Vuile was van CDA hangt in de grote stad

Het CDA is in zwaar weer. Wat te doen? Socialer worden? Grootstedelijker? Christelijker? Een andere leiding? Het open debat blijft een probleem.

De verliescijfers bleven binnenrollen, via een strook onder in het beeld van het grote tv-scherm. De partijvoorzitter wendde zijn hoofd soms in afgrijzen af. Diep in de nacht na de raadsverkiezingen heerste op het CDA-partijbureau slechts grote verslagenheid. En stilte.

Inmiddels is de interne discussie op gang gekomen. Kopstukken voeren „volwassen gesprekken”, zoals partijvoorzitter Van Heeswijk dat afgelopen maandag noemde. Let wel: achter gesloten deuren, want dat is de traditie binnen het CDA. Een van de vragen in die gesprekken wierp Kamerlid Van Haersma Buma al op in de verkiezingsnacht: wat te doen aan de marginale rol die het CDA in de grote steden speelt?

Een antwoord is nog ver weg. Wubbo Tempel, lijsttrekker voor het CDA in Rotterdam, worstelt ermee. De verkiezingen hebben hem geleerd dat de „duidelijke focus op gezinnen, dus onderwijs, speelplaatsen, enzovoorts” in Rotterdam niet leidt tot een beter verkiezingsresultaat. „Uit onderzoek is gebleken dat veiligheid op nummer één stond voor de kiezer en op dat punt kunnen wij ons niet beter profileren dan Leefbaar Rotterdam. Dat wíllen we ook niet, omdat die partij maatregelen voorstelt die te ver gaan.”

En als de partij zich nu eens socialer zou opstellen? Want op nummer twee in hetzelfde onderzoek staat ‘werk’. Het CDA richt zich op de middenklasse, legt Tempel uit, en middenklasse betekent in grote steden op sociaal-economisch gebied al snel rechts. „Er wonen veel arme mensen in de stad.”

Deze benadering ergert Piet van Tellingen, CDA-fractievoorzitter in Zaanstad. De steden groeien, het platteland loopt leeg. En dus moet de partij, zegt Van Tellingen, de bekommernissen van de stad serieuzer nemen: „Concrete problemen. Zelfs onze Kamerleden praten uit een bestuurlijke optiek, zoals over de noodzaak van harde bezuinigingen uit naam van een abstract bestuurlijk begrip als financiële verantwoordelijkheid. Dat werkt niet. Laten we dichter bij onze christelijke doelstellingen blijven. Dat betekent: socialer. Lees de belangrijkste bijbelpassages er maar op na.”

Dat werpt ook de eeuwige vraag op: moet er meer C in het CDA, in stad én platteland? Kamerlid Eddy Bilder, voormalig wethouder van Ermelo en de meest orthodoxe christen in de Kamerfractie, vindt dat zeker. Maar hij legt ook uit dat ‘christelijker’ niet automatisch betekent dat de overheid meer sociale regelingen moet treffen. Sterker, hij verbaast zich over de peilingen. De „verlinksing” van de ChristenUnie moet op den duur kiezers naar de rechtsere SGP drijven. Of naar zijn eigen CDA.

Dat lijkt nog niet te gebeuren, maar dat kan aan de leiding liggen. Is die niet toe aan vervanging? Dat is een vraag waarover CDA’ers al helemaal niet graag spreken in het openbaar. Tot nog toe heeft slechts een enkeling openlijk voor Balkenendes vertrek gepleit, zoals de oud-voorzitter van het CDA in Friesland. Een ander, Arie van der Veen, oud-medewerker van het Wetenschappelijk Instituut, schreef afgelopen maandag een woeste interne brief aan zijn partijgenoten waarin hij de situatie van het CDA vergelijkt met die in 1994: „Angst, verkramping, machtsvacuüm en een gebrek aan leiderschap.” Balkenende is „de nieuwe Elco Brinkman”. Laten we hem vervangen, zo is Van der Veens advies, voor de „electorale genadeklap” valt in juni.

Maar de partij wil er niet aan. Voorlopig is het credo: rustig en op koers blijven. Makkelijk zal dat niet zijn. „Al ontkennen we het publiekelijk”, zegt een medewerker van het partijbureau die anoniem wil blijven omdat hij niet gemachtigd is namens de partij met de pers te praten: „Iedereen hier beseft dat het erg moeilijk zal zijn na vier kabinetten-Balkenende te blijven koersen op een status van bestuurlijke betrouwbaarheid.”

Dat de rijen zo gesloten blijven, is reden tot jaloezie onder andere partijen. Van Tellingen noemt het daarentegen „de grote tragiek” van de partij. „Zonder openlijk debat is het erg moeilijk van koers te veranderen, ook als steeds duidelijker is dat die koers naar een dood spoor leidt.” Dat is nu het geval, meent Van Tellingen, en dus stuurde hij vorige week een kritisch opiniestuk naar Trouw waarin hij het CDA maant zijn positie in het midden te handhaven. Talloze reacties kwamen binnen, waaronder: „Piet, stap op!” En: „Deze van Tellingen heeft kennelijk nooit geleerd dat je bij het CDA de vuile was niet buiten hangt.”

Van Tellingen had de les wel geleerd. Morgen neemt hij afscheid als fractievoorzitter voor het CDA in Zaanstad.