Het nieuwe recht op aandacht

Het was in de tijd dat John Bernard de weerman van RTL4 was, en Jeroen Pauw met Loretta Schrijver het nieuws presenteerde. Eén keer heeft Pauw toen gezegd: ‘En nu komt John Bernard ons vertellen wat voor weer het vandaag geweest is.’ Hij had een vooruitziende blik. Het weerbericht, vooral dat op RTL4, is uitgedijd tot een rijk geïllustreerd verhaal van wat we die dag achter de rug hebben. En dan aan het einde komen er een paar radarbeelden en een grafiekje van datgene waarom het per slot van rekening is begonnen: wat ons morgen boven het hoofd hangt.

Het dagelijks weerbericht in het algemeen is behalve een voorspelling een kleine maar belangrijke culturele gebeurtenis, omdat het tot de meest bekeken bestanddelen van de televisie hoort. Het is begonnen als een korte voorspelling. Toen is geleidelijk het tijdvak van de interactie aangebroken en ongeveer tegelijkertijd kwam internet tot ontwikkeling en begon de opmars van de digitale camera. Iedereen wist al wat het vandaag voor weer was geweest. Nu kon iedereen die daarvan een kiekje had gemaakt dat naar de weervrouw/man sturen. Die zocht de mooiste uit. De uitverkorenen werden in hun existentie bevestigd, degenen die waren overgeslagen kregen een impliciete aanmoediging om het nog eens te proberen.

Bij zulke foto’s hoort een verhaaltje. Maar wat moet je vertellen bij een plaatje van zo’n prachtig besneeuwd veldje, een van de weg gegleden auto, mensen op een terrasje? De praktijk bewijst dat het vertonen van foto’s van kijkers in het weerbericht je bevestigt in je ervaringen en dat het de weermens tot een vrijblijvend praatje verplicht.Als veruit de beste in dit genre beschouw ik Peter Timofeeff. En ik geloof dat hij ook de grootste liefhebber is. Een stuk of acht foto’s voor hij terzake komt, is geen zeldzaamheid. Wat kan die man smakelijk-omslachtig over de prachtigste plaatjes vertellen en uitleggen wat daarbij te genieten valt.

Nu kom ik tot een conclusie die misschien een grote stap zal lijken. Het gesproken Nederlands maakt simultaan twee ontwikkelingen door. Aan de ene kant wordt het directer, wat ook door de digitale communicatie wordt bevorderd. Internet maakt het mogelijk, vanuit de digitale hinderlaag elkaar uit te schelden, te bedreigen, anoniem en zo grof mogelijk. En aan de andere kant wordt het steeds omslachtiger. De manier waarop het weer van morgen wordt aangekondigd is niet meer dan een voorbeeld. Je kunt op de televisie ook naar een kamerlid luisteren, dat zich in alle taalkundige bochten wringt om niet ter zake te komen. Of in een tram met scholieren gaan zitten. Je hoort de modernste standaarduitdrukkingen. Dan heb ik iets van. Of zo. Zeg maar. Een beetje. Ze doen het niet expres. Het is niets anders dan de universele drang om zo laat mogelijk ter zake te komen.

Hoe komt het? Wie zich niet helder uitdrukt, heeft niet helder gedacht, zei Johan Andreas Dèr Mouw (1863-1919). Hij had gemakkelijk praten. Toen was er nog geen televisie of radio voor de massa.

Het publieke woord is fundamenteel gedemocratiseerd. Nu gaat het voor iedereen erom, zo duidelijk mogelijk te laten weten dàt hij er is. Hoe is van minder belang. In de media zijn is het nieuwe, fundamentele ongeschreven recht.