Zandbank maakt ideale surfgolf in Scheveningen

De regelmatige zandsuppleties aan de kust vernielden altijd de gunstige surfgolven. Maar niet meer. Het ontwerp bij Scheveningen is aan gepast. Resultaat: ‘cleane lijntjes’.

Het strand bij Scheveningen is bijna onherkenbaar. Door grootschalige zandopspuitingen is het eind januari zo’n 100 meter verbreed. De ‘strandhoofden’ – de stenen dammen die in zee uitsteken – zijn onder het zand verdwenen.

En dat is niet alles. Bij het surfstrand aan de noordkant van de haven is speciaal voor surfers een zandbank in zee opgespoten. „Het ontwerp houdt op verzoek van de gemeente Den Haag rekening met surfers”, vertelt Erik van Ettinger van het bedrijf SurfReefs in Scheveningen. Het bedrijf ontwerpt wereldwijd kunstriffen voor surfers en golfslagbaden, samen met de TU Delft. „De zandbank werkt als een rif. Door de surfers is hij al omgedoopt tot superbank. Ik heb er gisteren om half vijf ook nog even gesurft, echt supercool. Met een goed wetsuit heb je geen last van de kou.”

De zandbank werkt als een ‘pointbreak’, waar de golven langs breken. Langs de punt van de zandbank breekt de golfkam geleidelijk af en krult krachtig om. Op zo’n krachtige lange golf kun je prachtig surfen. Het record bij Scheveningen is nu een surf ride van 24 seconden – waar tot voor kort 10 seconden al een mooie prestatie was. De regelmatig doorlopende golven geven wat surfers noemen ‘mooie cleane lijntjes’. Dit in tegenstelling tot de messy waves, ‘brokkelige’ golven die overal tegelijk breken en bruisen.

Naast het havenhoofd kun je nu goed surfen, omdat er bij zuidwestenwind mooie, geordende golven om het havenhoofd heen draaien. Door het spel van eb en vloed en inkomende golven ontstaan stromingen parallel aan de kust. Die stroming werd tegengehouden door de strandhoofden en door het havenhoofd. Daardoor kunnen planksurfers gemakkelijk op hun plek in de branding blijven liggen en op een goede golf wachten zonder weg te drijven op de hinderlijke stroming. Nu de strandhoofden weg zijn, is de stroming sterker geworden. Bovendien maken zandsuppleties het strand tijdelijk steiler. Surfers zijn daar niet blij mee, omdat er dan minder goede golven ontstaan. Na verloop van tijd wordt het strand door natuurlijke processen vanzelf weer vlakker en de golfslag weer beter.

Daarom heeft Van Ettinger een aantal alternatieve ontwerpen gemaakt om direct na de zandsuppletie goede golven te creëren. „Het beste ontwerp bestond uit een zandbank bijna haaks op de kust, in de vorm van een natuurlijk rif. De surfcondities zijn nu niet slechter, maar juist beter geworden! En het mooie is dat deze aanpak niet duurder en misschien zelfs goedkoper is.”

Nieuwe zandsuppleties blijven nodig, want elk jaar opnieuw slaan winterstormen grote gaten in de duinenrij. „Eigenlijk zouden we jaarlijks zo’n 18 miljoen kubieke meter zand moeten opspuiten om onze kustlijn vast te houden – al wordt dat niet elk jaar gehaald. En als de zeespiegel sneller gaat stijgen, moeten die zandvolumes omhoog”, zegt hoogleraar kustwaterbouwkunde Marcel Stive van de TU Delft. „Daarnaast is sprake van een inhaalslag om zwakke schakels in de kustlijn te versterken. In Zuid-Holland gebeurt dat bij Noordwijk, Katwijk, Scheveningen en Terheijde.” Zo is bij Scheveningen de afgelopen winter 2,6 miljoen kubieke meter extra zand uit zee opgespoten en in oktober volgt een nieuwe zandsuppletie. Scheveningen krijgt ook een verborgen, in zand verpakte waterkering langs de boulevard.

Zo’n acht jaar geleden meldde de eerste enthousiaste surfer zich als student kustwaterbouwkunde bij Stive. Inmiddels is aan de vakgroep een hele crowd ontstaan.

„Jammer genoeg is de zandbank bij Scheveningen al weer flink afgevlakt door de zware storm van eind februari”, vertelt promovendus Sierd de Vries. „Wij onderzoeken hier hoe zandsuppleties zo efficient mogelijk kunnen worden aangepakt en daarbij wordt goed op de surfbelangen gelet.” Voor doeltreffende zandsuppleties zijn meer gegevens nodig over diepte, stroming en zandstructuur.

Voor dit kustonderzoek maakt de TU Delft gebruik van een speciale waterscooter, een jetski. Sierd de Vries en Matthieu de Schipper hebben hiervoor het bedrijf Shore opgericht. De jetski is uitgerust met zo’n 80.000 euro aan radarapparatuur om al varend de kust in kaart te brengen. „In drie uur tijd kun je bij hoogwater een vierkante kilometer kustbodem doen, baantje voor baantje”, zegt De Vries. „Zo’n jetski kan dicht onder de kust komen. Hij is goedkoper, sneller en wendbaarder dan een boot. We hebben net onze eigen truck aangeschaft om hem te vervoeren.” Voor de expedities wordt de jetski uitgerust met een monitor, een dieptemeter, een antenne, en een koffertje vol meetinstrumenten, alles waterdicht verpakt om continu positie en diepte te kunnen meten.

Met de metingen kan men de kust straks beter modelleren en zandbewegingen beter voorspellen. Zo kunnen zandsuppleties straks efficiënter worden.

Maar de jetski is bijvoorbeeld ook ingezet voor het monitoren van zeegrasvelden voor de Franse kust. „De TU Delft biedt de jetski voor 5000 euro per dag aan klanten aan om kustbodems te meten”, vertelt Stive. „Onze studenten doen de metingen en met de inkomsten van Shore breiden we onze meetapparatuur steeds verder uit. Dat noem je nou academisch ondernemerschap.”