Commissarissen lossen het zelf wel op

Commissarissen in het bedrijfsleven en in de semi-publieke sector stellen zich dé vraag. Hoe vertel ik aandeelhouders en de samenleving wat ik doe? Kan de politiek helpen?

Wars van regelgeving rond hun beroep zijn commissarissen niet. Maar kom niet aan hun beloningsbeleid. Dat stellen zij zelf wel vast.

En beste politici: ga geen quota voor het aantal vrouwelijke commissarissen instellen, ook al vinden de zittende commissarissen zelf dat het aantal vrouwen in hun raden te laag is. Dat lossen zij zelf wel op.

Maar: help hen wel om transparanter te worden en beter te verantwoorden wat ze doen. Regels daarvoor verwelkomen zij: 73 procent van de commissarissen van ondernemingen en van organisaties in het maatschappelijk middenveld, zoals woningcorporaties en ziekenhuizen, vindt dat de overheid minimale eisen aan verantwoording en transparantie zou moeten stellen.

Dat zijn een paar van de uitkomsten van een enquête die onderzoekers Mijntje Lückerath en Auke de Bos van de Erasmus Universiteit onder bijna 100 commissarissen hebben gehouden.

„Transparantie is nu hét onderwerp onder commissarissen”, zegt Mijntje Lückerath. „Ze willen graag laten zien wat ze voor de maatschappij betekenen, maar weten niet hoe ze dat moeten doen.” De rapportages van de raden van commissarissen in de jaarverslagen zijn nu nog vaak vrij summier. Lückerath: „Ze zijn zoekende wat in het verslag moet staan, er zijn geen duidelijke normen voor. Wetgeving moet hier voor innovatie zorgen.”

Als het fout gaat bij hun bedrijven of organisaties, komen de raden van commissarissen steeds vaker onder vuur te liggen. Denk aan de toezichthouders van DSB Bank, die Dirk Scheringa zijn gang lieten gaan, of van ABN Amro die pas achteraf aangaven dat ze het bestuur veel beter hadden moeten controleren. Of van zorginstellingen als Meavita en Philadelphia die veel te hoge uitgaven deden, zonder dat de toezichthouders ingrepen.

Het imago van commissarissen is er daardoor nog steeds een van mannen die een paar keer per jaar samen een sigaar roken en hun post in de lift op weg naar de vergadering pas openen. Van dat beeld willen de commissarissen graag af, maar ze hebben nog geen afdoende manier gevonden om te laten zien dat ze hun werk wel goed doen.

Onderzoeker Auke de Bos wijst op het „transparantiedilemma” waarmee de commissarissen kampen. „Ze willen wel opener zijn over wat ze doen, maar zijn tegelijkertijd bang dat ze eerder afgerekend zullen worden.”

De commissarissen vinden het wenselijk dat de overheid eisen stelt aan de kennis en vaardigheden van de raad van commissarissen. Ruim tweederde van de ondervraagden vindt dat er eisen mogen worden gesteld aan de ervaring en aanwezige kennis in de raad als geheel. Ruimschoots meer dan de helft vindt dat ook minimale eisen aan individuele commissarissen kunnen worden opgelegd. In Nederland is dat sinds vorig jaar in de Code Banken voor de financiële sector vastgelegd.

„In Engeland heb je al de chartered director”, zegt Lückerath. De gediplomeerde commissaris. „Blijkbaar willen commissarissen hier ook zoiets.” Ze vindt het opvallend dat commissarissen op dit gebied liever regelgeving zien dan een vrijwillige Commissarissencode, waar de twee wetenschappers zelf een voorstel voor hebben gedaan.

Verbazingwekkend vindt De Bos het niet. „Het is niet meer als vroeger, dat je als 65-jarige kon terugvallen op je lange ervaring. De ontwikkelingen in bijvoorbeeld ondernemingsrecht, financiële verslaggeving en risicomanagement gaan zo snel, dat je kennis heel snel veroudert.”

Over de samenstelling van hun raden van commissarissen blijken de ondervraagden zelf niet zo tevreden te zijn. Eenderde vindt de gemiddelde leeftijd van zijn raad van commissarissen te hoog, bijna tweederde vindt dat er te weinig vrouwen in zitten.

Dat is een oude klacht, maar regelgeving om dat te veranderen zien de commissarissen niet zitten. „Nog steeds is de houding: dat lossen we zelf wel op”, zegt Lückerath. „Maar blijkbaar twijfelt de politiek aan deze zelfregulering, gezien het aantal wetsontwerpen op het terrein van ondernemingsbestuur.”

Bekijk het onderzoek via nrc.nl/economie