Stempotlood is iets van vroeger

Zowel bij het stempotlood als de stemcomputer kan van alles misgaan. Het is echter struisvogelpolitiek om maar aan dat potlood vast te houden, schrijft Jaap-Henk Hoepman.

In 2007 is in Nederland de stemcomputer terecht afgeschaft. Onderzoek van de actiegroep Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet maakte duidelijk dat de toenmalige stemcomputers van Nedap en NewVote onveilig en onbetrouwbaar waren. Zelfs Nedap geeft achteraf toe dat het beter had gekund.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart gaan er alweer stemmen op om de stemcomputer weer in te voeren ten koste van het potlood. Het Genootschap van Burgemeesters stelt dat het stemmen met potlood bijzonder omslachtig is en tot veel fouten leidt. Het tellen van de stemmen is bovendien een tijdrovend proces dat – door de grote kans op fouten – nog verder vertraagd kan worden door hertellingen. Burgemeester Rehwinkel (PvdA) van Groningen vindt het zelfs een illusie te denken dat het stemproces zonder computer veiliger verloopt.

Hoe zit dat nu?

In 2007 adviseerde een speciale commissie over de inrichting van het verkiezingsproces. Deze commissie-Korthals Altes stelde dat het stemmen met papieren stembiljetten de voorkeur heeft. Hiermee kon volgens de commissie het beste aan een aantal belangrijke voorwaarden worden voldaan, zoals transparantie en controleerbaarheid. Maar de commissie onderkende dat er grote nadelen kleven aan het handmatig tellen van de stemmen. Vandaar ook dat zij een alternatieve vorm van elektronisch stemmen voorstelde. Hierbij drukt de stemcomputer de stem af op een stembriefje dat de kiezer zelf kan controleren en dan in de stembus moet gooien. Deze stembriefjes worden vervolgens elektronisch geteld door een stemmenteller. Zo weet de kiezer in elk geval zeker dat zijn of haar stem goed is uitgebracht.

Het probleem van de oorspronkelijke stemcomputer was dat het systeem niet transparant was. Ook was het onmogelijk om op een zinvolle manier een hertelling van de stemmen te doen. Manipulatie van de stemmen door de stemcomputer zélf zou door een hertelling niet aan het licht komen.

Maar ook bij het stemmen met potlood kan er van alles misgaan. In Rotterdam zijn er, zoals bekend, onregelmatigheden geconstateerd en werd de bezetting van een stembureau in Delfshaven zelfs vervangen. Let wel: volgens de Kieswet zijn de stembureaus zelf verantwoordelijk voor de telling van de stemmen. Met hertellen wordt niet alle fraude ontdekt.

Een ander probleem is dat er bij stemmen met potlood altijd discussie mogelijk is over de geldigheid van een stem. Er is dus altijd een kans dat een stem wordt afgekeurd (zonder dat de kiezer dat weet) omdat het stembiljet niet op de juiste manier is ingevuld.

We moeten niet vergeten dat de samenleving in veel sectoren afhankelijk is geworden van ICT. Denk aan telecommunicatie, logistiek, energiedistributie, de financiële sector. Allemaal sectoren die van levensbelang zijn, waarbij het disfunctioneren van de ICT de rechtsstaat kan ondermijnen. Het – absoluut lastige – probleem van de betrouwbare infrastructuur speelt niet alleen bij het gebruik van stemcomputers bij verkiezingen. Op alle genoemde terreinen worden oplossingen voor het vertrouwensprobleem geïmplementeerd en wordt over nog betere oplossingen nagedacht.

Stemmen per computer heeft namelijk ook zo zijn voordelen. Het tellen van de stemmen gaat sneller en er ontstaat geen discussie over de geldigheid van een stem. Het organiseren van referenda wordt eenvoudiger en goedkoper. Met aanpassingen kan het voor gehandicapten makkelijker gemaakt worden te stemmen.

Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken staat het stemmen met het potlood echter niet ter discussie. Dat is struisvogelpolitiek. Beter is na te denken over hoe het verkiezingsproces beter kan aansluiten op de ICT-ontwikkelingen in de 21ste eeuw. Het systeem dat door de commissie-Korthals Altes wordt voorgesteld, is een interessant maar misschien wat omslachtig compromis. Maar vasthouden aan stemmen met potlood is vergelijkbaar met het bewaren van al je geld in een oude sok.

Het kan niet zo zijn dat we tot in lengte van dagen met potlood blijven stemmen, terwijl de wereld om ons heen snel verandert. Dan is een potlood niet meer het ultieme controlemiddel van onze democratie, maar een fopspeen waarmee we ons eens in de één à twee jaar in slaap sussen.

Jaap-Henk Hoepman is senior onderzoeker computerbeveiliging en privacy technologie bij TNO en de Radboud Universiteit Nijmegen.