De filmster wordt minder waard

Daags voor de Oscar-uitreiking bekeek The New York Times het salaris van de hoofdrolspelers van alle tien voor een Oscar genomineerde films. Opmerkelijk: samen ontvangen ze nauwelijks meer dan de 20 miljoen dollar die Julia Roberts in 2000 in haar eentje kreeg voor Erin Brockovich, of Russell Crowe in 2003 voor Master and Commander. Van dat bedrag ging zo’n 10 miljoen dollar naar Brad Pitt voor zijn veredelde bijrol in Inglourious Basterds. Sandra Bullock halveerde voor The Blind Side haar gebruikelijke gage van 10 miljoen dollar. De hoofdrolspelers van The Hurt Locker, An Education, District 9 en A Serious Man deden het met bedragen dichtbij het minimum van het Screen Actors Guild: 65.000 dollar.

Maar goed dat modehuizen voor de Oscar-nacht gratis galajurken leveren: hoe betaalt de jonge Carey Mulligan (An Education) met zo’n salaris anders haar Prada? Filmsterren bedingen volgens de NYT bovendien nog maar zelden een percentage van de bruto-opbrengst, zoals vroeger, maar hooguit een aandeel in de nettowinst. Die kan erg tegenvallen: de filmindustrie wemelt van boekhouders gespecialiseerd in het wegtoveren van winsten.

Uiteraard lijdt Hollywood onder de kredietcrisis, vreet piraterij aan de dvd-recettes, compenseren bioscoopbezoek en 3D dat onvoldoende. Toch lijkt er iets grondig mis met de onderhandelingspositie van filmsterren. Dat suggereerde vorig jaar al de ‘Ulmerschaal’, die de financiële pikorde van Hollywoods A-lijst vaststelt. Vergeleken met de vorige Ulmerschaal stegen alleen Will Smith en Johnny Depp – de laatste scoorde met Public Enemies daarna nog een zeperd. De meesten daalden in waarde, het sterkst de gewezen supersterren Tom Cruise, Mel Gibson, Jim Carrey en Keanu Reeves.

In de twintig jaar dat James Ulmer zijn schaal opmaakt was het vertrouwen in sterren nooit zo gering, stelt hij. Hun handtekening onder een filmcontract garandeert niet langer succes. Implodeert het sterrenstelsel? Devalueert filmsterrendom door de losgeslagen celebritycultuur en de dichte wolken eendagsvliegen die realityshows en internet genereren?

Zoiets impliceert insider Peter Dekom in de NYT. „Sterren resoneren niet bij de what’s next-generatie. Ze trekken publiek van dertig jaar en ouder, dat steeds minder films bezoekt.” Een trend die zichzelf versterkt nu Hollywood de kas spekt met op de jeugd gerichte formulefilms, animatie en 3D. Tussen al die visuele effecten verbleken de sterren. In de kaskrakers van 2009 – Transformers II, Star Trek, Avatar – domineren frisse gezichten als Chris Pine, Sam Worthington, Zoe Saldana en Shia LaBoeuf. Dat markeert mogelijk een generatiewisseling waar de subjectieve Ulmerschaal te traag op reageert. Want Ulmers toptien wordt bevolkt door veertigers en vijftigers, met als uitzonderingen de dertigers Leonardo DiCaprio en Reese Witherspoon. Mannen van middelbare leeftijd: boeiuh. Wellicht heeft zich allang een nieuw sterrenstelsel gevormd, maar heeft het licht ons nog niet bereikt.