Berlusconi brengt Italië in een staat van verwarring

In theorie is de Italiaanse democratie en de rechtsstaat gewoon intact.

Maar in de praktijk staan alle controlerende instaties onder druk.

Zo maar wat recente feiten:

Het Italiaanse parlement heeft woensdagavond een wet aangenomen die premier Silvio Berlusconi voor anderhalf jaar vrijwaart van juridische vervolging wegens corruptie, omkoping en belastingfraude.

De vier belangrijkste actualiteitenrubrieken van de publieke televisie Rai mogen niet meer uitzenden in de aanloop naar de regionale verkiezingen van 28 en 29 maart. De regering is bang voor te kritische journalistiek.

De kieswet is afgelopen weekeinde, vlak voor de regionale verkiezingen, inderhaast aangepast in een poging een te late inschrijving van Berlusconi’s partij Volk van de Vrijheid in de regio Latium te herstellen. De bestuursrechter weigert deze wetswijziging toe te passen. Berlusconi zegt dat de rechter deel uitmaakt van een complot tegen hem.

Deze en andere recente gebeurtenissen hebben de Italiaanse rechters er woensdag toe gebracht de noodklok te luiden. Het hoogste bestuursorgaan van de rechterlijke macht werkt aan een stuk waarin staat dat „de democratie in Italië in gevaar is”. Nog nooit sprak het orgaan zich zo heftig uit over de effecten van Berlusconi’s handelen op de rechtsstaat.

De Raad wil met zijn document de rechters beschermen tegen de herhaaldelijke aanvallen van de premier.

Het respect voor de rechterlijke macht moet worden hersteld, aldus de Raad.

Is het echt zo erg gesteld met de Italiaanse rechtsstaat? Is de democratie inderdaad in gevaar?

In Italië bestaan alle controle-instituties nog altijd. Het parlement controleert de regering. De president toetst de door het parlement aangenomen wetten aan de grondwet. Het Grondwettelijk Hof kan dat desgevraagd nogmaals doen. En er is een pluriforme geschreven pers die deze processen van commentaar voorziet.

In theorie bestaat de rechtsstaat. Ook de democratie functioneert in theorie, omdat er om de zoveel tijd verkiezingen zijn waarbij nieuwe volksvertegenwoordigers worden gekozen.

Het probleem is echter dat al die instituties permanent onder druk staan. De rechters en journalisten worden door de regeringspartijen bestookt. Het parlement en de regering blijken geïnfiltreerd door de maffia.

Berlusconi speelt volgens commentator Massimo Giannini van oppositiekrant la Repubblica „een spel met spiegels waarbij de schijn de werkelijkheid vervangt”. Giannini: „Volgens de logica van Berlusconi is de rechtsstaat een zinloos obstakel: veel beter is een staat van verwarring.”

Controle-instanties als pers, rechterlijke macht, de president of het parlement die kritiek leveren, worden belachelijk gemaakt en gedelegitimeerd. Zij moeten zich realiseren, zo stelt Berlusconi, dat ze ondergeschikt zijn aan de door het soevereine volk gekozen premier. Wie de leider dwarsboomt, moet boeten.

Zo zijn lastige magistraten volgens Berlusconi behalve „,een Talibaanbende met subversieve doelen” ook „antropologisch anders dan de rest van het menselijke ras”.

Journalisten zijn volgens de premier „communisten”. Berlusconi ziet ook de president van de republiek Giorgio Napolitano als een sta-in-de-weg. Parlementariërs behoren wat de premier betreft de leider te gehoorzamen. Dankzij een wetswijziging is hun rol zo goed als uitgespeeld. De partijleiding bepaalt de kieslijsten. De kiezer is de voorkeurstem uit handen genomen.

Ook in Nederland spreekt men zo nu en dan over de verharding van het taalgebruik. Overheidsinstituties worden steeds openlijker aangevallen. Maar vooralsnog loopt Nederland lichtjaren achter bij Italië.

