Daden en gedachten tussen post-mortem flashbacks

Gillian Flynn: Duisternis. Vert. Jeannet Dekker. Boekerij, 383 blz. € 19,95. Engelse versie verscheen bij Orion

Libby Day lag in de baarmoeder te marineren in de zure zorgen van haar moeder, negen maanden lang. In de vrijwel perfecte thriller Duisternis vertelt ze met besmettelijk cynisme hoe haar leven derhalve was voorbestemd om direct na de start in ijltempo bergafwaarts te suizen. Libby komt in 1978 ter wereld als het ongewenste en zoveelste kind van een in alle opzichten failliete boerenfamilie op de desolate prairie van Kansas, waar futloze heuvels liggen te wachten op huilende coyotes. Libby is het soort kind dat krijsend wegrent als ze in haar po ziet liggen wat er allemaal uit haar komt; afgrijzen en tobberij beheersen haar leven.

Die levenshouding wordt voor eeuwig bevestigd als op haar zevende het gezin wordt uitgemoord. De misdaad is onduldbaar, onverklaarbaar en dus wordt bij gebrek aan beter Libby’s vijftienjarige broer Ben, die al onder vuur ligt wegens aanranding en satanisme, geslachtofferd als dader. Zijzelf wordt uitgeroepen tot ultiem zielig kind en leeft tot haar dertigste als indolent beroepsslachtoffer, puttend uit de opbrengsten van de onvermijdelijke geautoriseerde biografie en een door tv-acties bijeen gebedeld steunfonds. Als dat geld op en de media-aandacht verflauwd is, biedt een morbide club complottheoretici haar geld om te bewijzen dat Ben onschuldig is. Libby maakt haar familiegeschiedenis nogmaals ten gelde en start schoorvoetend een speurtocht naar de waarheid. Intrigerende ongerijmdheden komen aan het licht, die bij Libby en lezer een met doem beladen nieuwsgierigheid wekken.

Net als in haar zeer sterke debuut Teerbemind etaleert Gillian Flynn in Duisternis haar vermogen om de kleine pijn van het zijn op te roepen. Libby Day is de koningin van de zelfhaat, die ook los van de moordpartij genoeg futiele nare herinneringen weet op te diepen om het boek een subliem tragische ondertoon te geven. Die toon is eigenlijk ellendiger dan de moorden, die het boek op een bizarre manier juist draaglijker maken, geholpen door Libby’s tomeloze zelfspot. Haar daden en gedachten in het heden worden afgewisseld met een soort post-mortem flashbacks van haar broer en moeder in 1985, tijdens de dagen voor de moorden.

Het is juist Gillian Flynns verdienste dat die afwisseling bij de lezer een lichte irritatie opwekt; de verhaallijnen uit heden en verleden zijn allebei te spannend om te onderbreken. Net als Teerbemind is Duisternis iets meer dan gewoon een goed geschreven thriller: het is er een waaraan je lang na het lezen nog af en toe terugdenkt. Flynns Engels is zo mooi, dat ook de net verschenen Engelse pocketversie overwogen kan worden. Zinnen als ‘I have a meanness inside me, real as an organ. Slit me at my belly and it might slide out, meaty and dark, drop on the floor so you could stomp on it’ moeten beloond worden.