Verslaafde, hoererende agent

Bad Lieutenant: Port of Call – New Orleans is een immorele zwarte komedie.

En een film waarin Nicolas Cage toont dat hij wel degelijk een belangwekkend acteur is.

Toen regisseur Abel Ferrara van Werner Herzog voor de rechten op een remake van de cultklassieker Bad Lieutenant (1992) slechts 20.000 dollar ontving, ontstak hij in woede. „Ik hoop dat deze mensen sterven in de hel”, brieste Ferrara. Waarop Herzog koeltjes antwoordde: „Wie is die Abel Ferrara? Is hij Italiaans? Frans?”

Het was de uitbarsting van een halfvergeten cultregisseur, jaloers op een succesvolle collega die jaar in, jaar uit één, soms zelfs twee opmerkelijke films blijft produceren. Bad Lieutenant was het hoogtepunt in Ferrara’s oeuvre: de ontluistering van een verslaafde, hoererende en gokkende inspecteur (Harvey Keitel) vol katholieke schuld en schaamte. Herzogs remake heeft met die zware, benauwende film slechts de crack rokende inspecteur en een handvol scènes gemeen. Want Bad Lieutenant: Port of Call – New Orleans is een immorele zwarte komedie, geen tragedie. En een film die Nicolas Cage de kans biedt om aan te tonen dat hij wel degelijk een belangwekkend acteur is. Zijn inspecteur Terence McDonagh is een man die op een fiets over een trapezekoord rijdt: stilstand betekent zijn dood. Dus blijft hij in beweging, hoe desperaat zijn toestand ook is. Het soort rol waarvoor Cage, altijd bereid om veel te ver te gaan, is geschapen.

Terwijl McDonagh een vijfvoudige moord op een heroïnedealend Senegalees gezin onderzoekt, zakt hij weg in het drijfzand. Zijn gokschulden lopen op, het onderzoek gaat nergens heen, zijn misbruik van pijnstillers en cocaïne loopt zo uit de hand dat hij hallucineert over zingende leguanen.

Zijn roekeloze optreden bezorgt hem machtige vijanden. Zo kun je in New Orleans best een bejaarde dame een bekentenis afdwingen door haar van haar zuurstoffles los te koppelen, zoiets wordt problematisch als ze de moeder blijkt van een Congreslid. Het enige lichtstraaltje in McDonaghs bestaan is callgirl Frankie (Eva Mendes) – maar ook zij veroorzaakt problemen.

We zien McDonagh de wet naar zijn hand zetten, cocaïne stelen uit het politiedepot, ’s nachts loeren op rijkeluiszoontjes om die van hun crack te ontdoen en hun vriendinnetjes te verkrachten. Maar gewetenloos is hij niet. Is zijn zucht naar drugs, seks en geld bevredigd, dan dient McDonagh op zijn manier het recht. „De inspecteur is nu eenmaal graag high”, bijt zijn partner een misdadiger toe. „Maar in zijn hart blijft hij een agent.”

McDonagh is een prachtig karakter: een liefdesbaby van Dirty Harry en Hunter S. Thompson die problemen consequent oplost door nog grotere problemen te scheppen. En laat het maar aan Herzog over om extreem gedrag te belonen: in het schimmelige New Orleans van vlak na de overstroming blijkt alles mogelijk.

Wat Bad Lieutenant: Port of Call – New Orleans extra leuk maakt, zijn die kleine, anarchistische Herzog-momenten. Zo is er een scène waarin een overreden alligator een verkeersongeluk veroorzaakt, waarna de camera een tweede, treurende alligator volgt die rechtsomkeert maakt naar het moeras. Volstrekt overbodig, helemaal passend in de uit zijn hengsels geslagen wereld van McDonagh.

Sommige critici vinden dat Herzog te weinig doet met New Orleans, alsof die locatie hem dwingt tot maatschappijkritiek. De stad is eerder een passend decor voor een hilarische uitvergroting van een Amerikaanse archetype: de politieman uit het diepe Zuiden die zijn macht misbruikt, alle regels aan zijn laars lapt, en dus resultaat boekt. Want hij weet hoe de wereld echt werkt. Nicolas Cage is een waardig opvolger van Orson Welles in Touch of Evil en Gene Hackman in Mississippi Burning.

Bad Lieutenant; Port of Call – New Orleans. Regie: Werner Herzog. In: 39 bioscopen ****