PvdA leert powerplay te spelen

De PvdA verloor, maar heeft zelfvertrouwen. Een heel standvastige opstelling kan wel voor teleurstelling zorgen. „Bos heeft de partij naar links getrokken.”

Verliezen en toch taart. Partijleider Wouter Bos liet zich op de avond van het dramatische verlies van de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen zelfs toejuichen door zijn partijgenoten: „De PvdA is weer terug!” Al zijn hierover de laatste dagen talloze grappen en sneren gemaakt, die vrolijkheid is niet zo absurd als het lijkt. Niet alleen omdat de uitslag minder verschrikkelijk was dan gevreesd, maar ook omdat de partij een paar lessen heeft geleerd die het zelfvertrouwen goed doen.

Eén daarvan: powerplay werkt. Was het vroeger altijd het CDA dat coalitiepartijen tot waanzin wist te drijven, nu waren er in de gangen van het Kamergebouw regelmatig woedende CDA’ers aan te treffen, gek gemaakt door de eigenwijze, drammerige PvdA.

Terugkijkend op de coalitie zegt Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA): „Het mag duidelijk zijn dat wij vasthouden aan kernprincipes, zoals het beschermen van zwakke groepen, zelfs als dat leidt tot conflicten.”

Dat het werkt, bleek bij het tegenhouden van het ontslagrecht en van de aankoop van twee JSF-testtoestellen, bij het voor Balkenende kritische rapport van de commissie-Davids en bij het tegenhouden van een nieuwe militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan. Dat dit uiteindelijk ook leidde tot de val van het kabinet zien weinig PvdA’ers als een groot drama, zeker niet nu de kiezer dat volgens landelijke peilingen beloont, ondanks de tegelwijsheid ‘wie breekt, betaalt’.

Een standpunt innemen en het blijven verdedigen als de klappen vallen. Partijleider Bos leerde het tijdens de bankencrisis, toen zijn zelfvertrouwen zichtbaar toenam: hij begon zijn weblogs graag met de opmerking dat hij voor de verandering eens geen bank had gekocht, die dag. De partij zette ook door na het coalitiebesluit de AOW-leeftijd te verhogen. Alleen fractievoorzitter Hamer had daar wat moeite mee: zij presenteerde, tot woede van andere PvdA’ers, de verhoging van de AOW als een concessie aan het CDA.

Een ander hernieuwd voornemen: de politiek leider moet in principe lid zijn van de Tweede Kamer. „In het geval we niet de premier leveren”, zegt Van Dam. Collega-Kamerlid Paul Kalma: „Dat is goed voor het profiel van partijen en voor het parlement zelf. Wat mij betreft verbinden wij ook consequenties aan die uitspraak.”

Zorgen zijn er ook. Hoe goed Wouter Bos het in de campagne ook doet, onbesproken is hij niet meer. Onder zijn leiding won de partij twee verkiezingen, maar verloor er vier. Zijn uitdaging is de nieuwe ideologische veren meer glans te geven. De tijd van ‘vermarkting’ van de publieke sector is voor hem voorbij, zei hij bij de Den Uyllezing. Kalma: „Ik ben erg blij met de koers die Bos is ingeslagen. Hij heeft de partij naar links getrokken. Daar moeten we nu de beleidsmatige conclusies uit trekken, bijvoorbeeld in het debat over de financiële heroverwegingen. De oplossingen die we nu kiezen, kunnen nooit alleen ouderwetse bezuinigingen zijn. Het gaat over meer. De rol van de overheid moet sterker, we willen eerlijk delen, maar ook de last van de crisis leggen bij de instellingen die daar medeverantwoordelijk voor zijn.” Monika Sie, directeur van het wetenschappelijk bureau van de partij, ziet het onder meer als haar taak Bos daaraan te herinneren.

Op straat incasseerden campagnevoerende PvdA’ers de afgelopen weken gretig de complimenten over hun ‘rechte rug’. Dat smaakt naar meer. Toch zal een partij die wil regeren politieke profilering in balans moeten brengen met bestuurlijk pragmatisme. Hoe duidelijker en standvastiger nu, hoe groter de teleurstelling bij PvdA-kiezers later als ze hun partij compromissen zien sluiten omwille van regeringsmacht. Dan zouden de kiezers weleens net zo snel weer weg kunnen lopen.

Sie ziet het gevaar, maar om dat te voorkomen, vindt ze dat „coalitiepartijen het elkaar moeten gunnen om standvastig te zijn op kernwaarden. Een sterke PvdA blijft belangrijk voor het voortbestaan van een brede volkspartij, zonder opdeling op scheidslijnen van inkomen, opleiding of etnische groep. Het gaat niet om het merk PvdA. Een toekomst waarin hogeropgeleiden cosy bij GroenLinks zitten, of gezellig bij D66, en de lageropgeleiden bij de SP, is niet aantrekkelijk. Progressieve samenwerking zou dat kunnen voorkomen.” Kalma, die daar voorstander van is, wil zelfs op korte termijn werken aan een verbond van deze partijen. „We moeten niet wachten tot eventuele coalitieonderhandelingen. Ik zou bijvoorbeeld willen onderzoeken of we een gezamenlijk minimumprogramma kunnen formuleren.”