De afgelopen jaren beïnvloedde Berlusconi de rechtsgang ingrijpend door de verjaringstermijnen te verkorten. Hierdoor wist hij aan veroordelingen te ontsnappen. Toen hij zijn onschendbaarheid eind november verloor, dreigde hij de procesduur van alle rechtszaken aan limieten te binden. Tienduizenden verdachten zouden hierdoor hun vonnis kunnen ontlopen. Mede dankzij dit pressiemiddel is hij er deze week in geslaagd om via een mildere weg onder vervolging uit te komen.

Berlusconi veranderde de mediawet. Zijn bedrijf Mediaset kreeg meer reclame-inkomsten. De geschreven pers en de Rai minder. Als publieke tv-programma’s te veel kritiek op hem hebben, dreigt hij met het schrappen van het kijk- en luistergeld voor de Rai. Hij riep bedrijven op niet te adverteren in de krant la Repubblica die te veel kritiek op hem heeft.

Berlusconi vaardigt decreten uit als het parlement een wet dreigt te blokkeren. Hij verklaart bouwprojecten tot ‘noodtoestand’, terwijl deze met een goede planning prima volgens gangbare procedures kunnen worden gerealiseerd.

De organisatie van de G8 en van het wereldkampioenschap zwemmen vorig jaar werden een ‘noodtoestand’. Ook de restauratie en bescherming de opgravingen in Pompeï en het Uffizi-museum in Florence. Met deze werkwijze worden controlerende instanties gepasseerd bij de aanbesteding en uitvoering.

Diverse overheidsfunctionarissen, politici en ondernemers die deze ‘nood-projecten’ aanbesteedden en verdeelden, worden nu verdacht van corruptie. Rechters die deze misstand onderzoeken „moeten zich schamen”, aldus Berlusconi.

De Italiaanse president Giorgio Napolitano heeft de laatste jaren als geen ander ervaren hoe groot de druk is die Berlusconi uitoefent om wetten erdoor te duwen, ook al voldoen ze niet aan de grondwet. Afgelopen weekeinde bezweek de Italiaanse president onder die pressie. Hij keurde de discutabele reparatie van de kieswet goed. Dat een bestuursrechter later de wet niet wilde toepassen, geeft aan dat Napolitano’s beslissing niet onomstreden is.

Oppositiepoliticus en ex-magistraat Antonio di Pietrio riep daarom deze week heel theatraal op tot een ontslagprocedure voor Napolitano. De 84-jarige Napolitano zei gisteren bij een bezoek aan een universiteit in Rome: „Hier bij u heerst tenminste een civiel klimaat. Elders is het een gekkenhuis.”

De vraag is al duizend keer gesteld. Waarom komen de Italianen niet in opstand?

De verdeelde en ruziënde oppositie heeft ze ervan overtuigd dat er geen alternatief is.

Berlusconi’s imago als pater familias met zijn uitgebreide clientèle wordt overal op lokaal niveau gekopieerd. Italianen kampen al decennia met corrupte politici. Het spiegelpaleis dat Berlusconi hen via de media voorhoudt belemmert een helder zicht op de werkelijkheid. Er zijn burgerprotesten, er is actie op internet, er is hoop op een fin-de-regime. Maar de macht van Berlusconi is zo groot, dat deze alleen door zijn eigen coalitiepartners kan worden gerealiseerd.

En Europa dan?

Europese politici maken in het geheel geen aanstalten om in te grijpen. Geen politicus of diplomaat haalt het in zijn hoofd om zich te bemoeien met de gang van zaken van een bevriende democratie en oprichter van de EU. De Europese Volkspartij waar ook het CDA toe behoort heeft Berlusconi’s partij nodig om met afstand de grootste te blijven in het Europese parlement. En Nederland verdient dankzij zijn gasverkoop jaarlijks 8 miljard euro meer aan Italië dan dat de Italianen aan designproducten naar hier verschepen.

En u, Nederlandse burger.

U wilt elke zomer naar de Toscaanse heuvels, de Adriatische stranden en de Dolomieten. Zo’n vreselijk mooi gekkenhuis sluit je niet uit.