Zij doen tenminste hun best

De overheid grijpt niet graag in bij een ongezonde levensstijl. Toch is de helft van alle ziekten te voorkomen.

Aldus Johan Mackenbach in zijn boek Ziekte in Nederland.

De gezondheid van de Nederlandse bevolking is niet meer de beste ter wereld. Binnen de Europese Unie is Nederland gedaald tot de middenmoot. Dat komt doordat Nederland niet goed was in het bestrijden van welvaartsziekten zoals hartaandoeningen en kanker.

Dat schrijft Johan Mackenbach in zijn boek Ziekte in Nederland dat gisteren is verschenen. Mackenbach is hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg aan het Rotterdamse Erasmus MC. „We zijn teruggezakt doordat de overheid terughoudend is met ingrijpen in het consumptiepatroon. Roken, ongezond eten en weinig bewegen worden gezien als persoonlijke keuzen. Dat zie je aan leuzen als ‘Roken moet mogen’. De overheid ziet het collectieve karakter van de gezondheidsrisico’s over het hoofd. Andere Europese landen hebben het de afgelopen decennia beter gedaan.”

De zorg voor de volksgezondheid, met de modernere naam publieke gezondheid – Mackenbachs vakgebied – is in Nederland wat uit de mode geraakt. Mackenbach: „Grote successen waren in de vorige eeuw de bestrijding van infectieziekten en kindersterfte door riolering en waterleiding, vaccinaties en betere zuigelingenzorg. Veel mensen denken dat de meeste ziekten van tegenwoordig onvermijdelijk zijn. Maar nog steeds kun je meer dan de helft van de ziektelast voorkomen door het veranderen van omgevingsfactoren. Dat het zo veel is, daar was ik zelf door verrast.”

Om welke ziekten gaat het?

„Eerst een onverwachte: psychische stoornissen worden voor de helft bepaald door sociale omstandigheden, zoals kindermishandeling, of gebruik van alcohol en drugs. Bij een bekende aandoening als dichtslibbende bloedvaten wordt zelfs 80 procent van de ziektelast bepaald door roken, hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte, te weinig groente en fruit eten, luchtverontreiniging en andere omgevingsfactoren. Ja, ik weet het, veel mensen vinden dat zelfgekozen gedrag. Maar in wezen zijn het omgevingsfactoren in individuele vermomming. Natuurlijk hebben we een keuze in wat we eten, maar uiteindelijk eten we met elkaar op wat er wordt geproduceerd. De vrije keus is veel kleiner dan wordt beweerd. We bewegen bijvoorbeeld zo weinig omdat dat niet meer nodig is om in ons levensonderhoud te voorzien. We eten te veel zout doordat de voedingsmiddelen die in supermarkt, restaurant en kantine te koop zijn te veel zout bevatten.”

In welke landen gaat het wel goed?

„Neem Engeland en Zweden. In die landen is de publieke gezondheidszorg veel explicieter een overheidstaak dan hier in Nederland. En die overheid neemt initiatieven als er iets tegenzit, als bijvoorbeeld de levensverwachting stagneert. De Nederlandse overheid is de afgelopen decennia daarentegen steeds erg passief geweest.”

Toch is de levensverwachting in Nederland vanaf 2002 weer snel aan het stijgen. Hoe komt dat?

„We hebben in ons onderzoek gekeken naar een hele reeks mogelijke verklaringen: minder roken, influenzavaccinatie, koude winters, maar er is slechts één factor die eruitspringt: de uitgaven voor gezondheidszorg zijn toen sterk gestegen. Minister Borst hief de budgetbeperking van de ziekenhuizen op waardoor de wachtlijsten grotendeels verdwenen. In die tijd kregen ouderen ook meer geneesmiddelen voorgeschreven, en werden er meer chirurgische ingrepen bij hen uitgevoerd.”

De levensverwachting stijgt, maar de gezondheidskloof tussen arme laagopgeleide en rijke hoogopgeleide mensen werd de laatste decennia weer breder, terwijl er veel immigratie was in Nederland.

Is dit een allochtonenprobleem?

„Helemaal niet. Allochtonen hebben geen duidelijk slechtere gezondheidstoestand dan autochtone Nederlanders. Marokkanen hebben zelfs een betere levensverwachting dan autochtone Nederlanders.”

Waar zit het probleem dan?

„Mensen met een lagere opleiding en lagere inkomens hebben nog niet kunnen profiteren van de daling van de welvaartsziekten. Je krijgt de kloof niet dicht door een beroep te doen op de eigen keuze van mensen. Het helpt veel beter om het te zien als een collectief probleem en door collectieve maatregelen te nemen. Je moet in de omgeving dingen veranderen en er ook in de gezondheidszorg actiever op inspelen.”

Hoe moet je dat doen?

„Risicofactoren op hart- en vaatziekten kunnen worden beïnvloed door counseling, geneesmiddelen en vroege opsporing. Praktijkassistenten van huisartsen in de arme wijken kunnen bijvoorbeeld gericht mensen uitnodigen. Ik zou willen dat dat in de partijprogramma’s komt te staan die nu worden geschreven. In de vorige verkiezingsprogramma’s stond bijna niets over publieke gezondheid.”

En hoeveel valt daarmee te winnen?

„Als je alle Nederlanders de levensverwachting van hogeropgeleiden zou geven, dan krijgt de gemiddelde Nederlander er tien jaar in goede gezondheid bij. In de totale levensverwachting komt er drie à vier jaar bij. Er is dus nog een enorme speelruimte.”

Johan Mackenbach: Ziekte in Nederland. Mouria, €27,50.