Controversiële status

De koningin heeft onlangs de achtergebleven bewindslieden van het demissionaire kabinet-Balkenende verzocht „al datgene te blijven verrichten wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk achten”. Dat is een traditioneel verzoek aan een kabinet dat is gevallen, maar nog wel een tijd moet regeren.

Al even traditioneel begint daarna het gesteggel in het parlement wat er zoal onder het belang van het Koninkrijk moet worden verstaan. Met andere woorden: welke wetsvoorstellen en andere onderwerpen nog een parlementaire behandeling verdienen, in de wetenschap dat nationale verkiezingen spoedig zullen worden gehouden.

Zeker is dat Nederland op 9 juni een nieuwe Tweede Kamer kiest en dat de huidige Kamer op 17 juni wordt ontbonden. Maar hoe lang het demissionaire kabinet in geamputeerde vorm – met CDA en ChristenUnie, zonder PvdA – nog door regeert, is volstrekt onduidelijk. Dat hangt af van de duur van de kabinetsformatie, wat doet vermoeden dat Balkenende IV nog vele maanden het land zal besturen.

De Tweede Kamer heeft gisteren een lijst samengesteld van zo’n 300 ‘controversiële onderwerpen’, waarmee het kabinet nu niet bij het parlement hoeft aan te komen: ze worden niet behandeld. De Eerste Kamer sprak dinsdag over twintig mogelijk controversiële wetsvoorstellen, maar besloot in meerderheid dat die allemaal wel zullen worden behandeld. Dat vonden sommige fracties incorrect; de meerderheid in de Senaat zou zich niet „hoffelijk” jegens de minderheid gedragen. In de Tweede Kamer deden zich soortgelijke discussies voor.

Hier wreekt zich de gewoonte in de Nederlandse politiek om een beroep te doen op meestal ongeschreven staatsrecht, dat naar eigen voorkeur uit te leggen is. De Eerste Kamer bijvoorbeeld hanteert een procedure waarin is vastgelegd dat een meerderheid een voorstel van een „substantiële minderheid” kan respecteren. Hoffelijk, substantieel, redelijk, het zijn maar adjectieven die voor veel interpretatie vatbaar zijn, en dus voor politiek opportunisme. Zo was voormalig VVD- leider Wiegel indertijd van mening dat als maar enkele Kamerleden een onderwerp controversieel vonden, dat al reden genoeg was om het niet te behandelen. Maar het eerste kabinet-Balkenende, met daarin de VVD (en het CDA), dat demissionair werd nadat twee LPF-ministers waren opgestapt, joeg vele jaren later nog menig voorstel door de Kamer. Met steun van de LPF-fractie en tot woede van de oppositie.

In zijn algemeenheid geldt dat bij besluitvorming terughoudendheid op zijn plaats is, als een nieuwe volksvertegenwoordiging op het punt staat gekozen te worden. Alleen: vage verwijzingen naar het ongeschreven staatsrecht schieten als richtsnoer daarvoor tekort. Bijvoorbeeld zou voor zowel Tweede als Eerste Kamer als regel kunnen gelden dat een voorstel controversieel wordt verklaard als eenderde van de leden die mening hebben. Een ander criterium is ook denkbaar, als er maar een criterium is. Dus: regel het.