'Culturele elite' in verzet tegen Vrijheidspartij

Elfriede Jelinek, de Oostenrijkse schrijfster die in 2004 de Nobelprijs voor literatuur kreeg, heeft zich opnieuw gemengd in het politieke debat in haar land. Ook andere vooraanstaande auteurs zoals Franzobel en Gerhard Ruiss waarschuwen in een manifest tegen de presidentskandidatuur van de extreem rechtse politica Barbara Rosenkranz. Op 25 april gaan de Oostenrijkers naar de stembus om een staatshoofd te kiezen. Normaal gesproken geen onderwerp waar de literaire wereld zich druk over maakt. Rosenkranz, naar voren geschoven door de Vrijheidspartij van de overleden Jörg Haider, maakt geen kans tegen de kandidaat van de Oostenrijkse sociaaldemocraten, de zittende president Heinz Fischer. Toch vinden Jelinek en de andere auteurs het nodig zoveel mogelijk Oostenrijkers ervan te overtuigen hun stem aan de Vrijheidspartij te onthouden. Als ‘conservatief nationalist’, zoals zij zichzelf noemt, heeft Rosenkranz als voornaamste programmapunt een immigratiestop. Ook keert zij zich tegen ‘de gevestigde politiek’ en tegen Europa. Verder propageert Rosenkranz dat het nationaal-socialistische gedachtegoed in het algemeen en de ontkenning van de Holocaust in het bijzonder gehoord moeten kunnen worden. Dit met het oog op de vrijheid van meningsuiting. Als er één schrijver in Europa tegen de beknotting van de vrijheid van meningsuiting is opgekomen, dan is het wel Elfriede Jelinek. De Vrijheidspartij heeft al eens campagne gevoerd om haar wegens haar meningen naar de Fiji-eilanden te verbannen.

Als extreem rechts zich beroept op de vrijheid van meningsuiting is het altijd hetzelfde liedje: vreemdelingenhaat moet kunnen, maar wie tegen discriminatie protesteert dient de mond te worden gesnoerd. Ook in Oostenrijk moet vooral ‘de culturele elite’ het ontgelden: bij voorgaande verkiezingen was één van de leuzen van de Vrijheidspartij: ‘Wilt u kunst en cultuur of Jelinek?’ Tiroler schlagers zijn vanuit dat oogpunt bezien cultuur, wat kritische geesten produceren, is ontaarde kunst. Gelukkig kent Oostenrijk een culturele elite die niet in haar schulp kruipt en extreem rechts de wacht durft aan te zeggen.