Afscheid na bewogen tijdperk

Renate Groenewold en Carl Verheijen nemen dit weekeinde afscheid van de schaatssport. Werden ze aanvankelijk als tweede garnituur beschouwd, later volgden de grote successen.

Schaatsers als popsterren, ruzies, rechtszaken, gesmijt met miljoenen. Nooit stond de Nederlandse schaatswereld heviger in brand dan in de zomer van 2000, toen DSB (eigenaar Dirk Scheringa, trainer Leen Pfrommer) en Spaar Select (Jan-Willem van Dijk en Peter Mueller) dongen naar de gunst van Marianne Timmer, Jan Bos of Gianni Romme. Iedereen vocht met iedereen. Op een klein groepje schaatsers na: de bondsploeg van coach Gerard Kemkers.

Renate Groenewold en Carl Verheijen – die dit weekeinde bij de wereldbekerfinale in Heerenveen afscheid nemen als schaatser – trainden die zomer in alle stilte samen met ploeggenoten als Andrea Nuyt en Jochem Uytdehaage. ‘B-ploeg’ werden ze genoemd, tweede garnituur. Saai en een beetje belegen bovendien. Keek de ploeg van Mueller het liefst naar de cultfilm The Big Lebowski, de ploeg-Kemkers hield het bij cabaretier Paul Haenen of het kinderprogramma Zaai. De sterren uit de commerciële ploegen lachten er om. Lag daarin een extra motivatie die leidde tot latere hoogtepunten? „Deze ploeg heeft potentiële wereldkampioenen”, zei coach Kemkers in oktober 2000 in Inzell. Hij kreeg snel gelijk.

In oktober van datzelfde jaar keken de toenmalige wereldtoppers Emese Hunyadi en Monique Garbrecht om een hoekje in het krachthonk bij de Zuid-Duitse ijsbaan vol bewondering naar Groenewold. „Moet je Renate zien!” Een seizoen eerder had ze bij de EK in een memorabel gevecht Anni Friesinger verslagen op de drie kilometer en Gunda Niemann op de schaatsmijl. Nu, na de zomer, leek ze bijna sterker dan de mannen uit haar ploeg. De absolute top lonkte. „Ik weet van mezelf dat ik diep kan gaan. Het is niet ongewoon dat ik op de training sta te kotsen. Ik wil gewoon altijd doordouwen.”

Intussen deed Verheijen in stilte zijn oefeningen. Opgebouwd in het gewest door zijn vader en oud-schaatstopper Eddy leek de stayer bij de senioren te stranden in de subtop, ondanks een vlekkeloze techniek. Een jaar kernploeg onder coach Henk Gemser werd geen succes. Dan maar naar de andere bondsploeg, bij generatiegenoten Uytdehaage en Sicco Janmaat. „Met deze jongens moet je kijken naar 2006”, zei coach Kemkers.

Een paar maanden later was Verheijen wereldkampioen op de tien kilometer. „Je hebt – ook mentaal – de knop omgezet”, concludeerde zijn vader. In het olympisch jaar eindigde hij vlak achter ploeggenoot Uytdehaage als tweede op de vijf kilometer bij het olympisch kwalificatietoernooi en bij het EK in Erfurt. De ‘B-ploeg’ domineerde op alle fronten. Nuyt werd tweede bij het WK sprint en vierde op de olympische 500 meter (haar nationale record van 37,54 staat nog altijd). Uytdehaage won EK, WK, twee keer olympisch goud plus zilver. Alleen Verheijen, nog superieur bij de laatste wereldbeker voor de Spelen, faalde in Salt Lake City: zesde.

Groenewold deed het net andersom. In de loop van het olympisch jaar werden de problemen met haar rug, hypermobiliteit, zo ernstig dat ze tegen Kerst zelfs vreesde voor een voortijdig einde van haar carrière. Maar in de aanloop naar de Spelen viel alles op zijn plaats. In Salt Lake City piekte ze: zilver achter Claudia Pechstein op ‘haar’ drie kilometer. Met de rug kwam het nooit meer goed, toch volgde in 2004 nog een ongekend hoogtepunt. Voor het WK allround in Hamar hoorde Groenewold dat haar vader ernstig ziek was. Ze werd wereldkampioen, als eerste Nederlandse na Atje Keulen-Deelstra in 1974. „Wat mooi dat pa dit kan meemaken!”

De ploeg-Kemkers was inmiddels verhuisd naar TVM. Waar zijn vriendin (en huidige vrouw) Nuyt moest stoppen, ontwikkelde Verheijen zich tot kopman. Niemand kon zoveel zware sprongseries aan, niemand had zo’n versnelling op de lange afstanden. Kemkers noemde hem de wegbereider voor een nieuwe aanpak van de vijf kilometer. „Hij heeft het vermogen om er één lange sprint van te maken.”

In november 2005 leken techniek en vermogen te culmineren in een fantastisch wereldrecord op ‘zijn’ vijf kilometer. Tot in de laatste ronde, vanuit geslagen positie, plotseling zijn nieuwe ploeggenoot Sven Kramer voorbij flitste en hem de nieuwe toptijd afpakte. Hoe symbolisch. Verheijen bleef op hoog niveau presteren (brons op de tien kilometer in Turijn 2006), Kramer was ongenaakbaar.

Groenewold versloeg op de drie kilometer in Turijn favoriet Cindy Klassen. Alleen kwam ze nipt tekort op haar jonge ploeggenoot Ireen Wüst, die iedereen verraste. Weer zilver. Nog vond Groenewold motivatie om door te gaan. In 2009 was er eindelijk goud bij de WK afstanden, maar een herniaoperatie in de zomer leidde tot een gebrekkige voorbereiding en in Vancouver kwam ze niet in de buurt van de medailles. Verheijen miste de Spelen al helemaal, omdat zelfs een toptijd van 6.15 in Thialf hem niet door de brei van kwalificatieregels leidde.

Tien jaar later komt een einde aan wat ooit in een hete zomer begon. Kemkers staat nu onder druk bij TVM, waar Kramer de macht allang heeft overgenomen van de schaatsers met wie de coach een hechte band heeft. Verheijen (34) stopt met een academische titel in de geneeskunde, Groenewold (33) denkt aan een vervolg als trainer. De oogst van tien jaar topsport? Twee (tien kilometer) plus drie (ploegachtervolging) keer goud bij de WK afstanden en twee keer olympisch brons voor Verheijen. WK allround, twee keer goud bij de WK afstanden (3000 meter, ploegachtervolging) en twee keer olympisch zilver voor Groenewold. Niet gek, voor schaatsers uit een B-ploeg.