Choreografie Van Dijk mist structuur

Dans

Wowwowon-ders in me

Anouk van Dijk DC. Tournee t/m 25/5. **

Het zijn ongemakkelijke beelden die Anouk van Dijk schept in Wowwowwonders in me. Onrust bepaalt de toon, contacten zijn moeizaam, dreiging heerst en alle drukke en weerbarstige bewegingen lijken gedoemd tot vallen, steeds maar weer vallen.

Dat is een bekend motief in het werk van Van Dijk, die voor Wowwowwonders in me inspiratie vond in de schilderijen van Nik Christensen. Hij laat een desolate wereld met dolende figuren die niet zelden een emmer op het hoofd dragen als zinloze poging tot bescherming tegen het onheil.

De voorstelling begint met danser Philip Fricke die, als schilder of als choreograaf, alleen op een lege vloer staat. Langzaam raakt de ruimte gevuld met voorwerpen: een hoge hoed, bouwlampen en rammelende emmers. De vier dansers schikken en herschikken de objecten. Maar greep op hun situatie krijgen ze niet, noch slagen ze erin nader tot elkaar te komen.

Tegen het einde verschijnen er kleuren in het grijze universum, en klinken er flarden muziek tussen het onheilspellende gerommel. Maar dat betekent niet per se vooruitgang. De uitgelatenheid van de dansers is onhandig en nog even vreugdeloos.

De beelden in Wowwowwonders in me zijn afzonderlijk wel treffend, maar de structuur van het geheel is zwak; een euvel waar het werk van Van Dijk vaker onder lijdt. Door het ontbreken van een sterk vormkader versterken de scènes elkaar niet en gaat de expressiviteit ten onder in oeverloosheid.