Een witte streep hoog in de lucht

Wanneer ik de tuinstoel uit de wind zet, is het lente. Ik strek mijn benen en sluit mijn ogen tegen het zonlicht. Wanneer ik zucht is het alsof ik de winter uit mijn borstkas blaas.

„Moet je geen jas aan?” roept mijn moeder.

Ik ben zomaar vijf, en tien, en twaalf. Ik ben alle keren dat mijn moeder me zei me warmer te kleden.

Wanneer ik mijn trui heb uitgetrokken, zie ik mijn moeder – gekleed in haar dikste winterjas en met een sjaal om haar hoofd – de binnenplaats oversteken. Ik zet een zonnebril op en zie mijn vader hout hakken.

We leven in verschillende seizoenen. Zelfs nu ik hier ben.

Mijn zoontje komt met een bak lego naar buiten. Hij vraagt me een vliegtuig voor hem te maken.

Een vliegtuig. Ik kijk omhoog en zie hoe een straalvliegtuig een witte streep trekt in een strakblauwe lucht. Mijn zoon wijst naar boven en zegt dat hij er zo één wil.

Ik begin met het aan elkaar bevestigen van witte legostenen.

„Kan hij vliegen?” wil mijn zoon weten.

„Nog niet”, zeg ik. Ik heb een witte streep in mijn handen. Ik weet niet hoe ik vleugels moet maken.

Driehonderd meter hiervandaan maakte de Franse kapitein Jean Marie le Bris halverwege de negentiende eeuw een vlucht van tweehonderd meter met een zelfgebouwd zweefvliegtuig. Hij bestudeerde de vleugelslag van een albatros en bouwde de vleugels van het dier op schaal na.

In Bretagne geldt Le Bris als de eerste die opsteeg met een zweefvliegtuig.

Aan de overkant van het water is hij de tweede. In 1853 – drie jaar voordat Le Bris opsteeg – zou Sir George Cayley zijn koetsier in een zelfontworpen zweefvliegtuig over de vallei van Brompton hebben gejaagd. De tegenstribbelende koetsier werd in Engeland de eerste vliegenier, waar hij zelf niet van onder de indruk was. Hij nam ontslag.

We kijken aan zee of er sporen te vinden zijn van de vlucht van Le Bris. Hij moet hier ergens zijn opgestegen, op dit strand dat is omzoomd door weelderig begroeide rotspartijen. De lucht is hier licht, alsof deze van een bijzondere kwaliteit is sinds een man hier de zwaartekracht overwon.

In een boek over de geschiedenis van het vliegen dat ik las als kind – en dat nu naast het bed van mijn zoontje ligt – zie ik dat Le Bris niet alleen zelf de lucht inging, maar dat de koetsier die zijn vliegtuig aanjoeg, mee omhoog werd getrokken. Op een tekening in het boek hangt de koetsier met een touw om zijn enkel, ondersteboven in de lucht.

Ik kijk naar een man die verderop staat te klooien met een vlieger. Ik weet niets van vliegers, of vliegeren. Ik weet niet of deze vliegeraar het verkeerd aanpakt of dat de elementen hem slecht gezind zijn. Hij kijkt alsof het laatste het geval is. Woedend smijt hij de vlieger tegen de grond en begint erop te stampen.

Zou hij weten dat hij op de plek staat waar Jean Marie Le Bris opsteeg? Is dit een bewust herspelen van de geschiedenis?

Mijn zoon werpt zijn witte streep een aantal meters de lucht in. Ik zie nu pas dat hij in een T-shirt op het strand staat. „Moet je geen jas aan?” hoor ik mezelf roepen.