Vragen over Zierikzee

Achteraf nam de raadkamer van de rechtbank Middelburg in februari de verkeerde beslissing door een verdachte van aanranding en geweld uit voorlopige hechtenis te laten gaan. Maar was de afloop ook te voorzien? De man beschoot vorige week zijn vrouw, vermoordde in Zierikzee twee van zijn kinderen en pleegde zelfmoord.

Het ging om eerwraak binnen een Iraaks gezin, een dreiging die bij alle instanties bekend bleek. In een land dat diep bezorgd is over veiligheid, zijn zulke kwesties een nationaal thema. Gisteren wijdde de Tweede Kamer er een debat aan en moest minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) uitleg geven.

Kan ‘de instanties’ iets verweten worden? Of moet maar worden aanvaard dat totale veiligheid een illusie is? Waren de rechters voldoende ingelicht ? Of was ‘Zierikzee’ een tweede ‘Saban B.’, de verdachte die door de raadkamer van het Arnhemse Hof met verlof werd gestuurd en daarna het land ontvluchtte. Had de burgemeester de verdachte niet onder dwang moeten laten opnemen in een inrichting? Waar was de reclassering, die toezicht zou houden? Waarom plaatste Jeugdzorg de kinderen niet uit huis, nu de bedreigde moeder weigerde te verhuizen naar een ‘safe house’? Bestaat er wel effectieve controle op straatverboden van agressieve ex-partners?

De waslijst aan vragen is akelig lang. Uit de feitenreconstructie die de rechterlijke macht en het ministerie publiceerden, lijkt het drama bovendien onafwendbaar geweest te zijn. Maar dat kan gezichtsbedrog zijn. Kennis van de onzalige afloop stuurt en stoort het oordeel over de feiten achteraf, een fenomeen dat ook wel hindsight bias wordt genoemd.

Een paar observaties kunnen met enige reserve wel worden gedaan. Het motief van de dader was hoogstwaarschijnlijk eerwraak, in Nederlandse verhoudingen een slecht begrepen fenomeen. Het kan complete families, zelfs die van de slachtoffers, tot medeplichtigheid brengen, om te voldoen aan een diep gevoelde culturele plicht: het zuiveren of herstellen van de ‘eer’, waaronder kuisheid, trouw en bezit worden gerangschikt. Vrouwen worden gezien als de belichaming van de eer van de mannen aan wie ze toebehoren.

Het drama leert dat er bij een dreiging met eerwraak reden is voor de hoogste alarmfase. Eerder dan bij het gemiddelde incident met huiselijk geweld. Uit het feitenoverzicht blijkt dat veel instanties bij het gezin betrokken waren, de relevante informatie kennelijk beschikbaar was, maar dat niemand de regie kon of mocht voeren. Dat beeld is typerend voor de complexe Nederlandse zorg- en controlestaat. De ‘driehoek’ van bestuur, politie en justitie leek een flipperautomaat waarin de bezorgde brieven heen en weer kaatsten.

Eén foute beslissing van een raadkamer bleek genoeg voor een fataal resultaat. Minister Hirsch Ballin zoekt het nu in elektronische enkelbandjes en betere alarmering voor mogelijke plegers. Dat kan nuttig zijn. Maar de indruk is gewettigd dat betere afstemming, scherpere risicotaxatie en meer doortastend optreden leed had voorkomen.