinig wijzer. De belangrijkste operarollen voor haar stemtype onder de grootste dirigenten staan er naast vederlicht musicalrepertoire, eigentijdse liederen, Finse evergreens en jazzballads. In welk genre je haar ook beluistert, steeds is er die stralende hoogte, gepaard aan een extreem warme, dramatisch altige laagte. „In mijn muzikale én culinaire smaak ben ik een echte boerendochter”, lacht ze kaatsend in de voor haar gereserveerde, lege ontbijtzaal in een luxe hotel in Lyon. „Ik eet alles.”

Gevolg van die brede smaak is ook dat Mattila er niet voor terugschrok haar landgenote, componiste Kaija Saariaho, te vragen een opera voor haar te componeren. „Wij kennen elkaar van het conservatorium”, zegt ze. „Zo’n gedeelde achtergrond geeft vanzelf al een gevoel van warmte en vriendschap. Maar het waren vooral de liederen Quatre Instants die zij voor mij componeerde die me op dit idee brachten.”

Aan de opera in Lyon zong Mattila vorige week de wereldpremière van Saariaho’s monodrama Émilie – een topzware, tachtig minuten durende ‘monologue intérieur’ van de achttiende-eeuwse markiezin/natuurkundige/wiskundige Émilie du Châtelet. Hoogzwanger reflecteert zij over leven, liefde, geloof, wetenschap en vrouwelijkheid – voorvoelend dat ze korte tijd later in het kraambed zal sterven. De opera is volgende week drie keer te zien in het Amsterdamse muziektheater.

Bij de voorstellingen in Lyon deed Mattila een imponerende poging leven te blazen in Émilie, haar worstelingen en bespiegelingen. Toch bleef het stuk, geënsceneerd onder een stellage van planeten, statisch. Mattila zucht. „Over de dirigent laat ik me niet uit, al hoop ik wel dat deze opera elders nog eens in een geheel nieuwe productie wordt hernomen”, zegt ze.

„Ik denk dat de regie ook dieper kan ingaan op wat Émilie als mens heeft bewogen. Haar persoonlijkheid heeft zoveel kanten... Maar de muziek vind ik prachtig. Die is ongelofelijk kleurrijk en dwingt je die kleuren ook zo divers mogelijk te zingen, omdat je anders het effect van de muziek vermindert.”

Dat Kaija Saariaho met Karita Mattila in haar achterhoofd juist Émilie du Châtelet koos als onderwerp van haar monodrama, is navoelbaar. Émilie heeft alle karaktertrekken van de ideale vrouwenrol. Als markiezin leidde zij sociaal een geregeld bestaan als echtgenote en moeder, maar zij was óók de minnares van onder anderen Voltaire en haar Franse vertaling van Newtons Principia Mathematica is nog steeds een standaardwerk. Mattila: „Voltaire zei: ‘Émilie was een groot man, wiens enige fout het was dat zij een vrouw was.’ Maar wie kent haar nog? Geschiedschrijving is subjectief en patriarchaal. Ik vind het een privilege van onze tijd om te ontdekken hoe het echt zat.”

Mattila las zo veel mogelijk over Émilie, vertelt ze. „Dat viel overigens vies tegen; ik heb maar één monografie gevonden die goed was. Geschreven door een vrouw, overigens. Veel andere boeken vertellen maar een deel van het verhaal.” Zo zou Émilie ‘moeilijk’ zijn geweest. „Moeilijk, denk ik dan, wat is dat? Als je de wortels van zo’n omschrijving naloopt, voeren ze altijd terug op een citaat van een jaloerse vrouw of een brief van haar ex Voltaire. Natuurlijk was Émilie in haar tijd moeilijk: ze was geïnteresseerd in mannen én mannenonderwerpen. Maar ondanks haar geëmancipeerde karakter en scherpe opmerkingen over het christelijk geloof was ze óók een vrouw van haar tijd. Ze vond dat vrouwen moesten genieten, maar achtte het óók vanzelfsprekend dat ze een verstandshuwelijk aanging en dat de drie daaruit voortkomende kinderen goed terechtkwamen en dus naar een kloosterschool moesten.”

Matilla droomt van een regisseur die al die kanten eens zou uitdiepen. „Een vrouw zou interessant zijn, maar biedt geen garantie; je hebt genoeg vrouwelijke regisseurs die, hmm, niet zo diep graven. Als ik zelf mag kiezen? Doe me dan een regisseur als Lev Dodin. Of Luc Bondy; hij toonde me in 1990 met Kierkegaard in de hand hoe geweldig reliëfrijk het personage Donna Elvira in Mozarts Don Giovanni is. Ik heb er nog plezier van.”

Mattila zelf groeide op in een boerengezin waar „de rolpatronen zeer duidelijk en zeer conservatief waren verdeeld”, vertelt ze. „Daar ben ik in zekere zin praktisch-feministisch van geworden. En hoe ouder ik word, hoe rebelser. Juist omdat ik me steeds sterker realiseer hoe onredelijk een ongelijke opvoeding is.”

Ironisch genoeg heeft ze aan die houding ook haar liefde voor de muziek te danken, zegt ze. „Pianoles vonden mijn ouders ‘een keurige hobby’ voor meisjes. Natuurlijk wilde ik ermee kappen toen ik veertien was, om te kunnen omgaan met jongens. Dat mocht niet. Twee jaar later werd ik alsnog door de muziek geraakt.”

Inmiddels beperkt Mattila zich tot zestig voorstellingen per jaar. Haar striptease tijdens de wellustig uitgedanste sluierdans van Salome bij de Metropolitan Opera in New York was in 2008 legendarisch („Je moet er als vrouw van achter in de veertig een beetje in geloven dat je er nog goed uitziet, haha”). Haar Tosca, afgelopen herfst bij de Met, was fel en ontroerend.

Veel operahuizen hengelen al jaren naar Mattila’s debuut in grote rollen voor haar stemvak als Isolde, Senta of Elektra. „Er zijn gewoon te weinig goede sopranen”, zegt ze. „Velen kunnen in de studio een cd’tje volzingen, maar een voorstelling dragen – dat is iets totaal anders. Waar zijn ze, de nieuwe Verdi-heldinnen, de Wagner-sopranen? Dat maakt ook dat ouder worden voor mij geen onderwerp is, zo lang ik jongere vrouwen nog enigszins geloofwaardig gestalte kan geven.

„Als je ouder wordt, word je in je persoonlijke leven meer bereid tot compromissen. Professioneel werkt het bij mij precies omgekeerd. Natuurlijk zou ik graag rollen als Senta, Isolde en Elektra zingen. Maar alleen als ik zeker weet dat het hele team bereid is voor een optimale productieecht tot het uiterste te gaan. Voor luiaards of sensatiezoekers heb ik geen geduld meer. Ik word vijftig.”

Émilie, 18, 20 en 21 maart, Muziektheater, A’dam. Inl.: www.dno.nl.