Geen album zonder supergast

Een beetje band nodigt tegenwoordig een beroemde gast uit om mee te spelen op het nieuwe album. Of twee. Of drie. Het Britse Gorillaz spant de kroon; ze vroeg voor Plastic Beach een dozijn gastmuzikanten. Gorillaz, een project van muzikant Damon Albarn (Blur) en tekenaar Jamie Hewlett (Tankgirl), strikten niet de minsten. Van Snoop Dogg tot het National Orchestra for Arab Music; van Lou Reed tot Clash-voorman Mick Jones; ze doen allemaal mee.

Maar kun je met zulke diverse gasten een coherent album maken? Het antwoord luidt ja. Plastic Beach is een goede plaat geworden. Dat het plastic strand eigenlijk een eiland is, opgespoten uit menselijke resten, afval en andere cartooneske onzin, doet daar niets aan af. Achter dat verzonnen verhaal gaan goede arrangementen, lome beats, warme strijkers en zeurderige synthesizerdeuntjes schuil.

De gasten spelen de hoofdrol – en staan tegelijk in dienst van het geheel. Rapper Snoop Dogg doet dat op bekende wijze, met grappige en lome raps die vol verwijzingen naar een zwart verleden zitten. Lou Reed klinkt fragiel op kale pianoklanken. Zanger Mark E. Smith van The Fall is vastberaden in een song die klinkt als een op hol geslagen keukenapparaat. Rapper Mos Def en soullegende Bobby Womack zijn elkaars tegenpolen in de single Stylo. Vooral Womack is door Albarn tot het uiterste gedreven. Getergd schreeuwt hij het uit.

Met Plastic Beach heeft Damon Albarn een van zijn betere platen, pardon ‘projecten’,tot nu toe afgeleverd.

Dat Albarn, tevens voorman van Blur, nog tijd had voor andere projecten, zoals een gastbijdrage op het album Heligoland van Massive Attack, verbaast dan ook. In het liedje Saturday Comes Slow is hij een gebroken man. „Do you love me”, zingt hij vertwijfeld. Maar de bijna militaire drumslag kondigt het naderende onheil al aan.

Ook Massive Attack beschikt over een rijke vriendenkring. Reggaezanger Horace Andy en zangeres Martina Topley-Bird kwijten zich goed van hun taak, terwijl minder voor de hand liggende muzikanten als Tunde Adebimpe (Tv on the Radio) en Guy Garvey (Elbow) opvallend goed gedijen op de warme, uitwaaierende klanken.

Heligoland bevat geen hitgevoelige verrassingen als Unfinished Sympathy, het nummer waarmee de groep in 1991 in een keer haar naam vestigde. Maar het album bevat wel tien doordachte songs die intrigeren door hun muzikale gelaagdheid en mystiek.

Bij danceduo Groove Armada duikt Roxy Music-zanger Bryan Ferry pas tegen het einde van het album Black Light op, om met zijn aangename hese stem een van de weinige zwoele nummers op het album in te zingen.

Een andere gast is Nick Littlemore van Empire of the Sun. Hij geeft een ruig randje aan Armada’s muziek, die toch al opvallend meer rockt dan voorheen. Scheurende gitaren en roffelende drums; het ligt mijlenver af van Armada’s loungehit My Friend, maar de muziek is er niet minder om.